Een viool met een geheim

Paolo Maurensig: Kreeftengang. Vertaald uit het Italiaans door Els van der Pluym. De Arbeiderspers, 150 blz. ƒ 34,90

Op vijftigjarige leeftijd debuteren en dan meteen twee bestsellers afleveren, dat komt in het land der letteren maar zelden voor. De witte raaf die op dat wapenfeit kan bogen, is de 'Oostenrijkse' Italiaan Paolo Maurensig.

Zijn debuutroman De Lüneburger variant, die een paar jaar geleden in het Nederlands is vertaald, is literatuur van klasse, net als zijn nu verschenen tweede boek Kreeftengang. Beide romans zijn intellectuele thrillers, waarin met veel spanning en mysterie een verhaal wordt verteld dat niet alleen goed is geschreven, maar ook kennis en eruditie uitstraalt.

De titel Kreeftengang verwijst naar de muziek. Het is een manier van uitvoeren waarbij het thema van achteren naar voren ten gehore wordt gebracht. Ditzelfde gebeurt in de roman: de eerste bladzijden vormen chronologisch het einde van het verhaal, terwijl datgene wat erop volgt één lange flashback is.

De titel slaat overigens niet alleen op de structuur, maar ook op de inhoud, want het hoofdthema van het boek is de muziek. De deskundige bevlogenheid waarmee de auteur hier het vioolspel 'behandelt' vertoont een sterke overeenkomst met de kennis van zaken die hij in zijn debuutroman tentoonspreidt met betrekking tot het schaken.

Het vertrekpunt van het boek ligt bij de aankoop van een viool - een Stainer uit 1698 - bij het Londense veilinghuis Christie's. Aan dit instrument blijkt een fascinerende en tegelijk lugubere geschiedenis vast te zitten, die door 'een schrijver op zoek naar een verhaal' in een Weens café wordt opgetekend uit de mond van de muzikant Jenö Varga.

Het relaas van deze Hongaarse violist vormt het pièce de résistance van het boek, maar daarnaast komen er talloze uitspraken en beschouwingen over muziek in voor, die de lezer telkens weer aangenaam verrassen. Ook wordt er nogal wat te berde gebracht en gefilosofeerd over bepaalde composities en componisten: van de Chaconne van Bach tot Le rappel des oiseaux van Rameau.

De hoofdpersoon Jenö geeft al vroeg blijk van een bijzonder talent voor het vioolspel, en daarom krijgt hij les van een musicus van het Staatsorkest van Boedapest. Wanneer hij een belangrijk concours wint, krijgt hij een studiebeurs voor het Collegium Musicum bij Wenen. Op dit conservatorium, dat even beroemd als berucht is, heerst een ijzeren discipline. De professoren die er les geven zijn een soort slavendrijvers die de leerlingen opzwepen tot een meedogenloze onderlinge competitie.

Deze harde leerschool leidt enerzijds tot psychische problemen en zelfmoorden en anderzijds tot ongeëvenaarde muzikale prestaties. Tijdens zijn studie sluit Jenö vriendschap met zijn medestudent Kuno Blau, en samen ontwikkelen zij zich tot de beste leerlingen van het instituut.

Na het eindexamen wordt Jenö door zijn vriend uitgenodigd om de zomer door te brengen op het kasteel van diens familie bij Innsbruck. Hij gaat op het aanbod in en maakt op Hofstain niet alleen kennis met de vele familieleden en gasten die daar verblijven, maar oefent er ook dagelijks op de viool. Deze viool gaat vervolgens een steeds belangrijker rol spelen als blijkt dat zij iets te maken heeft met het geslacht Blau. Zodra Kuno zich hiervan bewust wordt, probeert hij het instrument met alle geweld in handen te krijgen, maar Jenö wil het onder geen enkel beding afgeven.

Over de relatie tussen de viool en de familie moet hier verder het zwijgen toe worden gedaan: het is bij het bespreken van een thriller niet aardig om de sleutel al bij voorbaat af te geven. Wel kan nog worden gezegd dat het verhaal een zeer verrassende afloop kent, waarbij niet alleen Jenö en Kuno, maar ook andere personages (zoals de in Zuid-Amerika in een Daimler rondtoerende oom Gustav) een duit in het zakje doen.

De schrijver Paolo Maurensig verstaat als geen ander de kunst om een op zichzelf al ingewikkelde intrige nog ingewikkelder te maken door er een waas van geheimzinnigheid over uit te spreiden. Daardoor dreig je als lezer het spoor wel eens bijster te raken en de greep op het verhaal te verliezen. Maar op de laatste bladzijde komt alles op z'n pootjes terecht en kunnen de stukjes van de puzzel naadloos aan elkaar worden geschoven.