Negende symfonie van Bruckner overrompelend

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. M.m.v. Frank Peter Zimmermann. Bruckner, Negende symfonie, Berg, Vioolconcert. Gehoord: 21/1, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling vandaag. Uitzending: 31/1, Avro Radio 4, 14u.

Willem Mengelberg dirigeerde haar elf keer, Eduard van Beinum achttien maal en Bernard Haitink 35 keer, zo is te lezen in het boek Bruckner en het Koninklijk Concertgebouworkest. De huidige chefdirigent, Riccardo Chailly, heeft intussen vijf maal de Negende symfonie van Anton Bruckner bij het Koninklijk Concertgebouworkest gedirigeerd. Vandaag volgt de zesde uitvoering van deze onvoltooide zwanenzang, waarin Bruckner meer dan honderd jaar geleden, waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen, een aanzienlijk stuk van de muziekgeschiedenis van onze eeuw in kaart heeft gebracht.

Met wat goede wil is in het besluitende Adagio van de Negende symfonie de twaalftoonsthematiek te horen die Arnold Schönberg in de jaren twintig zou systematiseren. De strijkersnevel waarmee de symfonie begint, is een voorbode van de rusteloos trillende toonweefsels die György Ligeti nog weer decennia later zou bedenken. En in het tussenliggende Scherzo van de Negende hoor je al het stampvoeten van Stravinsky's Sacre.

Het combineren van Bruckners Negende symfonie met het twaalftoons Vioolconcert van Alban Berg leek daarom op papier lang zo gek nog niet. Daarmee zou de visionair de tijdspiegel van later worden voorgehouden, als het ware. Deze programmatische combinatie viel in de concertzaal echter tegen. Terwijl in de uitvoering van Bruckners symfonie de klop op de deur van de nieuwe tijd zo intens kon worden ervaren, klonk juist dat 'nieuwe' uit de muziek van Berg gedateerd. Het Vioolconcert leek niet te zijn geschreven in 1935, maar in 1899, de tijd van Schönbergs hyperromantische Verklärte Nacht.

De uitvoering van het Vioolconcert kwam aarzelend op gang, maar vooral klonk het allemaal wat te zoetgevooisd. Tè esthetisch. Lag het aan de ingetogenheid waarmee er werd begeleid; lag het aan de wat tè introverte vertolking door de 33-jarige violist Frank Peter Zimmermann? Zijn toon is mooi geslepen, maar aan zijn gestiek te zien, leek hij een bruisender vertolking en één met meer emotie voor ogen te hebben.

De symfonie van Bruckner had die overrompelende emotie meestal wel. Het eerste deel moge niet geheel optimaal geproportioneerd zijn geweest, de blazers te luid boven de strijkersnevel en de contrasten nog wat gepolariseerd, maar als luisteraar werd je desondanks meegezogen in die diepgevoelde klankwereld van Bruckner-de-visionair.