'Herakles' zo gestileerd als een hoogmis

Voorstelling: Herakles van Euripides door Toneelgroep Amsterdam. Vert. Gerrit Komrij. Regie: Titus Muizelaar. Decor: Paul Gallis. Spel: Gijs de Lange, Hans Kesting, Lineke Rijxman, Jasper Boeke e.v.a. Gezien: 22/1, Stadsschouwburg, Amsterdam. Herh. aldaar t/m 24/1. Elders t/m 29/5. Inl. (020) 523 78 00.

Negen treden telt de toneelbrede trap, waarop decorontwerper Paul Gallis de enscenering van Toneelgroep Amsterdam van Euripides' tragedie Herakles situeert. Van een soortgelijk decor voorzag hij al eens Ibsens Wanneer wij doden ontwaken (1992). Los van de vraag of het aantal treden mogelijk een magische betekenis heeft, is Gallis' ontwerp ongetwijfeld bedoeld als symbool voor de condition humaine in het stuk en voor de stijl ervan. De spelers zijn de gevangenen van de tot vallen uitnodigende trap; hun positie is even benard als het lot van hun personages. En de mise-en-scène is even statisch als het stuk: zomin als de tekst verdraagt dit decor concrete handeling.

Koor en bodes maken de verbeelding van het moorden en de wraaknemingen overbodig, hun onheilszwangere commentaren en boodschappen zijn beeldrijk genoeg. Bovendien schuilt de spanning niet in het bloedbad, maar in de motieven van de aanrichter en de angsten van de slachtoffers. Hoor hoe uitvoerig Lykos, de nieuwe machthebber van Thebe, zijn voornemen om Herakles' gezin uit te roeien toelicht - en hoe uitgebreid Herakles' vrouw en vader huiveren van dat vooruitzicht en weeklagen. Geen daden maar woorden is het adagium van de antieke tragedieschrijver.

Regisseur Titus Muizelaar houdt zich daaraan. Met behulp van componist Boudewijn Tarenskeen en choreografe Karin Post ritualiseert hij het woord, zoals in een liturgie. Zijn voorstelling oogt als een hoogmis. Van het koor is door kostuumontwerper Yan Tax een sekte gemaakt; uit Hare Krishna-achtige gewaden steken kale, beschilderde koppen, waaruit gezingzegde teksten opklinken of op een soort atonale melodie gezette weeklachten. Gelaagde gewaden - verrassenderwijs deels bestaand uit gewone colberts en truien - maken van de hoofdpersonages hogepriesters. Ook zij klagen en huilen op melodie, met bestudeerde uithalen, alsof zij zich met de manier waarop zij hun emoties uiten aan eeuwenoude afspraken houden.

Stijlvast is deze enscenering van het hier zelden zoniet nooit opgevoerde verhaal van de gemankeerde heerser Herakles, die door toedoen van de al te menselijke goden zijn eigen gezin uitmoordt. Heel consequent vermijdt Muizelaar elk realisme en maakt hij zelfs van de meest intense momenten van rouwbeklag en zelfverwijt een rite, uiterst beheerst, een zorgvuldig gechoreografeerd gekronkel op een traptrede, een a capella-lied van ach en wee.

Mooi is de sluipende opbouw van Muizelaars voorstelling. Kijkt men in het begin nog enigszins vreemd op van de uitbarsting - open mond, waarvan het gekrijs gesmoord wordt in de mouw van haar gewaad - van Lineke Rijxman als Megara, Herakles' vrouw, later is het vormprincipe duidelijk en wordt het een norm die de voorstelling zichzelf stelt. Vooral dat laatste is een knappe prestatie.

Maar nadelen heeft Muizelaars benadering ook, hoe goed bijvoorbeeld Jasper Boeke zich als de titelheld ook kwijt van zijn opdracht. Boeke vindt een overtuigend evenwicht tussen stilering en verleiding: hij laat het vlees en bloed van zijn personage niet helemaal bedwingen door het regie-concept. Maar vóór zijn optreden, aan het slot van de voorstelling, kreeg ik er gaandeweg grote behoefte aan eens een paar afgehakte, bebloede koppen van die trap te zien rollen. Even wat keiharde actie in plaats van al die overgestileerde new-age-achtige esthetiek, die minutieuze saaiheid en ingetogen bloedeloosheid. Eigenlijk zou je wensen dat deze Herakles bij vlagen wat minder stijlvast was.