Crisis biedt Taiwan en China een nieuwe kans

De crisis in Azië biedt het relatief ongeschonden, maar politiek geïsoleerde Taiwan de kans zijn invloed in de regio uit te breiden. Toch is expansie naar het zuiden geen echt alternatief voor de economische oriëntatie op China.

PEKING, 23 JAN. De niet aflatende financiële en in toenemende mate sociale en economische crisis in Oost-Azie krijgt er alsmaar nieuwe dimensies bij. Een ervan is dat Taiwan, de diplomatiek geïsoleerde, niet-erkende Chinese eilandstaat, ogenschijnlijk ruimte krijgt om zich als financiële macht in de regio te manifesteren.

Taiwan, na Japan en de (Chinese) 'stadstaten' Singapore en Hong Kong het rijkste land van de regio, heeft al tijdens de jaarlijkse top van het Asia Pacific Economic Cooperation (APEC) forum eind november 1997 discreet het idee geopperd een 'regionaal financieel samenwerkingsmechanisme' op te zetten om de zwaarst getroffen economieën uit de nood te helpen. Onder druk van China heeft Taiwans president geen toegang tot de APEC, maar het mag wel economische en financiële bewindslieden afvaardigen. Omdat de ernst van de crisis toen nog onvoldoende werd beseft, het IMF de zaak wel dacht te kunnen bezweren en China zich verzette tegen een prominente rol voor Taiwan, verdween het idee van de agenda.

Nu de crisis zich voortsleept en in Indonesië steeds dieper wordt, zijn de belanghebbende landen in toenemende mate bereid de toegestoken hand uit Taiwan te grijpen en de bezwaren van China daarbij op de koop toe te nemen. Als de facto onafhankelijke staat en als democratie heeft Taiwan er echter zijn zinnen op gezet niet zomaar miljarden weg te geven, maar in ruil daarvoor een plaats aan de internationale vergadertafels te bedingen. China is als regionale grootmacht vooralsnog even vastbesloten om de eigenzinnige 'provincie' een stoel te weigeren en kritiseert voortdurend landen die te intiem met Taiwan worden. De protesten hebben echter geen echt afschrikkend effect meer en worden meestal niet door sancties gevolgd. Voor de hele regio, inclusief China, is het van groot belang dat de crisis ingedamd wordt. Hoe langer die duurt, des te meer zal China zelf, en ook Taiwan trouwens, door de repercussies getroffen worden.

Taiwan is rijk. Het heeft in tegenstelling tot Zuid-Korea vrijwel geen buitenlandse schuld en het is niet zo klein en kwetsbaar als de volledig open liberale economieën van Hongkong en Singapore. Taiwan heeft net als China geen volledig inwisselbare munt en heeft daarom nog weinig geleden van de crisis. Taiwan heeft 85 miljard dollar aan deviezen-reserves en is in een positie om zijn financiële spierkracht te tonen. China wil daarom niet zo maar dwarsliggen bij het voornemen van Taiwan ettelijke miljarden aan hulp en goedkope kredieten in de regio uit te delen, maar Peking blijft bezorgd dat Taipei er te veel politieke munt uit zal slaan.

Taiwan heeft daarom gezocht naar een multilateraal, politiek neutraal forum. Dat is de Asian Development Bank (ADB) in Manila, waarvan Taiwan na de toetreding van Peking in 1984 lid is gebleven onder de naam 'China, Taipei'. De Taiwanese media beweren dat Taipei bereid zou zijn om 20 tot 50 miljard dollar beschikbaar te stellen om Taiwanese goederen te kopen, hoofdzakelijk in de vorm van leningen aan de particuliere sector, die dan verdeeld zouden moeten worden in de getroffen landen door de ADB. Om zo'n grootschalig plan uit te werken, kunnen intergouvernementele besprekingen niet worden vermeden. Vandaar dat Taiwans topleiders - behalve president Lee Teng-hui - drukke reisschema's hebben en Taipei weer wordt bezocht door regeringsleiders uit andere landen dan het handjevol minuscule Derde-Wereldlandjes waarmee Taipei nog diplomatieke betrekkingen heeft.

Het begon al meteen na de APEC in Vancouver. Op de terugweg, eind november maakten de premiers Goh Chok Tong van Singapore en Mahathir van Maleisië tussenstoppen in Taipei. Het verhaal is dat Mahathir, die zich tot dusver verzet heeft tegen een bail out van het IMF, de voorkeur geeft aan een veel minder stringente reddingsoperatie van Taiwan. Maar door het 'Aziatische Informatie-Gordijn' is er niets concreets over bekend. Begin deze maand bracht Taiwans vice-president, Lien Chan, een privébezoek van vier dagen aan Singapore om met 'oude vrienden' golf te spelen. Dat waren president Ong Teng Cheong, premier Goh en senior minister (en oud-premier) Lee Kuan Yew.

