Terreuraanslagen Noord-Ierland eisen weer mensenlevens

LONDEN, 22 JAN. Terreur in Noord-Ierland heeft gisteravond opnieuw drie slachtoffers geëist: een dode en twee zwaar gewonden. De afgelopen vier weken hebben paramilitairen al acht mannen vermoord. Daarmee herleven de dagen van vóór augustus 1994 toen er nog geen staakt-het-vuren van terreurorganisaties bestond.

De terreur richt zich tegen gewone, als vreedzaam bekend staande mensen die het waagden de scheidslijn te overschrijden tussen protestanten en katholieken, tussen unionisten en nationalisten. De 55-jarige Benedict Hughes die gisteren werd vermoord, was de enige katholieke werknemer van een protestantse handel in auto-onderdelen. De katholieke taxi-chauffeur Larry Brennan die twee dagen eerder doodgeschoten werd, was al eerder bedreigd omdat hij een relatie had met een protestantse vrouw.

Formeel verzetten zich alleen twee splintergroepen met geweld tegen het vredesproces in Noord-Ierland. Maar ook organisaties die zich officieel aan een bestand houden zoals het Ierse Republikeinse Leger (IRA), de Ulster Defence Association (UDA) en de Ulster Volunteer Force (UVF) neigen opnieuw naar de wapens. De politie heeft sterke aanwijzingen dat de protestantse UDA verantwoordelijk is voor de moord van gisteravond.

Ook het staakt-het-vuren van de IRA staat op losse schroeven door de recente liquidaties van katholieken en de laatste ontwikkelingen in het vredesoverleg. De terreurorganisatie verwierp gisteren in een verklaring de uitgangspunten die de regeringen van Groot-Brittannië en Ierland vorige week presenteerden voor een politieke regeling in Noord-Ierland. De IRA verweet de overheden dat ze waren bezweken onder de druk van unionisten die geen nauwere banden tussen Ierland en Noord-Ierland willen. De organisatie sprak van “een crisis in het vredesproces”.

John Hume, de leider van de nationalistische Social Democratic and Labour Party, probeerde de voorstanders van een verenigd Ierland gisteren gerust te stellen. Hij zei dat de Anglo-Ierse voorstellen “geen bedreiging” voor nationalisten en republikeinen vormen omdat ze nog aan wijziging en discussie onderhevig zijn. “Het gaat niet om een opgelegd dictaat.”

De bezwering van de SDLP-leider is belangrijk omdat Hume als één van de grondleggers van het vredesoverleg geldt. Hij heeft aan het begin van de jaren negentig groot politiek risico genomen door Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, te betrekken bij het vredesproces. Met zijn uitspraken van gisteravond steunde hij de Ierse regering en deed hij een dwingend beroep op Sinn Fein.

De vredesbesprekingen worden volgende week voortgezet in Londen en moeten vóór mei leiden tot een politieke regeling die in een referendum aan de Noord-Ierse bevolking wordt voorgelegd. De Anglo-Ierse voorstellen voor een overeenkomst gaan uit van beperkt zelfbestuur voor Noord-Ierland, versterking van de banden tussen Ierland en Noord-Ierland en de vorming van een raad voor de Britse eilanden.