Zware kritiek op aanpak asbestprobleem Cannerberg

DEN HAAG, 22 JAN. De ministeries van Defensie en Sociale Zaken zijn ernstig tekortgeschoten bij de aanpak van de astbestproblemen op het NAVO-commandocentrum Cannerberg bij Maastricht. Er was sprake van een “ongecoördineerde aanpak” tussen Defensie, Sociale Zaken en de NAVO.

Dat stelt de werkgroep Asbestproblematiek Cannerberg van de Tweede Kamer, die onder voorzitterschap staat van D66'er J. Hoekema, in haar vanochtend gepresenteerde eindrapport.

De Cannerberg werd in 1992 gesloten. Volgens Defensie gebeurde dat in verband met de asbestvervuiling. Uit het rapport blijkt echter dat de NAVO vooral militair-strategische redenen had en dat het snelle vertrek mede lijkt te zijn ingegeven door de hoge kosten van de sanering van het asbest.

De werkgroep meent dat Defensie de problemen van asbest te lang heeft onderschat en op “te laag ambtelijk niveau” heeft behandeld. De Arbeidsinspectie heeft op haar beurt niet of nauwelijks op oproepen van Defensie gereageerd om in actie te komen. De Arbeidsinspectie heeft zich volgens de onderzoekers ten onrechte altijd verscholen achter de bijzondere internationale positie van de NAVO-basis om niet te hoeven ingrijpen.

Vooral het feit dat er tussen het wetenschappelijk vaststellen van de risisco's van asbest en het daadwerkelijk nemen van maatregelen vele jaren zijn verstreken, verbaast de werkgroep ten zeerste. Al in 1969 was het wetenschappelijk bewijs geleverd dat werken met asbest schadelijk is voor de gezondheid. Pas in 1992 werden er adequate maatregelen genomen om het personeel te beschermen. De Arbeidsinspectie waarschuwde in een advies uit 1971 al dat asbest een rol speelt bij het ontstaan van kanker.

In een reactie zegt staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) dat hij de conclusie van de parlementaire werkgroep onderschrijft. Hij erkent dat de betrokkenheid van de Arbeidsinspectie bij de asbestproblematiek “tot 1991 sterk te wensen heeft overgelaten.” De Grave overweegt een wettelijke inventarisatieplicht voor asbest in te voeren, omdat veel eigenaren van panden niet weten of abest aanwezig is.

Zijn collega van Defensie, Gmelich Meijling, zei vorig jaar al “dat Defensie niet altijd adequaat heeft gereageerd op waarschuwende signalen”. Volgens oud-staatssecretaris van Defensie Van Voorst tot Voorst kan Defensie er hooguit van worden beschuldigd dat onvoldoende instructie is gegeven over het dragen van maskers in de gangen van het commandocentrum. “Maar van de gevaren was iedereen op een gegeven moment op de hoogte. We hebben het hier over volwassen mensen die wisten dat het gevaarlijk was om daar zonder masker te lopen.”