Goran JelisiEÉc; Jij sterft, jij blijft leven

ROTTERDAM, 23 JAN. 'Servische Adolf' bleek eenvoudiger te arresteren dan hij zelf had gedacht. Elke poging daartoe zou eindigen met een stapel dode SFOR-soldaten, snoefde hij twee maanden geleden nog. Zijn laatste kogel had Goran JelisiEÉc voor zichzelf gereserveerd.

Gistermiddag reed hij in de handboeien en met een skibril op door Den Haag. Daar moet hij zich voor het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië verantwoorden voor genocide, de zwaarste misdaad denkbaar. De andere 76 aanklachten tegen hem betreffen misdaden tegen de menselijkheid, moord, marteling, mishandeling en plundering.

Rond acht uur gistermorgen vertrok de 29-jarige JelisiEÉc naar zijn krantenkioskje in het winkelcentrum van Bijeljina. Toen hij in zijn auto wilde stappen, werd hij tegen de grond gewerkt door een Amerikaanse eenheid, in de boeien geslagen en een pantserwagen ingeduwd die om de hoek klaarstond. Zijn moeder, zijn vrouw Ana en zijn zoontje Aleksander hoorden hem schreeuwen en keken vanuit het bovenraam geschokt toe. 's Middags werd hij op het vliegtuig gezet, 's avonds betrad hij zijn cel in Scheveningen. Protesten vallen in zijn geboortestad Bijeljina niet te verwachten. JelisiEÉc werd daar gezien als een kleine, agressieve crimineel.

De zaak tegen 'Servische Adolf' is een van de eenvoudigste die het tribunaal krijgt te behandelen. Getuigen in overvloed, want erg discreet was JelisiEÉc niet in de bloedige Bosnische lente van 1992. Hij is geen topman, maar ook geen onbetekenend radertje in de moordmachine. JelisiEÉc zou leiding hebben gegeven aan concentratiekamp Luka bij het Noord-Bosnische stadje Bro en tientallen, mogelijk honderden executies hebben verricht. “Ik ben hier gekomen om moslims te vermoorden”, pochte hij toen hij in Bro arriveerde. Zijn enthousiasme kende geen maat en bleek zeer aanstekelijk. Daarmee is hij in hoge mate verantwoordelijk voor de bloedige wending die de etnische zuiveringen in Bro namen.

De dagvaarding tegen Goran JelisiEÉc' bevat gruwelijke details. Zestien moorden waarvan nog getuigen in leven zijn, meestal door een nekschot van dichtbij. Daarnaast, in kamp Luka, een onbekend aantal executies van moslims en Kroaten. Slachtoffers moesten hun hoofd vaak op een rooster van een pijpleiding leggen die uitkwam in de rivier de Sava. Dat gaf minder rotzooi. Enkele gevangenen zou hij hebben doodgeslagen met een knuppel, loden pijp of schep.

In Bijeljina gaan nogal wat sterke verhalen over JelisiEÉc. Hoe Goran op een moslim afliep die puin ruimde in Bro, hem een pistool in de mond duwde en door het hoofd schoot met de woorden: “God, wat ben jij lelijk.” Hoe hij in kamp Luka naakte moslims op een rij zette terwijl zijn vriendin Monika een obscene striptease uitvoerde. Goran stond achter de gevangenen en schoot degenen die een erectie kregen door het hoofd. Of die verhalen waar zijn, is onduidelijk. Maar er rijst een beeld uit op van een onbetekende jongenman die ervan genoot voor God te spelen: Jij sterft, jij blijft leven.

In een gesprek dat deze krant onlangs met hem had, bleek Goran erg nieuwsgierig naar de celblokken van het tribunaal in Den Haag. Of hij een kleurentelevisie op zijn cel mocht hebben, of zijn vrouw hem mocht bezoeken en of ze dan seks konden hebben? Als hij levenslang kreeg, was hij dan na dertig jaar vrij? “Ik hoop dat ik met KaradEÉc in één cel belandt”, grapte hij. “Hij is mij altijd de baas geweest. Maar dan ben ik de baas.”

