Vijftien jaar 'georganiseerde anarchie'

In de nadagen van de punktijd kraakte een groep kunstenaars een pand in de Amsterdamse Warmoesstraat. Ze maakten er een kunstencentrum van en noemden het W 139. Over dit centrum, dat nu vijftien jaar bestaat, maakte Martin Grootenboer de documentaire Double You Street.

Bermuda Driehoek. Jan Kempenaers, Jurriaan Molenaar en Katrine Hjelde. 17 januari t/m 15 februari. W 139, Warmoesstraat 139, Amsterdam, wo t/m zo,13-19u. 'Double You Street' is te zien in Rialto (Amsterdam) en binnenkort verschillende filmhuizen.

AMSTERDAM, 22 JAN. Het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief W 139 bestaat vijftien jaar. Inspiratie werd gezocht in de muziek en op de straat, en bijzonder aan dit kunstencentrum, want begin jaren '80 totaal ongebruikelijk, was dat het naast een tentoonstellingsruimte ook een werkplaats bood aan kunstenaars. Die ruimte, met een oppervlakte van 400 vierkante meter, onderging tijdens tentoonstellingen vaak een totale metamorfose. Mede-oprichter Ad de Jong: “Het idee was dat je in een soort futuristische ruimte kwam. Wij wilden eigenlijk dat je in een andere wereld kwam.” Maar van dit 'volledig willen benutten van de ruimte', zie je de laatste jaren weinig terug. Het wordt steeds meer een 'echte' expositieruimte, met keurig overzichtelijke tentoonstellingen. Zo opende afgelopen weekend in W 139 de tentoonstelling Bermuda Driehoek, met Jan Kempenaers, Jurriaan Molenaar en Katrine Hjelde.

Van de drie kunstenaars heeft alleen Hjelde zich laten inspireren door de ruimte. Op een van de wanden maakte zij een reusachtige monochroom van de voorzijde van een mausoleum. Precies op de hoogte waar zich volgens de symmetrische, klassieke architectonische wetten de deur zou moeten bevinden, maakt Hjelde gebruik van een bestaande deur in de achterzaal van W 139. In de steunpilaar van de zaal heeft ze kleine landschapsschilderijtjes aangebracht, ter grootte van een vingernagel.

Naar aanleiding van het vijftienjarig jubileum van W 139 maakte Martin Grootenboer de documentaire Double You Street. Daarin verwoordt kunstenaar Peter Giele in één zin de drijfveer voor de oprichting van het Amsterdamse kunstencentrum: “Er was helemaal geen sprake van kunstrecensenten of tentoonstellingmakers, dat speelde totaal niet mee. We waren gewoon onze eigen tentoonstellingmakers.” Niet afwachten maar zelf energie tonen, dat was belangrijk. In de nadagen van de punktijd roerde een groep kunstenaars zich tegen de in hun ogen verderfelijke kunstmarkt en leek het creëren van een eigen werk- en tentoonstellingsruimte onvermijdelijk: ze kraakten een leegstaand pand in de Warmoesstraat 139, aan de rand van de rosse buurt in Amsterdam. Want als je iets wilde veranderen, moest je je eigen koers varen. Geurt Imanse, hoofdconservator van het Stedelijk Museum, die door hen als vertegenwoordiger van 'het establishment' werd gezien, kan zich nog de druk bezochte kunstveilingen herinneren die één keer per jaar in W 139 werden georganiseerd: “Naast de eerste veiling werd het gewoon een avond waar je moest zijn. Iedereen die iets voorstelde in het wereldje was er.”

Double You Street leunt voor een groot deel op herinneringen van Peter Giele, Geurt Imanse, kunstenaar Rob Scholte (“Ik ben blij dat ik daar ben begonnen.”) en de godfather van W 139, Ad de Jong. De interviews met hen worden in de film afgewisseld met korte portretten van kunstenaars die van betekenis zijn geweest voor W 139 - onder wie Ulay, Titia Smit, Bas Oudt en Hans van den Ban.

Double You Street ging afgelopen week in première, maar het toeval wil dat er een week eerder al bij het VPRO-kunstprogramma Laat op de avond, na een korte wandeling... een uitzending te zien was over deze idealistische generatie, getiteld: Van een andere orde - een portret van een mentaliteit. En al is programmamaker Rob Schröder in deze aflevering uitgegaan van een ander, maar eveneens in de jaren '80 opgericht kunstenaarsinitiatief, Aorta, het handelt over precies dezelfde 'georganiseerde anarchie'. De alternatieve kunstscene beperkte zich destijds niet tot W 139. Aorta zetelde in het gekraakte Handelsbladgebouw in de Amsterdamse binnenstad en werd gezien als de gezonde concurrent van W 139. Andere initiatieven waren de Living Room - een spraakmakende galerie op 'drie hoog achter' - en het lokale Rabotnik-tv. Toch kan het niet toevallig zijn dat beide regisseurs tegelijk met een terugblik komen. Juist in deze tijd, waarin er naar inzicht van Ruimtelijke Ordening, en onder aanvoering van de Amsterdamse burgemeester Patijn, geen plaats meer is voor wild gefröbel in de marge - 'Patijnisme' heet het al in de volksmond -, worden vergelijkbare 'autonome zones' zoals het Vrieshuis Amerika en de Graansilo in hun bestaan bedreigd. In Van een andere orde klaagt kunstenaar Aldert Mantje daarover: “Dit is het laatste van wat er nog over is van plekken die via het kraken terecht zijn gekomen bij de juiste eigenaar.” De spoeling is dun tegenwoordig: er zijn nog maar weinig leegstaande panden over in Amsterdam waar interessante experimenten als de Pallet Club in het Vrieshuis - presentatie van beeldende kunst in het uitgaansleven - zijn te realiseren. Een nostalgisch gevoel kan zich dan opdringen.

Maar hoe noodzakelijk is het hebben van een eigen plek nog? Zou je kunnen stellen dat autonome zones, dus onafhankelijke, energieke kunstencentra, een snellere sociale evolutie veroorzaken dan de per definitie zielloze, door projectontwikkelaars bedachte plannen - of niet? En, is het 'ondanks' of juist 'dankzij' dat Patijnisme dat een initiatief als het dakloze Hit & Run - ééndagstentoonstellingen bij de mensen thuis - zo succesvol is?

Als een van de weinige kunstenaarsinitiatieven heeft W 139 de tand des tijds doorstaan. De wisseling van de wacht heeft zich vrij soepel voltrokken. In Double You Street zegt Theo Tegelaers, sinds drie jaar de eerste directeur van W 139, dat de inspiratie die er nu van de Warmoesstraat uitgaat, wél van een andere orde is: “Kunst kan overal plaatsvinden, het is helemaal niet meer zo aan ruimte gebonden. Kunstenaars houden zich ook veel minder met de hiërarchie van bepaalde ruimtes bezig. Ze zijn gewoon geïnteresseerd om hun werk te tonen op een goede plek, in een goede context. En die context kunnen wij hier creëren, zoals je die ook ergens anders zou kunnen creëren.”