Paus wil dat de wereld naar hem luistert

Paus Johannes Paulus II wil een wereldleider zijn. Daarom heeft hij inmiddels meer dan een miljoen vliegkilometers en tachtig buitenlandse reizen op zijn naam staan.

ROME, 22 JAN. In de tuinen van het Vaticaan staat een klein stukje van de Muur van Berlijn met daarop een tekening van een kerk in het voormalige Oost-Berlijn. Ernaast is een plakkaat aangebracht met een uitspraak van de paus: “Vreest niet. Open de deuren voor Christus, voor zijn macht tot verlossing, open de grenzen van de staten en van de economische en de politieke systemen. Vreest niet.”

Het is een huismonument voor de man die direct na zijn uitverkiezing tot paus, in oktober 1978, duidelijk maakte dat Rome en Italië te klein voor hem waren. Zijn voorgangers kwamen Italië nauwelijks uit. Maar Johannes Paulus II wilde een wereldleider worden. Daarom heeft hij inmiddels meer dan een miljoen vliegkilometers en tachtig buitenlandse reizen op zijn naam staan.

Zijn status als frequent flyer is een van de kenmerken van zijn pausschap. Bijna overal is hij geweest. Als aanvoerder van een in religie verpakte maar daarom niet minder politieke kruistocht tegen het communisme. Als vredesstichter. Of als pastoraal zielzorger die de Romeinse kerk dichter bij de mensen wilde brengen en vlak na zijn uitverkiezing zei: “Ik wil naar iedereen toe, naar de zieke in zijn bed, naar de actieve man in de kracht van zijn leven, naar de onderdrukten, de vernederden.”

De drang om zijn boodschap persoonlijk over de wereld uit te dragen, is nauwelijks verminderd in de loop der jaren. Sinds hij in 1994 zijn heup brak, valt hij niet meer op zijn knieën om de grond te kussen van een land dat hij voor het eerst bezoekt. Maar ondanks zijn 77 jaar, de ziekte van Parkinson en zijn verslechterde gezondheid blijft hij in het vliegtuig stappen.

Veel van zijn reizen stonden in het teken van zijn kruistocht tegen het communisme. Karol Wojtya was nog geen drie maanden paus of hij vertrok al voor zijn eerste buitenlandse reis, naar Mexico. Hij wilde persoonlijk de Latijns-Amerikaanse bisschoppen dwingen om afstand te nemen van de bevrijdingstheologie, in zijn ogen een mislukte en gevaarlijke poging om Marx en Jezus te verzoenen.

Een andere symbolische reis was naar Nicaragua, in maart 1983, waar toen de linkse sandinisten aan de macht waren. Het opgeheven vingertje tegen minister-priester Ernesto Cardenal was een bemoediging voor de tegenstanders van de sandinisten. Het is opvallend dat de paus op economisch gebied evenveel afstand houdt van het communisme als van het 'pure' kapitalisme, maar in zijn politieke boodschappen nooit zo duidelijk de vinger heeft opgeheven tegen rechtse dictaturen in Latijns Amerika.

Zijn faam als 'wraakengel van het socialisme, communisme en revoluties', die Fidel Castro gisteren in herinnering riep, heeft Johannes Paulus II vooral opgebouwd in zijn reizen naar zijn vaderland Polen. Zijn eerste bezoek, in de zomer van 1979, zorgde voor een klimaatsomslag. Het communistische bewind leek ineens minder eeuwig en onaantastbaar. De paus heeft voortdurend de typisch Poolse mengeling van patriottisme en religie gevoed waaraan de Poolse vakbond Solidariteit veel van zijn kracht ontleende. Op zijn veelvuldige bezoeken aan Polen heeft hij nooit de frontale aanval gezocht, nooit haast willen maken. Maar zijn voortdurende steun voor Solidariteit heeft het idee dat verandering mogelijk was, levend gehouden. Zo heeft Johannes Paulus er veel toe bijgedragen dat de Poolse communisten als eersten in Oost-Europa het veld moesten ruimen.

“Ik ben geen profeet”, zei de paus in het vliegtuig naar Havana op een vraag of Cuba een tweede Polen wordt. Hij heeft duidelijk gemaakt dat zijn strategie dezelfde is: meer ruimte vragen voor de katholieke kerk en zo de oppositie tegen het regime zichtbaarder, sterker en zelfverzekerder maken. Maar weer wil hij niets forceren. “Wie genoeg tijd heeft om te zien, zal zien.”

Zijn anti-communistische reizen hebben de meeste aandacht gekregen, maar de paus heeft ook andere politieke reizen gemaakt. Hij heeft er consequent aan gewerkt de Heilige Stoel een grotere rol te geven in de internationale politiek. Zo heeft hij een paar keer geprobeerd op te treden als vredestichter. In 1982 maakte hij een reis naar Groot-Brittannië en Argentinië, die verwikkeld waren in een oorlog over de Falkland-eilanden. Vier jaar later bezocht hij Chili ter bekroning van de succesvolle bemiddeling van het Vaticaan in het conflict tussen Chili en Argentinië over het Beagle-kanaal.

In het verleden reisden pausen niet, of ze moesten op de vlucht zijn voor politieke vijanden. Paus Paulus VI was de eerste paus sinds de napoleontische oorlogen die voet buiten Italië heeft gezet. Hij heeft in de jaren zestig negen buitenlandse reizen gemaakt, meestal korte bezoekjes van twee tot vier dagen. Johannes Paulus II was alleen al in zijn eerste jaar als paus bijna net zo lang buiten Italië als Paulus VI in al de vijftien jaar van zijn pontificaat.

In Azië en Afrika kwam de paus in de eerste plaats als priester. Die reizen passen in zijn missionaire taakopvatting om Gods woord over heel de wereld uit te dragen. Hij wil daarmee ook het eurocentrisme doorbreken dat eeuwenlang de katholieke kerk heeft gekenmerkt, en meer aandacht besteden aan de schaarse 'groeimarkten'.

Op alle pausreizen worden massale missen georganiseerd. Johannes Paulus II hecht daar zeer aan, ook al is hij soms zo vermoeid dat hij wat lijkt te dommelen in zijn stoel. De open-luchtmissen maken hem zichtbaar en vergroten zijn gehoor. Dat is het hoofddoel van zijn reizen. Johannes Paulus II wil dat de wereld naar hem luistert. Of zijn boodschap nu politiek of pastoraal is.