Nederland blijft bij opwerken kernafval

DEN HAAG, 23 JAN. Het kabinet blijft van mening dat opwerking van Nederlands hoog-radioactieve kernafval in Frankrijk en Engeland niet moet worden beëindigd. Dat bleek gisteren na uitvoerige discussie met de Tweede Kamer.

Omschakeling naar bovengrondse berging in Nederland, zoals de milieu-organisatie Greenpeace en de Kamerfracties van PvdA en GroenLinks bepleiten, kost volgens minister Wijers (Economische Zaken) ten minste 200 tot 400 miljoen gulden, nog los van inflatie. Die berekening ontleent hij aan een studie van het Energie Onderzoek Centrum Nederland (ECN). De ramingen zijn “met veel onzekerheden omgeven”, zegt dit rapport. Volgens de beheerder van de kerncentrale Borssele, elektriciteitsproducent EPZ, komen ze aanzienlijk hoger uit.

Fel bestreed Wijers gisteren in de discussie met de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken de opvatting van GroenLinks-Kamerlid Marijke Vos dat de rijksoverheid het geld “maar over moet hebben” voor een milieuvriendelijker oplossing en minimalisering van gevaar van misbruik van plutonium. “Ik vind dat je dat niet zomaar met droge ogen kunt zeggen. Het gaat om ongelofelijke bedragen. Dan moet je tegenover de belastingbetaler wel heel goed kunnen uitleggen wat de toegevoegde waarde van zo'n beslissing is”, aldus Wijers.

Die toegevoegde waarde ziet de minister niet. De stralingsbelasting wordt bij bovengrondse opslag niet lager dan bij opwerking van de afgewerkte brandstofstaven van de centrales Borssele en het inmiddels gesloten Dodewaard. Opwerking biedt kansen voor hergebruik van plutonium en uranium uit het afval, concludeerde hij, en de risico's van misbruik van plutonium zijn bij bovengrondse opslag groter.

Bovendien zou een geheel nieuwe opslagbunker in Borsele moeten worden gebouwd die op zijn vroegst in 2005 klaar kan zijn: een jaar nadat de centrale er - volgens een Kamer-beslissing uit 1995 - dicht moet. Al die tijd zou dan voor tijdelijke opslag van het afval betaald moeten worden. Het kabinet voelt er niets voor de betrokken bedrijven te verplichten hun opwerkingscontracten te verbreken en daaruit vooertvloeiende schade en boetes te betalen. Als extra bezwaar noemde Wijers de dan noodzakelijk inbreuk op internationale verplichtingen die Nederland is aangegaan.

In België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en India zijn volgens Wijers goede ervaringen opgedaan met hergebruik van plutonium en uranium uit opgewerkt afval in nieuwe brandstof voor kerncentrales. In een deel van de nieuwe spijtstofstaven wordt al tot eenderde van de eerder gebruikte elementen verwerkt, een techniek die wordt aangeduid met Mixed Oxyde (MOX). Bij dat gehalte in alle staven neemt de hoeveelheid plutonium niet meer toe. Technisch wordt het zelfs mogelijk geacht tot 50 procent te gaan, waarbij de hoeveelheid plutonium zou afnemen en ook minder uranium hoeft te worden gedolven.