Zuid-Korea

Aantal inwoners: 46 mln.

Oppervlakte (km2): 99.268

Inwoners per km2: 464.3

Hoofdstad: Seoul

Munt: Won

DAT HET elfde industrieland ter wereld, Zuid-Korea, failliet kon gaan, geloofde tot november bijna niemand. Maar naarmate de regering met steeds alarmerender cijfers over de buitenlandse schuld van het land naar buiten kwam, sloeg ongeloof om in paniek. Het geld spoot het land uit. Heel lang wachtten de autoriteiten met het erkennen van de diepe financiële crisis. Hoewel er al weken geruchten rondgingen, kwam het verzoek om financiële noodhulp aan het (IMF) eind november toch als een verrassing. Omdat het om geld bedelen zeer indruiste tegen het trotse karakter van de Zuid-Koreanen, die in fors tempo de wereldmarkt hadden veroverd met hun grote ondernemingen, hun auto's, staal, chips, textiel en schepen. Het gezichtsverlies werd nog groter door de omvang van het hulppakket, circa 58 miljard dollar.

Volgens het IMF bedroeg de totale Zuid-Koreaanse schuld zo'n 160 miljard dollar. De deviezenreserves van de Bank of Korea waren met 32 miljard dollar onvoldoende om de koers van de won langer te verdedigen. De won heeft in de crisisperiode nu ongeveer de helft van z'n waarde verloren.

Zuid-Korea's val is te wijten aan de onvoorwaardelijke overheidssteun die de grote conglomeraten - Samsung, Hyundai, Daewoo, LG en vele andere - steeds hebben genoten. De concerns, de chaebols, waren de pijlers onder het economische en exportsucces van Zuid-Korea, dat jaren achtereen groeicijfers van 7 procent en meer boekte. De ongebreidelde expansie van de chaebols werd door de banken, meestal op aanwijzing of op verzoek van de overheid, gefinancierd tegen veel te gunstige voorwaarden. De concerns waren vooral gericht op groei en marktaandeel. Winst was minder belangrijk. Een stagnerende afzet bij de chaebols zorgde voor een steeds grotere geldhonger waaraan de banken slechts konden voldoen door korte leningen af te sluiten in het buitenland. Zo zit Zuid-Korea met drie problemen: een onrendabel en uit z'n krachten gegroeid bedrijfsleven, een banksector die zucht onder slechte leningen en een nijpend tekort aan dollars om de buitenlandse kredieten af te lossen.

Het IMF kwam over de brug samen met de Wereldbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank en twaalf industrielanden, waaronder Nederland. Totnutoe is een aantal tranches van het krediet naar Seoul overgemaakt. Vlak voor Kerstmis ging het nog bijna mis. Vóór 1 januari moest een gigantische kortlopende buitenlandse schuld van Zuid-Koreaanse banken en bedrijven worden overgesloten of verlengd. Buitenlandse banken stemden, uit eigenbelang en mede onder druk van de Amerikaanse regering, in met die roll over. De kou was even uit de lucht, maar er moeten nog enkele tientallen miljarden dollars aan kortlopende schuld die in de komende weken en maanden vervalt, worden omgezet in langer lopende obligaties en/of staatsgegarandeerde kredieten.

Zoals gebruikelijk stelde het IMF zware voorwaarden aan de geldinjectie. De Zuid-Koreaanse economie moet ingrijpend worden gesaneerd en hervormd. De chaebols moeten fors afslanken. Verwacht wordt dat binnen een jaar een miljoen mensen op straat komt te staan. Ook de financiële sector gaat op de schop. Het IMF eist verder hogere rentetarieven, grotere toegang voor buitenlandse instellingen, meer transparantie over de monetaire situatie en betere boekhoudingen bij de bedrijven. Zuid-Korea moet eindelijk z'n beschermde en geïsoleerde veste openstellen voor de vrije internationale concurrentie. Dat doet pijn en leidt bij bevolking en vakbeweging tot anti-Westerse gevoelens.

Een complicatie is dat de crisis vrijwel samenvalt met het aantreden van een nieuwe president, de 74-jarige Kim Dae-jung. Hij staat voor de enorme opgave de sociale rust te bewaken en tegelijk te voldoen aan de opgedrongen deregulering.