Dolman in rapport aan minister: Steenhuis wekte schijn dubbelrol

DEN HAAG, 23 JAN. De procureur-generaal voor de drie noordelijke regio's, mr. D.W. Steenhuis, heeft de schijn van belangenverstrengeling op zich geladen. Er bestaat echter geen concreet bewijs dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn nevenfunctie bij organisatie-adviesbureau Bakkenist in Diemen.

Dit is de conclusie van het rapport dat oud-Kamervoorzitter D. Dolman op verzoek van minister Sorgdrager (Justitie) heeft geschreven. Sorgdrager heeft nog geen besluit genomen of Steenhuis kan aanblijven. De minister heeft twee oud-rechters om advies hierover gevraagd. Dit blijkt uit een brief die de minister vanochtend aan de Tweede Kamer heeft gezonden.

De brief volgt op urenlang crisisberaad gisteravond tussen de top van het openbaar ministerie, gevormd door het college van procureurs-generaal (PG's) onder leiding van 'super' procureur-generaal A. Docters van Leeuwen, en de minister.

Sorgdrager heeft vanochtend ook het rapport-Dolman naar de Tweede Kamer gezonden. Dolman constateert ook dat de nevenfuncties van Steenhuis onvoldoende bekend zijn gemaakt. Zij waren slechts gedeponeerd bij het gerechtshof in Leeuwarden en hadden bij alle gerechtshoven ter inzage moeten liggen, aldus Dolman.

Voor een nader oordeel van het “handelen en nalaten” van Steenhuis heeft Sorgdrager advies gevraagd van J.E.B. van Julsingha, oud-president van het gerechtshof in Arnhem en A.D.M. Metzemaekers, voormalig vice-president van de Rotterdamse rechtbank. “Mede aan de hand van hun oordeel zal ik mij vervolgens beraden over te treffen maatregelen, van welke aard ook”, aldus Sorgdrager in een brief aan de Kamer.

Het crisisberaad gisteren van de minister en het college van pg's volgde op een conflict over het tijdstip van openbaarmaking van het rapport-Dolman. De procureurs-generaal meenden op grond van toezeggingen van Dolman een leestijd van 48 uur te kunnen claimen. Sorgdrager achtte zich niet aan deze toezegging gebonden en wilde het rapport reeds gisteravond aan de Kamer zenden.

Gedurende het crisisberaad werd vanuit het ministerie van Justitie gezegd dat de PG's met een kort geding dreigden als Sorgdrager de toegezegde 48 uur leestijd niet zou toestaan. Verspreiding van dit bericht leidde gisteravond tot oplopende opwinding rond het ministerie van Justitie, waar de minister en de pg's vijf uur vergaderden. Na afloop weersprak Steenhuis dat van dreiging met een kort geding sprake was geweest. Bronnen op het ministerie zeggen echter dat de pg alle voorbereidingen voor een eventuele stap naar de rechter had getroffen.

De Tweede Kamer reageerde vanochtend verdeeld op het uitstel van een beslissing over Steenhuis. De VVD vraagt om een spoedige afwikkeling. D66, de partij van Sorgdrager, vindt het rapport-Dolman 'vernietigend' voor Steenhuis. Het CDA vindt dat Sorgdrager moet opstappen. Volgende week voert de Kamer een debat over de zaak.

Pagina 3: Vermenging van belangen was mogelijk

Uit het rapport van Dolman blijkt dat hij drie aanwijzingen heeft gevonden waaruit mogelijk misbruik van belangenvermenging kan worden afgeleid. Zo is de procureur-generaal het bureau Bakkenist, waarvan hij betaald adviseur is, van dienst geweest bij het verkrijgen van een onderzoeksopdracht van het ministerie van Justitie in de kwestie-Lancée. Ook kreeg Steenhuis “de gelegenheid (-) kanttekeningen te plaatsen bij de concept-offerte” van Bakkenist voordat deze aan het ministerie werd uitgebracht, aldus Dolman.

“Deze feiten en omstandigheden geven naar mijn oordeel blijk van een vertrouwelijke sfeer tussen de onderzoekers (van Bakkenist, red.) en Steenhuis”, aldus Dolman.

“De vraag kan dan toch rijzen of tijdens het onderzoek de band van Steenhuis met Bakkenist onbewust toch al dan niet van invloed is geweest op de wederzijdse bejegening van de onderzoekers en Steenhuis en in het verlengde daarvan op de inhoud van het rapport”, aldus Dolman. Hij stelt echter eveneens vast dat “concrete aanwijzingen” van misbruik door Steenhuis van zijn verschillende belangen niet is gebleken.

Uit het eveneens vanmorgen bekend gemaakte “inventarisatie” door het ministerie van Justitie van de beschuldiging dat Steenhuis ook belangen had vermengd inzake automatiseringsprojecten, blijkt dat de procureur-generaal volgens het ministerie op dat punt geen blaam treft. “De heer Steenhuis heeft nimmer als formeel opdrachtgever heeft gefungeerd voor een die in de lijst is opgenomen”, aldus het departement.

De kwestie rond de belangenvermenging kwam begin januari naar buiten naar aanleiding van de rellen op 30 december in de Groningse Oosterpakbuurt.

In een rapport over de kwestie-Lancée werd het optreden van politie en justitie gelaakt, waarna korpschef Veenstra van Groningen vervroegd opstapte.