65 Kinderen spelen in musical; Annie spelen is 'kei-leuk'

De musical 'Annie' is te zien tot en met 1 maart in Carré, Amstel 115-125, Amsterdam. Elke dag behalve op maandag en dinsdag. Inl. 070-3555591, Stardust Productions.

Blond, steil haar heeft ze. Net als bij de andere zeven meisjes moet haar haar daarom steeds opnieuw worden rood geverfd. Nathalie van Gent (bijna 12) uit Veghel is een van de acht 'Annies'. Ze speelt, zingt en danst de hoofdrol in de musical Annie over het zielige maar bijdehandte weesmeisje dat het hart van een eenzame miljonair steelt.

Kinderen mogen in Nederland maar twaalf dagen per jaar werken. Daarom zijn er acht Annies. Het was moeilijk om geschikte meisjes voor de rol te vinden. Annie komt eigenlijk uit Amerika en is nu vertaald. Er werden oproepen geplaatst in kranten om auditie te komen doen voor een rol. Dan laat je zien hoe je danst en horen hoe je zingt.

Nathalie zag de oproep in het Brabants Dagblad en schreef meteen een enthousiaste brief. Dansen en zingen doet ze de hele dag, “mijn broers worden er gek van”. Maar de Amerikaanse regisseur Martin Charnin, die ook hier aan de toneelspelers kwam vertellen hoe ze moesten spelen, vond alle Nederlandse kinderen te lang. Uiteindelijk koos hij morrend voor te grote meisjes. Die dan ook nog eens geen van allen natuurlijke rode krulletjes hadden.

Charnin is nu toch heel tevreden. Nederlandse meisjes kunnen wel goed zingen. “Ik heb dat geleerd in het kinderkoortje van mijn moeder,” vertelt Nathalie. “Daar traden we ook mee op, in buurthuizen, daarom ben ik nooit zo zenuwachtig.”

De musical is nu ook in Nederland een succes, omdat Annie zo grappig en lekker zielig tegelijk is, en de andere weeshuismeisjes ook. Elke Annie heeft haar vaste ploeg van zeven 'weeshuisvriendinnen'. In totaal doen er dus vijfenzestig kinderen mee aan Annie. Elke groep heeft apart de liedjes en dansjes ingestudeerd. Volgens Nathalie hebben de groepen nooit ruzie over wie het beste is. “Nee hoor, wij doen niet aan opscheppen,” zegt ze en schudt haar natte rode haar. “Alle andere Annies zijn mijn vriendinnen. Maar we zien elkaar bijna nooit. Iedereen blijft bij zijn eigen groep.”

De volwassen acteurs Will van Selst en Nelly Frijda zijn ook heel aardig, zegt Nathalie. Van Selst speelt de kale, barse miljonair die opgevrolijkt wordt door Annie. Nelly Frijda is de in-gemene weeshuisdirectrice. Nathalie kende haar al van tv en uit de films over de familie Flodder. In het echt is ze best lief, zelden boos en niet verwaand, vindt ze.

Onlangs begon Nathalies tweede Annie-jaar. Voor de dertiende keer in haar leven zat ze, op 8 januari, geduldig in een stoel om haar haar te laten verven. Samen met haar moeder was ze om zes uur opgestaan, om op tijd in Amsterdam te zijn. Tussendoor moest ze op tv in Koffietijd. Die avond zou de musical voor het eerst worden opgevoerd in het beroemde theater Carré. Het rook er een beetje naar tijgerpoep. Een paar dagen ervoor was het wereldkerstcircus vertrokken.

Nathalie vindt het nog allemaal steeds 'keileuk'. Al moet ze als Annie soms dingen zeggen zoals 'O gompie!' Het optreden is een beetje verslavend. “Ik word later misschien zangeres,” zegt ze. “Maar ik wil niet zo beroemd worden als Michael Jackson. Dan kun je niet eens meer over straat. Ik wil ook wel journalist worden. Voor tv. Maar eerst ga ik volgend jaar naar het gymnasium.”

's Middags oefende Nathalie nog even met de honden. Het zijn er twee, die om beurten de rol van zwerfhond Sandy moeten spelen. Een van de honden wordt donkerder geverfd, zodat ze vanuit de zaal niet uit elkaar te houden zijn. Buck en Lena heten ze in het echt, ze lijken op slordige herdershonden en komen uit het asiel. Een heleboel mensen wilden dat hun hond Sandy zou spelen, maar die honden waren allemaal al zo getraind dat ze niets nieuws meer konden leren. Buck en Lena reageren niet op de stemmen van de Annies, maar op hun handgebaren. Pas als Nathalie 'Sandy, kom!' roept én daarbij op haar knieën slaat, komt de hond.

“Ze zijn allebei heel gehoorzaam,” verzucht Nathalie. “Thuis heb ik een Maltheser leeuwtje. Nou, als je daar Zit! tegen zegt, gaat 'ie nog niet eens zitten.” Gelukkig hoeven de honden na de musical niet meer terug naar het asiel. Hun trainer zocht voor beiden passende woonruimte.