Wat zeg je tegen de kinderen over terreur?

Wat zeg je tegen jonge kinderen? Niets. Tenminste, zolang het niet hoeft. Maar als kinderen vragen stellen over de aanslagen, moet je wel eerlijk zijn, zegt een opvoedkundige.

Het Beursplein in Brussel, dinsdag. FOTO KENZO TRIBOUILLARD / AFP

Wat zeg je tegen jonge kinderen? Niets. Tenminste, zolang het niet hoeft, zegt opvoedkundige Marina van der Wal. Misschien heeft ze een wat eigenzinnige mening, zegt ze. Maar ze vindt het echt geen goed idee om kinderen met een hoop leed op te zadelen. „Jonge kinderen begrijpen het niet, kunnen gebeurtenissen niet plaatsen en niet relativeren.” Met als mogelijk gevolg: angst, bedplassen, buikpijn of concentratieproblemen. Van der Wal noemt het voorbeeld van een moeder die met haar zoon van zeven jaar oud altijd naar het journaal kijkt en daarna uitgebreid over het nieuws praat. „Nu durft het jongetje niet meer te vliegen, vind je het gek?”

Nee, volwassenen vergeten dat zij vaak vanuit hun eigen perspectief dingen uitleggen. En ze vergeten dat ze zelf een dosis levenservaring hebben. Wij weten dat dood betekent dat het voor altijd is, maar we kunnen ook relativeren, het in context zien.

Volgens Van der Wal is het belangrijk dat je goed naar je kind kijkt. Als het uit school komt, stel je vragen: was het leuk, wat heb je meegemaakt? Als het vrolijk vertelt over de lieve juf, dan is het goed. Als het somber boven een tekening hangt, dan vraag je of er wat is.

En als er dan wat is, een kind heeft over de aanslagen gehoord of er iets van gezien, dan ga je zitten, je luistert en je stelt open vragen. „Ga niet over eigen trauma’s of angsten praten.” En sluit af met iets positiefs. Ga samen een kleurplaat in kleuren voor de buurvrouw of doe de pop in bad.

Als kinderen vragen stellen over de aanslagen, moet je wel eerlijk zijn, meent Van der Wal. „Ontken nooit.” Zeg ook eerlijk dat zo iets in Nederland zou kunnen gebeuren, is haar advies. „Maar zet daar tegenover dat papa en mama er alles aan zullen doen dat het kind veilig is.” Als kinderen vragen of je bang bent, lieg dan niet. Dat voelen ze. „Zeg eerlijk dat je het ook spannend vindt. Maar stel daar weer iets positiefs tegenover.” Zeg bijvoorbeeld dat er ook veel lieve, zorgzame mensen zijn. Zoals de hulpverleners die de slachtoffers van de aanslagen meteen hielpen.

En nu komt volgens Van der Wal het belangrijkste: zorg dat je kind opgroeit in een stabiel en harmonieus gezin. Daar krijg je weerbare en veerkrachtige kinderen van.