De secretaris-generaal van de regerende Kwomintang, oud-minister van Buitenlandse Zaken, John Chang, bezocht Zuid-Korea en zijn bezoek werd gevolgd door berichten dat Taiwan Seoul tussen de 2 en 10 miljard dollar aan goedkope kredieten zou geven. Daags daarna werd het ontkend, gevolgd door de suggestie dat de kredieten beschikbaar zouden komen als Seoul de Taiwanese premier, Vincent Siew, voor een officieel bezoek zou uitnodigen.

Vorige week vloog premier Siew, vergezeld door de gouverneur van de CentraleBank en enkele ministers, naar de Filippijnse hoofdstad Manila. China protesteerde bij de Filippijnse regering, maar deze reageerde dat de Taiwanezen gasten van de ADB waren en dat Manila lidstaten van de ADB geen toegang kan weigeren. De voorzitter van Taiwans 'Raad voor Economische Planning en Ontwikkeling', P.K. Chiang, toert met 80 zakenlieden door Maleisië, Thailand, Indonesië en de Filippijnen. Taiwans investeringen in de regio bedragen 36 miljard dollar, bijna even veel als de Taiwanese investeringen in China, die ruim 37 miljard dollar bedragen.

Eerder deze week vloog Siew naar Jakarta en Singapore, vergezeld door 50 top-ondernemers. Om de geluidsdemper op protesten uit China te zetten, weigerde de premier te ontkennen of bevestigen dat hij president Soeharto had ontmoet. De zakenlieden die met Siew meereisden, toonden weinig enthousiasme om op dit moment extra geld in Indonesië te steken. De situatie daar is te onvoorspelbaar, niet alleen door de koers van de roepia maar vooral door de vrees dat er opnieuw grootschalige onlusten tegen de ethnische Chinezen, inclusief Taiwanese zakenlieden, zullen uitbarsten.

Taiwans nieuwe offensief in Zuidoost-Azië wordt in belangrijke mate bepaald door de frustraties die het eiland beleeft in de verhouding tot het Chinese vasteland. Het is in feite een hervatting van de 'Zuid-Strategie' in 1994, een campagne van president Lee Teng-hui om het diplomatieke embargo te breken dat China Taiwan heeft opgelegd. Als vergelding spoorde Lee het zakenleven aan om investeringen te verplaatsen van het Chinese vasteland naar Zuidoost-Azië. Lee zelf bezocht toen onder het motto 'golf- en vakantiediplomatie' de landen van Zuidoost-Azië.

Het zakenleven voerde de investeringen in die regio weliswaar op, maar met gemengde gevoelens. Taiwanese investeerders voelen zich toch uiteindelijk het beste thuis op het Chinese vasteland, maar werden op straffe van boetes onder druk gezet hun investeringen daar te verminderen. Taiwans grote ondernemingen zijn daar zeer ongelukkig mee, want met het vasteland als uitvalsbasis kunnen zij tot multinationals uitgroeien. President Lee's 'elastische diplomatie' kreeg in 1995 een nieuwe variant met zijn 'academische reunie-diplomatie'. Ter ere van hem werd op de Cornell Universiteit in New York een reunie gehouden. China reageerde zo geschokt dat de dialoog tussen Peking en Taipei via de onofficiële stichtingen Association for Relations across the Taiwan Straits (ARATS) en Straits Exchange Foundation (SEF) afgebroken werd en er een maandenlange crisis in de Straat van Taiwan uitbrak.

China heeft zich sindsdien op het standpunt gesteld dat hervatting van gesprekken met Taiwan alleen zin heeft als Taipei de Chinese definitie van 'Één China' aanvaardt en zijn diplomatieke activiteiten 'voor het creëren van twee China's' stopt. Eerder deze week heeft Peking evenwel verklaard bereid te zijn de dialoog 'zonder voorwaarden vooraf' te hervatten. Als de partijen opnieuw met elkaar in gesprek raken, zou China de Taiwanezen rechtstreeks over hun nieuwste offensief van 'dollar-diplomatie' kunnen aanspreken.

Nu de rest van Azië in een recessie verkeert, hebben China en Taiwan elkaar harder nodig als partners. Zuidoost-Azië is geen echt alternatief voor Taiwan, zeker niet nu die regio in crisis is. En aangezien de politiek-diplomatieke winst die Taiwan hoopt te behalen, toch niet solide of duurzaam kan zijn, is het uiterst dubieus of het hulp-programma echt op gang komt. Taiwanese zakenlieden beseffen dat maar al te goed. “Geld uitgeven om geld te verdienen is goed. Geld uitgeven voor politieke doeleinden is dat niet”, aldus een Taiwanese hoogleraar economie.

Het uiteindelijke gevolg van de Aziatische crisis zou daarom eerder kunnen zijn dat China en Taiwan dichter bij elkaar komen, dan dat Taiwan naar Zuidoost-Azië opschuift.

Taiwanese investeerders voelen zich het meeste thuis in China