Een omgekeerde Madama Butterfly; Peter Delpeut verfilmde Japanse foto's

De foto's die de Italiaanse fotograaf Felice Beato vanaf 1863 in Japan maakte, vormen het uitgangspunt voor de film van Peter Delpeut, die het International Film Festival Rotterdam opent. Alleen de foto's in de film zijn echt, de Japanse decors zijn nagebouwd: “Het is de kunst om tussen het bordkarton de emoties echt te laten lijken.”

Felice... Felice... draait op het filmfestival in Rotterdam op wo 28 jan om 20.30u (Pathé 5), 20.45u (Pathé 1) en 23u (Pathé 4); za 31 jan 16u (Pathé 4), zo 1 feb 15.19u (Pathé 1) en di 3 feb, 11.45u (Pathé 3). Groningen, Concerthuis, vr 30 jan 20.04u en Maastricht Lumière 3, vr 6 feb 20.19u.

Je ziet aan buiten het eerst dat de film binnen is gemaakt. De sneeuw - zulke grote vlokken die zo langzaam vallen kunnen alleen door een mens gemaakt zijn. Of zou het in Japan anders sneeuwen dan in Nederland? “Sneeuw werd er vroeger wel anders getekend”, zegt Peter Delpeut (41), de maker van Felice... Felice..., de film die op 28 januari het International Film Festival Rotterdam opent. Delpeut wilde de vlokken die op Japanse prenten voorkomen laten bewegen. In een Amsterdamse studio is hem dat gelukt: kunstig gecomponeerd zeepsop poseert voor ouderwetse prentsneeuw.

Alles poseert in Felice...Felice.... Plastic kommetjes uit 't Japanse winkeltje spelen authentiek lakwerk, een bruggetje uit het Amsterdamse bos bevindt zich op de weg naar Tokio, triplex wordt een berg aan zee en de Belgische acteur Johan Leysen is de Venetiaanse fotograaf Felice Beato, die in 1863 als een van de eersten een fotostudio begon in Japan.

Alleen de foto's zijn echt in Felice ...Felice.... De fotograaf bekijkt ze in een album als hij in een nagebouwde herberg met wandjes van rijstpapier zit. Foto's van meisjes en vrouwen in bevallige poses zijn het, nog bevalliger gemaakt door de kunstenaar die de foto's met een dun penseel heeft ingekleurd. Het inkleuren van foto's met het fijnste roze, groen en blauw was in Japan nog gebruikelijker dan in Europa. De prentkunstenaars die door de opkomst van de fotografie werkloos werden, vonden hier nieuw emplooi. Soms schilderden ze een niet bestaande bloem in het haar, soms gaven ze de berg Fuji een wolk mee.

Gefotografeerde landschappen zijn er nog meer in Felice...Felice.... Je ziet ze als Beato naar een volgende herberg reist, of in zijn kamer uit het raam kijkt en het niet sneeuwt: stille composities van bergen en wegen, zee en boten, mensen en huizen. In de Amsterdamse Rivierenbuurt laat Delpeut een paar originelen zien op kleine glasplaatjes. In een bruin kartonnen doosje bewaart hij de vorige eeuw.

“Ik wilde een documentaire maken over de foto's van Beato en andere fotografen die in de vorige eeuw in Japan hebben gewerkt”, vertelt Delpeut. “Japan was tot 1860 voor buitenlanders gesloten. Daarna is het land snel gemoderniseerd. Er werden spoorwegen aangelegd, huizen van baksteen gebouwd. Maar in de modernisering waren de fotografen niet geïnteresseerd. Zij wilden het klassieke Japan laten zien. Ze conserveerden iets dat al bijna voorbij was. Het romantische, ouderwetse beeld van Japan was bij westerse toeristen in trek en het is dit beeld dat ook mij bekoorde. Pas tijdens het schrijven van het scenario werd Felice...Felice... een speelfilm. Ik wil liever de fascinatie voor een bepaald onderwerp overbrengen dan er informatie over geven.”

In Delpeuts vorige film, The Forbidden Quest (1993), werden fragmenten uit oude films van expedities naar de Zuid- en de Noordpool, zogenaamde found footage, tot een fictief geheel gesmeed. In Felice...Felice... bestaat de found footage uit foto's. Dat maakt veel verschil. Het is een idee dat is gebaseerd op een klassieke wens. Films wil je niet tot leven wekken. Foto's wel. Kijk naar een familiefilm uit 1950 of 1920 en je denkt: zo was het. Kijk naar een familiefoto uit dezelfde tijd en je denkt: kon het maar even zo zijn, kon ik er maar in rondlopen.

