Ex-president Zuid-Afrika voor rechter

JOHANNESBURG, 23 JAN. Ex-president van Zuid-Afrika P.W. Botha is vanmorgen voor de rechtbank verschenen in verband met zijn weigering verantwoording af te leggen tegenover de Waarheids- en Verzoeningscommissie.

Een opgewekte Botha zwaaide bij aankomst voor de rechtszaal in het West-Kaapse George vrolijk naar enkele van zijn aanhangers. Landdrost Victor Lugaju verdaagde de zitting reeds na enige minuten omdat hij zei meer tijd nodig te hebben voor het bestuderen van de lijvige stukken. Bij het gerechtsgebouw betoogden voor- en tegenstanders van Botha, maar tot ongeregeldheden kwam het niet.

De nu 82-jarige Pieter Willem Botha, bijgenaamd de Grote Krokodil, was premier en later president van Zuid-Afrika tussen 1978 en 1989, een periode waarin de onderdrukking onder het apartheidsregime een dieptepunt bereikte. Maar het vroegere staatshoofd, dat in zijn tijd alom door het Afrikanervolk werd geprezen om zijn 'kragdadigheid', heeft steeds gezegd dat hij zich tijdens zijn regeringsperiode aan niets heeft schuldig gemaakt. Voor de duizenden doden die zijn gevallen onder de apartheid achtte hij zich óf niet verantwoordelijk óf hij rechtvaardigde deze onder verwijzing naar een “marxistische, revolutionaire dreiging”.

De Waarheidscommissie onder leiding van ex-aartsbisschop Desmond Tutu deed hij af als “een circus” waarvoor hij niet vernederd wilde worden. “Ik buig alleen voor God”, aldus Botha. Het eerste democratisch gekozen parlement nam in 1995 de 'Wet op waarheid en verzoening' aan die beoogde licht te werpen op de gebeurtenissen in het Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid. Zowel voor- als tegenstanders van het toenmalige bewind zijn krachtens de wet verplicht de Waarheid- en Verzoeningscommissie medewerking te verlenen. Tot september vorig jaar kon een ieder bovendien amnestie aanvragen voor misdaden die destijds politiek waren gemotiveerd.

P.W. Botha vroeg echter geen amnestie aan en weigerde vorig jaar tot drie maal toe, laatstelijk op 19 december, voor de commissie te verschijnen. Tutu, president Nelson Mandela en verscheidene ministers die vroeger onder Botha dienden, trachtten hem te overreden maar zonder succes. Bij wet kon de Waarheidscommissie Botha daarna voor de rechter dagen en daar maakte voorzitter Tutu ook gebruik van. Botha is de enige vooraanstaande blanke leider uit voormalige regeringen die niet wenst mee te werken aan de Waarheidscommissie.

Op het negeren van een dagvaarding van de commissie staat een celstraf van maximaal zes jaar.