Nu nog nieuwer

Wat werkt de overheid toch zuinig en doelmatig vergeleken met het bedrijfsleven. Neem de voedselindustrie. We klagen wel eens over een schouwburg of een metrolijn die een paar miljoen duurder uitvalt, maar wat te denken van de miljoenen die er worden gestoken in het bedenken en produceren van zaken als zoutjes, smoorsauzen, frisdranken, tussendoortjes en soepen? De helft van die nieuwe producten haalt niet eens de winkelschappen en negentig procent is na een jaar al weer uit de handel verdwenen.

Miljarden zijn er gepompt in gaten in de markt die er niet blijken te zijn.

Toch proberen de producenten het steeds weer. 'Nieuw', 'verbeterd', 'nu nog lekkerder', in de supermarkt zijn er elke maand tientallen producten die met zulke aanprijzingen de weg naar de consument moeten vinden. Gedenkwaardig is het Franse Président dat bij de introductie van zijn vierkante camembert op de verpakking zette: 'Nieuw, nu ook voor op de boterham'. Maar niets heeft ooit het etiket op de Spagheroni van fabrikant Heinz overtroffen: Pastasaus Tradizionale 'Nieuw recept'.

De fabrikanten moeten een blinde vlek hebben voor overbodigheden. Bij het zien van zaken als speciale bouillonblokjes voor het pastakookwater denkt een normaal mens toch meteen: 'Dat wordt niks'.

Het paradigma van de voedselindustrie lijkt te zijn dat we onmogelijk buiten nieuwe producten kunnen. En dat terwijl de consument in zijn diepste wezen heel conservatief is. Bloemkool en gehaktballen, daar houden Nederlanders het meest van. Angst voor het nieuwe zit er diep in bij de menselijke soort. We zijn er niet voor niets de evolutie mee door gekomen. De soort zou verdwenen zijn als we al het eetbaar lijkende nieuwe dat we aantroffen in de mond hadden gestoken.

Vroeger moet er zoiets hebben bestaan als een culinaire avant-garde, een groep van avontuurlijke vóórproevers. Eerst was dat de maatschappelijke elite, later een gastronomische elite die op onderzoek uitging en de weg bereidde voor een groot publiek. Nu bereiken veel nieuwe producten nooit de zwijgende dooreters van bloemkool en gehakt. Er is geen voorhoede meer, maar een subcultuur van mensen die zich voortdurend op het nieuwe storten, het onderzoeken en het weer wegwerpen. Ze zijn niet langer de wegbereiders voor de massa, maar ze effenen slechts het pad voor de volgende trend. Ze zien 'nieuw' als een op zichzelf staande kwaliteit.

De boodschappers van het al het nieuws op kook- en eetgebied zijn bladen als Tip Culinair. In het januarinummer staat veertig maal het woord 'nieuw', negenendertig maal het woord 'trend(y)' en twaalf maal kwalificaties als 'in opmars'. Meer nog dan lekker, slank, snel en gezond is nieuw een aanbeveling. Nu is het lastig elke maand weer een blad vol recepten aan de thuiskok te brengen. De redactie zal toch tenminste de indruk moeten wekken dat er van alles te ontdekken valt. Koppen als 'Bloemkool op herhaling' en 'Hè, alweer gehakt' wakkeren de verkoop niet aan.

Van alles is er nieuw deze maand: 'gestapelde savoye kool', 'de ruimte om het fornuis wordt steeds meer open', 'fusionkeuken', 'Chinees afslanken' (met stokjes, dan eet je langzamer) en zelfs 'groentesoep'.

'Nieuw' komt in soorten. Er is 'echt nieuw', iets dat er nog niet was, zoals mini-paprika's. Er is 'hier nieuw', iets dat voor ons nieuw is maar elders al lang bestaat, zoals American cookies. En er is 'opnieuw nieuw', iets dat er al lang is maar nu opnieuw in onze belangstelling wordt aanbevolen, zoals koolraap. Dat heet dan 'nieuw klassiek'.

Het gaat ook verbazingwekkend snel met die trends. In de rubriek 'Trendkrant' signaleert de redactie dat 'wit' weer helemaal terug is met kleuraccenten in zwart, mokka en bruin. Maar enkele pagina's verder is 'wit' al weer helemaal verdwenen. Volgens de 'Keukentrends voor 1998' zijn de nieuwe modekleuren pastel, oranje en blauw.

Als de echte trendwatchers het spoor al zo snel kwijt zijn, hoe moet het dan met de eenvoudige consument? Er moet een equivalent zijn van het syndroom van Stendhal. Zoals hij bevangen werd door een teveel aan schoonheid, loopt de hedendaagse consument gevaar door een teveel aan nieuw.