Gemaakt van slijk; Braziliaanse schrijfster Marilene Felinto over het verwaarloosde kind

'De Vrouwen van Tijucopapo', debuutroman van de Braziliaanse schrijfster Marilene Felinto, gaat niet over het lot van de gekleurde Braziliaanse vrouw, maar over de universele overlevingsstrijd van het ongeliefde kind. “Fictie schrijven is alsof je een derde hand nodig hebt, alsof je niet genoeg hebt aan twee.”

Marilene Felinto: 'De Vrouwen van Tijucopapo', vert. Adrie Boon, Uitgeverij Van Gennep, 160 blz., ƒ 34,90 Het debuut van Marilene Felinto ademt haat, maar niet de haat die je zou verwachten. De Braziliaanse roman uit 1980, onlangs in het Nederlands verschenen onder de titel De Vrouwen van Tijucopapo, is een aanklacht van de vrouwelijke hoofdpersoon tegen haar bestaan, tegen haar moeder, haar vader, haar broers en zussen, de armoede en haar woonplaats S Paulo. Nergens richt de agressie zich tegen de blanke bovenlaag van Brazilië, tegen het kapitalisme of tegen 'de man'. Niet het lot van de gekleurde Braziliaanse vrouw staat centraal, maar de universele overlevingsstrijd van het ongeliefde kind.

Marilene Felinto werd in 1957 geboren in het onderontwikkelde noordoosten van Brazilië, waar haar vader werkte in de cementindustrie. Vanaf haar tweede woonde ze in de kuststad Recife. Toen ze twaalf was verhuisde het gezin als miljoenen andere naar S Paulo, duizenden kilometers naar het zuiden. Haar vader vond een baan als vrachtinspecteur bij de Braziliaanse luchtvaartmaatschappij Varig. De massale migratie maakte van S Paulo een monsterstad met zestien miljoen inwoners. Felinto is er blijven wonen, tegen wil en dank. “Ik vind de stad nog steeds lelijk, absurd, enorm. Ik raad niemand aan om hier te gaan wonen, of zelfs maar om hier te komen.”

De Vrouwen van Tijucopapo is een verslag van een reis terug naar het noordoosten. Na een verbroken liefde verlaat hoofdpersoon Rísia S Paulo en gaat lopend op weg naar Tijucopapo, de geboorteplaats van haar moeder. De reis duurt negen maanden. Onderweg denkt zij als een bezetene na over haar jeugd, in staccato-zinnen en surrealistische beelden. 'Alle gedachten voeren me terug naar de vrouwen van Tijucopapo. Ik ga de mensen vertellen over de vrouwen van, voordat ik gefrustreerd raak. Voordat ik gefrustreerd raak: de vrouwen van. In vele tinten rood. Dat ga ik doen. Ja. Ik kan het ook tekenen. Tekenen dat er een bom vol slijk ontploft die in tweeën barst, in mijn ogen, mijn gekrijs, en in mijn moeder, in de geboortezak. Ik ben geboren. Ik ben gemaakt van smerig slijk. Mijn gekrijs. Eens, daar waar het strand in slijk, in Tijucopapo, overgaat, is mijn moeder geboren. Ik ben gemaakt van slijk, zwart van de aarde. Ik ben glibberig. Alle gedachten, alle dagen voeren me terug naar de vrouwen van Tijucopapo.'

Felinto, die Engels studeerde aan de universiteit van S Paulo, ontving voor haar debuut de Jabuti-prijs, de belangrijkste literaire onderscheiding van Brazilië. Sinds 1980 schreef ze nog een roman, een essay en een bundel korte verhalen. Ze werkt als vertaalster en journaliste en heeft een wekelijkse column in de krant Folha de S Paulo. Ze is gescheiden en heeft geen kinderen.

Wat is de betekenis van de plaats Tijucopapo?

Toen ik nadacht over een titel voor deze roman herinnerde ik me de naam Tijucopapo uit een verhaal in een schoolboek. Het verhaal was ik vergeten, maar niet de titel en het plaatje dat erbij stond. Daarop stonden sterke vrouwen met lang haar die paard reden. Ze waren zo vrij, zo sterk, daar hield ik van. Daarom noemde ik mijn roman zo.

Toen het boek gepubliceerd was vroeg de moeder van een vriendin, een historica, of ik wist wat de legende was die bij de naam hoorde. Dat wist ik niet. Ze liet zien waar Tijucopapo lag: een klein dorpje vlakbij Recife. De vrouwen van het plaatje hebben echt bestaan, ze leefden in de zeventiende eeuw. Toen Nederlandse soldaten onder leiding van Maurits van Nassau binnenvielen in Pernambuco (de deelstaat waar Recife en Tijucopapo liggen, red.) waren de mannen van Tijucopapo weg. Er waren alleen vrouwen en kinderen in het dorp. Die zijn erin geslaagd met messen en heet water het dorp tegen de Nederlanders te verdedigen.

Ik was verbijsterd toen ik dat verhaal hoorde. Het paste precies bij mijn boek. Later ben ik er een keer heengegaan. Er is een monument voor de heldinnen van Tijucopapo op de plaats van het gevecht.

Hoe was het leven in Recife?

Het noordoosten was heel arm. We hadden soms niet genoeg te eten. Mijn vader was een moeilijke man. Wel slim, hoewel hij maar twee of drie jaar naar school was geweest. Hij vond makkelijk werk, maar bleef overal kort. Hij was een bluffer. Als ze erachter kwamen dat hij niet was wie ze dachten, werd hij weer ontslagen. Soms had hij twee jaar goed werk, dan weer drie jaar niets, en dan hadden we bijna niets te eten. Mijn vader had andere vrouwen naast mijn moeder, bij wie hij ook kinderen had. Hij was hard tegen ons en een slechte man voor mijn moeder. We groeiden bang op, er was altijd ruzie. Het heeft lang geduurd voor ik hem kon zien als gewoon een man met zijn problemen.

