Eindelijk samen

Na dertig lange jaren heeft ze haar zin. Ze wonen nu samen. En al die jaren heeft ze haar partner moeten verdedigen tegen opdringerige vrouwen. Jonge en oude. Dat was niet makkelijk. Soms hield ze zich uren verborgen achter de keukendeur en viel onverwachts aan als er een vrouw langskwam.

Of ze hield zich verscholen achter de wc-pot tot zo'n vrouw was gaan zitten, en dan klauwde ze zich vast in de hulpeloze voeten. Die vrouwen wilden haar het huis uit hebben. Ze zeiden dat ze beter af was in een tehuis voor papegaaien. Daar was ze onder soortgenoten. Maar gelukkig wilde hij daar niets van weten. Ze hielden zoveel van elkaar.

Wat bezielt iemand om een grijze roodstaart als huisdier te nemen? Dat is een goede vraag. Soms neem je geen dieren, nee soms word je ermee opgezadeld. Zijn broer nam afscheid voor een zeereis rond Afrika. En zijn vrouw zei: “Neem je een apie voor me mee?”

In Douala, Kameroun, lag een jute zak vol papegaaien op de hete kade. Ze waren te koop. De Chinese wasbaas van het schip viste er een papegaai uit en betaalde met drie nylon overhemden. Hij bracht het kale kreng met een zak gekookte mais als voer aan boord. Voer en papegaai zaten in dezelfde zak.

Dieren waren aan boord niet toegestaan. Als de kapitein voor inspectie langskwam, werden woestijnratten, bushmaster-slangen en papegaaien weggeborgen tussen kleren in de koffers. In zo'n koffer kwam ze ook ongemerkt door de douane. Tussen de schone overhemden. De zak mais was tegen die tijd beschimmeld. De papegaai zag eruit als een diepvrieskip. Alleen de kop was nog papegaai, ze was kaal, vleugels had ze nauwelijks, de staart was eraf, maar ze leefde. En hoe. Vanaf het moment dat ze in huis kwam heeft ze wraak genomen. Veren groeiden weer aan. Ze vloog. Ze landde op kinderhoofden en hakte. Na de klap die dan volgde vloog ze als een tennisbal door de kamer. Het deed haar niets. In de jute zak op de kade in Douala was het veel erger geweest.

Ze hield van haar baasje en hij hield van haar en ze zou haar positie tot de laatste snik verdedigen. Vlak voor de echtscheiding riep zijn vrouw: “En neem die rotvogel ook maar mee!” Dat heeft hij gedaan. Hij nam ook het oude houten bureau mee. Want de vogel bewoont de onderste drie laden. Die laden heeft ze onderling verbonden door gaten in de bodem en ze zijn gevuld met een zacht bedje van snippers. Dat zijn de resten van zijn diploma's en andere officiële papieren. De resten van de cassettes van een unieke muntencollectie van zijn ex-vrouw liggen er ook.

Ze wonen nu samen. Als ze zin heeft om te vrijen klimt ze langs de laden van het oude bureau omhoog en stelt zich op naast de computer van haar levensgezel. Dan vrijen ze samen. Hij strijkt met zijn vinger over de veertjes in haar nek. Of ze klimt omhoog naar zijn hals en pulkt liefkozend aan denkbeeldige veertjes in zijn hals. Ze zijn een ideaal stel. Nooit ruzie, ze maakt het altijd gezellig.

Ach, er gebeurt wel eens wat. Zoals in elk huishouden. De telefoon gaat. Haastig haalt hij de vogel van zijn schouder, omdat ze meestal als een dronkelap door de gesprekken heenwauwelt. Maar een rustig telefoongesprek wordt het niet. Ze krijst wanhopig. Spreken is niet meer mogelijk. Hij legt de telefoon neer. Hij ziet hoe zijn vogel woest wapperend met haar haveloze vleugels een poot probeert los te krijgen uit zijn toetsenbord. Haar nagel zit vast onder de returntoets. Het hele scherm is gevuld met rotzooi. De computer meldt een programmafout van het type 'onbekend'. Er zat niets anders op dan dit verhaaltje nog een keer te tikken.