Goran schepte aanvankelijk op over zijn heldendaden in Bro, maar begreep inmiddels dat hij beter kon zwijgen. Toch kon hij het niet helemaal laten. “Ik ben professioneel moordenaar”, zei hij grijnzend toen iemand hem vroeg wie hij was. Hij liet zijn leren jasje openvallen om het pistool in zijn broekband te tonen. Maar ondanks al zijn bluf besefte Goran dat het net zich rond hem sloot. Driemaal had SFOR hem geprobeerd aan te houden, zei hij. Eerst in een kroeg in Bro, waarbij hij door een toiletraampje was gevlucht. Vorig jaar ontsnapte hij aan een wegversperring bij een benzinepomp onder Bijeljina. En onlangs deed de internationale politiemacht IPTF huiszoeking bij zijn ouders.

Rijk was de voormalige tractorbestuurder niet. Het boetiekje dat hij in 1993 opende met zijn vriendin Monika - die ook de aandacht heeft van het tribunaal, ging over de kop. Hij verliet Monika, trouwde met de toen 16-jarige Ana en kreeg een zoontje. Goran klaagde dat hij van zijn beschermheren, de lokale partijbazen van de SDS van ex-president KaradEÉc, slechts vijftig mark per week kreeg. Hij verdiende wat bij met een handeltje in tweedehands auto's, naar eigen zeggen ook met Russen van de SFOR-basis te Lopare. Onlangs begon hij een krantenkioskje. In het weekeind was Goran vaak te vinden bij pitbull-gevechten aan de oever van de Sava. Het internationaal tribunaal beschikte over één foto van Goran, stiekem geknipt terwijl hij een vechthond aanvuurt.

Instabiel was Goran van jongs af aan, zeggen schoolvrienden uit Bijeljina. Maar tijdens de oorlog is er iets in hem geknapt. Goran deserteerde in 1991, toen de oorlog in Kroatië losbarstte, uit de barakken van het JNA, het Joegoslavische leger. Hij verweet zijn strijdmakkers “voor de communisten te vechten” en sloot zich aan bij een 'Radicale' paramilitaire eenheid van de Servische politicus lj. Volgens zijn vrienden dacht hij zo ook aan zijn schuldeisers ontkomen. Als hij gelauwerd als oorlogsheld in Bijeljina terugkeerde, zou niemand hem meer om geld durven te vragen.

In de zomer en herfst van 1991 vocht Goran in West-Slavonië. Vlak na de kerst werd hij door de Kroaten krijgsgevangen genomen en gemarteld. Zelf zegt Goran dat de Kroaten hem drie dagen lang op zijn kop hingen, hem op zijn voetzolen sloegen en met gloeiend kaarsvet bewerkten. Ook zou hij een nacht aan zijn polsen zijn opgehangen met handgranaten aan zijn nek bevestigd. Die gingen af als hij zich bewoog, zeiden zijn Kroatische ondervragers. Goran bewoog, maar het bleek slechts een wrede grap.

Het is een mysterie hoe hij ontkwam. In het voorjaar van 1992 keerde hij terug naar Bijeljina. Hinkend en sterk vermagerd, zeggen oude buren. In Bijeljina liep op dat moment de spanning op, de oorlog stond op het punt over te slaan naar Bosnië. Iedereen bewapende zich. “Ik zag Goran op een dag langshobbelen”, zegt een kennis. “Sommige moslims jouwden hem uit. 'Dat krijg je als je tegen Ustasha vecht'.” (Ustasha zijn Kroatische fascisten)

Bij de etnische zuiveringen in Bijeljina heeft JelisiEÉc voor zover bekend nauwelijks een rol gespeeld. Enkele moslims zeggen dat hij hen geholpen heeft door hen over de Servische grens te rijden of valse identiteitspapieren te regelen. Tegen betaling, dat wel. Maar voor Goran bestond kennelijk een onderscheid tussen bekenden en onbekenden. Voor bekenden speelde hij soms reddende engel, onbekenden executeerde hij met speels gemak. En hoe bloeddorstig hij zich ook over moslims uitliet, zijn favoriete vismaatje was een tot de Servische orthodoxie bekeerde moslim.