Voorzitter PvdA: hogere uitkeringen

DEN HAAG, 22 JAN. PvdA-voorzitter en Tweede-Kamerlid K. Adelmund wil dat het kabinet een deel van de extra belastingmeevallers gebruikt voor verbetering van de koopkracht van langdurig werklozen. Zij gaat daarmee in tegen een afspraak van het kabinet dat extra meevallers worden benut voor vorming van een AOW-fonds.

De financieel-woordvoerders van VVD, D66 en oppositiepartij CDA vinden dat het kabinet zich moet houden aan de eerder gemaakte afspraken over de besteding van de meevaller. “Wij houden niet van contractbreuk”, aldus financieel-woordvoerder H. Hoogervorst (VVD). “Afspraak is afspraak”, zegt G. Ybema (D66).

Adelmund riep haar partijgenoot minister Melkert (Sociale Zaken en werkgelegenheid) gisteren op een verkiezingsbijeenkomst in Almere om snel maatregelen te nemen om de uitkeringen voor mensen die lang zonder werk zijn te verhogen. Daarnaast bepleitte zij dat werkenden op het laagste loonniveau meer gaan verdienen dan mensen met een uitkering.

Op het ministerie van Financiën wordt op dit moment de rekening over 1997 opgemaakt en de belastinginkomsten vallen voorlopig 1 à 1,5 miljard gulden hoger uit dan eerder was geraamd. De belastinginkomsten zijn hoger als gevolg van de relatief gunstige economische ontwikkeling. Dit betekent dat er meer geld binnenkomt via loonbelasting en winstbelasting. Daarnaast rekent Adelmund met lagere overheidsuitgaven als gevolg van de sneller stijgende werkgelegenheid, waardoor er minder wordt uitgegeven aan WW-uitkeringen.

De PvdA-fractie stelt zich anders dan het kabinet op het standpunt dat alleen meevallers die blijvend zijn, worden benut voor de vorming van het AOW-fonds. Met het oog op de vergrijzing van de bevolking wordt deze spaarpot gecreërd waaruit een deel van de stijgende AOW-lasten moeten worden betaald.“Wij zijn er altijd van uitgegaan dat we extra inkomsten die eenmalig zijn mogen verjubelen” zei vanmorgen fractiesecretaris Van Zijl. “Het zou natuurlijk te gek zijn dat de burger niets zou mogen merken dat het goed gaat met dit land.”