“Het slot van mijn film is een hommage aan de Japanse regisseur Ozu”, zegt Delpeut. “Ozu's filosofie is dat we dingen moeten nemen zoals ze zijn. Het is zoals het is. Je moet je neerleggen bij het lot.” Delpeut heeft dat niet gedaan. Hij heeft de foto's waar hij van hield tot leven gewekt.

De meeste scènes spelen zich binnenshuis af, in herbergen, in een fotostudio, in een bordeel en in een stoffenwinkel. Geen foto is letterlijk nagemaakt. Toch kloppen zoveel mogelijk details. “Ik heb de film aan Japanners laten zien”, zegt Delpeut. “En ze konden maar twee of drie keer zien dat de film niet in Japan is gemaakt. De gekalligrafeerde karakters die in de stoffenwinkel te zien zijn, waren volgens hen niet helemaal echt. Zoiets stoort me niet. Het is toch meer mijn Japan dan echt Japan dat ik wilde verbeelden. Soms wilden mijn Japanse medewerkers het verleden te mooi maken. Zij vonden bijvoorbeeld dat alle kimono's van zijde moesten zijn. Dat is altijd zo in kostuumseries op de Japanse televisie. Maar bijna alle kimono's waren in die tijd van katoen.”

Het lijkt een krankzinnige onderneming: negentiende-eeuws Japan namaken in een Amsterdamse studio. Het is het niet. Delpeut heeft wat bijna elke speelfilm doet op de spits gedreven. “Het decor is zo gefilmd dat je soms vergeet dat het kunstmatig is. Maar meestal blijf je je daar wel van bewust. Het is de kunst om de emoties die tussen het bordkarton plaats vinden, echt te laten lijken.”

Wat begon als documentaire, werd een liefdesgeschiedenis. “Daar is de film voor uitgevonden”, meent Delpeut. Beato is in Japan op zoek naar zijn geliefde, die hij een paar jaar eerder in de steek heeft gelaten. Hij ging terug naar Europa. Beato's verzonnen vrouw heet O-Kiku, het Japanse woord voor chrysantemum. Zo heette ook de concubine van Pierre Loti, de Franse schrijver die aan de wieg stond van Madama Butterfly, de tragische heldin uit Puccini's opera. Zij is het westerse cliché van de oosterse vrouw, die zonder haar onbereikbare geliefde niet kan leven. “Mijn verhaal is een soort omgekeerde Madame Butterfly”, zegt Delpeut. “O-Kiku sterft niet, en het is Beato die naar haar is blijven verlangen.”

De tegenspelers van Johan Leysen worden gespeeld door Japanse acteurs die in het Westen wonen. Alleen de actrice die O-Kiku speelt, Kumi Nakamura, woont in Japan. Haar gezicht, dat pas tegen het slot in beeld komt, moet de hele film waar maken. Delpeut vond haar pas een dag voor de opnamen in Amsterdam begonnen. “In Japan is Nakamura een degelijke bijrolactrice, die ook bekend is van Toyota-commercials. Ze heeft een fabelachtige glimlach.”

Felice...Felice... zou eerst meer over fotografie en film gaan dan over liefde. Tijdens de montage won de liefde. De oude foto's namen steeds minder tijd in beslag. “Op basis van het scenario heb ik een novelle geschreven, die in de zomer bij Meulenhoff zal verschijnen”, zegt Delpeut. Daarin gaat het meer over de relatie tussen fotografie en film. Sommige dingen lukken beter op papier. Er zijn nu eenmaal dingen die je wel denkt, maar niet uitspreekt. Een voice-over kun je daar niet aldoor voor gebruiken.”

Toch gaat de liefdesgeschiedenis in Felice...Felice... wel een verbond aan met een verhandeling over fotografie en film. Van O-Kiku bestaat bijvoorbeeld geen foto, en de film speelt zich af in 1895, het jaar dat de film werd uitgevonden. In de laatste scène staat Beato weer voor het raam. De camera staat buiten, kijkt naar binnen, naar het vermoeide gezicht van een fotograaf die zijn professie vergeefs is gaan vinden. Het sneeuwt niet. Maar voor het raam dwarrelt de wereld wel. Delpeut heeft op het glas beelden uit een film geprojecteerd, die hij vond in het archief van het Filmmuseum. Het is een drukke straat vol krioelende mensen. Ze bewegen. Het leven gaat verder, moet deze found footage ons vertellen.

Delpeut wil net als Ozu de wereld accepteren zoals die is. Gelukkig komt hij daar pas in het slot aan toe.