De verhuizing van Recife naar S Paulo was een grote overgang, een soort breuk in uw leven. Wat maakte Recife en S Paulo, allebei miljoenensteden, zo verschillend?

Ik was twaalf toen we aankwamen, puber. Op de dag van aankomst was ik voor het eerst ongesteld. Het was schokkend in alle opzichten. Alles was anders in S Paulo. Het duurde heel lang voor ik gewend was. In Recife had ik nooit een broek of lange mouwen aangehad, daar was het veel te warm voor. Ik kon niet meer naar de kust. Het eten was anders. We werden gediscrimineerd op school omdat de kinderen vonden dat we raar praatten. Als je uit het noordoosten kwam was je arm, en armen wisten niet hoe ze zich moesten gedragen.

Ik begreep mezelf niet, de mensen niet. Daarom ben ik gaan schrijven. In Recife speelde ik buiten. We waren heel vrij daar. We waren arm, maar Recife was rijk aan fantasie, aan dromen. S Paulo was een trauma. Schrijven was een manier om het te begrijpen. Ik schreef brieven aan tantes, nichten, mijn grootmoeder in Recife. Ik werd de officiele brievenschrijver van de familie.

Leefden jullie in S Paulo in een gemeenschap van immigranten uit het noordoosten?

Nee. Er waren miljoenen immigranten, maar ze leefden verspreid over de stad. Wij hadden geluk, we zijn niet in de periferie terechtgekomen. Mijn vader kocht meteen een huis in een goede buurt.

U had kunnen terugkeren toen u volwassen was, zoals de hoofdpersoon in uw boek. Waarom heeft u dat niet gedaan?

Dat was niet mogelijk. Het feit dat we verhuisd waren maakte onze familie heel close. In Brazilië hangen families aan elkaar, vooral arme. Ik was bang opnieuw een plaats te verliezen, mensen te verliezen. Ik heb later nog vier maanden in de Verenigde Staten gewoond, maar verder altijd hier.

Ik ga wel elk weekend de stad uit, naar mijn huis aan de kust. Iedereen met een beetje geld gaat een maand per jaar weg. Maar de meeste mensen reizen niet. Ze hebben geen geld, en als ze geld hebben krijgen andere dingen voorrang. Reizen in Brazilië is erg duur. Ik vind dat slecht. Mensen zouden moeten kunnen reizen om zichzelf te begrijpen. Mensen worden geboren en gaan dood in S Paulo zonder zelfs maar in het Amazonegebied te zijn geweest.

Heeft u geen enkele sympathie voor S Paulo?

Ik heb overleefd in S Paulo. Misschien voel ik daarom een zekere liefde. Er zijn steden in Brazilië die belangrijk zijn omdat je er een kans hebt om te leren, om vooruit te komen. Rio is zo'n stad, S Paulo, Florianópolis, Belo Horizonte. Florianópolis is klein, mooi, alles werkt... Mijn vrienden en ik vragen ons altijd af waarom we daar niet wonen, of in Rio. Maar S Paulo heeft toch iets, ik weet niet wat. Het is de meest serieuze stad van Brazilië. De mensen hier komen overal vandaan. Er gebeuren dingen. De stad is lelijk, vuil. Mensen proberen dat te verbeteren. Misschien geloven wij dat dingen beter worden als we goed ons best blijven doen.

Maakt u deel uit van een literaire gemeenschap?

Nee! Ik moet er niet aan denken. Ik heb letteren gestudeerd, maar alleen omdat ik geen dokter kon worden. Daarvoor moest je de hele dag studeren en dat kon niet, want ik moest werken om mijn studie te betalen. Ik heb nooit schrijver willen worden. In het begin hield ik geheim dat ik schreef. Ik schaamde me ervoor. Nog steeds vind ik het absurd. Schrijven is voor mij ontsnappen aan de realiteit, omdat je het niet kunt verdragen. Ik zou graag de realiteit gewoon kunnen verdragen. Bezig zijn met schrijven is heerlijk, maar het feit dat ik het doe vind ik abnormaal. Fictie schrijven is alsof je een derde hand nodig hebt, alsof je niet genoeg hebt aan twee.

Het arme noordoosten is voor het grootste deel zwart, de rijke elite is voor het grootste deel blank. Vindt u Brazilië een racistisch land?

Mijn mening (en dat is niet de mening van de zwarte beweging hier) is dat er in Brazilië discriminatie en racisme is, maar op een heel andere manier dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Het grootste deel van de bevolking is gemengd, zoals ik. Mijn grootouders van de ene kant zijn zwart en blank, en van de andere kant indiaans en mulat. Ik heb zussen die veel blanker zijn dan ik, en een zus die zwarter is dan ik. De zwarte beweging haat mij omdat ik schrijver ben, voor een krant schrijf, bij het establishment hoor. Maar ik kan niet de vlag heffen voor de beweging. Ik ben niet zwart, ik ben gemengd. Ik voel me gemengd.

In de VS mochten zwarten tot in de jaren zestig niet bij blanken in de bus. Dat schiep zoveel haat. Zwarten in de VS haten blanken. Je merkt het vooral op straat. In de blikken. Ik was geschokt. Mensen zijn erop getraind hun woede te verbergen, maar je voelt het heel goed. Zo is het hier niet. Je haat iemand niet voor zijn huidskleur. Je hebt hier niet dat je niet met een blanke kan trouwen omdat je dan een verrader bent. De zwarte beweging hier imiteert die van de VS. Ik hou daar niet van. We kunnen dat niet zomaar importeren. Het is een andere realiteit.