Nederlandse bedrijven

Een rondgang langs hoofdkantoren van een aantal Nederlandse bedrijven, plus een blik in kranten en vakbladen van de afgelopen weken, leert dat veel ondernemers de effecten van de Azië-crisis op hun eigen activiteiten niet al te somber inzien. Dit houdt ongetwijfeld verband met de relatieve beperktheid van de Nederlandse belangen in de opkomende Aziatische markten.

Maar het valt gedeeltelijk ook te verklaren uit de natuurlijke neiging van ondernemingen om de eigen problemen zo lang mogelijk binnenskamers te houden. De correspondent van NRC Handelsblad in Singapore bezocht vorige week de nieuwjaarsreceptie van de Association of Dutch Businessmen, waar hij kon noteren dat het Nederlands bedrijfsleven wel degelijk stevig lijdt onder de crisis in Azië - alle officiële mededelingen ten spijt. “Ik probeer te redden wat er te redden valt in mijn business”, zei een Nederlandse zakenman, directeur van een concern dat handelt in ruwe materialen voor de bouw. Getroffen Het aantal Nederlandse ondernemingen dat er publiekelijk voor uitkomt te zijn getroffen door de crisis lijkt vooralsnog op de vingers van een paar handen te tellen. Kabelproducent NKF stelde zijn winstverwachting afgelopen maand naar beneden bij, mede onder druk van een scherpe daling van de vraag in Azië. In Maleisië kan één van de belangrijkste afnemers van glasvezelkabels waarschijnlijk niet op tijd aan zijn betalingsverplichtingen en inkoopafspraken voldoen. Ook is de vraag naar kabels in de regio de laatste maanden scherp gedaald. De winst van NKF verschrompelt van 44 miljoen in 1996 tot 5 miljoen afgelopen jaar. Thomassen International (energiecentrales en gasturbines) kondigde eerder deze maand aan dat een deel van de 850 arbeidsplaatsen op de tocht komt te staan door het uitblijven van orders uit Azië. De KLM maakte onlangs bekend dat de bezetting van lijndiensten naar het Verre Oosten in december met zo'n 4 procent was gedaald. Vooral de animo van Aziatische zakenreizigers zou teruglopen.

Heineken

Er zijn bedrijven die erkennen dat ze in Azië in moeilijk vaarwater zitten, maar dat ze de effecten van de crisis op de eigen resultaten nog niet kennen. Zoals bierbrouwer Heineken, waarvoor de gevolgen per saldo negatief lijken, zo constateert woordvoerder K. Woltjes. Heineken bezit een meerderheidsbelang in de grootste nationale brouwer van Indonesië, Multi Bintang Indonesia, produceert met de Singaporese brouwer Fraser & Neave in een aantal andere landen in de regio, en exporteert vanuit Nederland het Heineken-pils naar Azië. De daling van de koopkracht in Azië, forse accijnsverhogingen in met name Indonesië en prijsstijging van het Heineken-importbier uit het Westen (resultante van de devaluaties van de lokale munteenheden) “zullen een uitwerking op het bedrijfsresultaat van Heineken hebben”, erkent de woordvoerder. De precieze effecten worden in maart bekendgemaakt bij de presentatie van de jaarcijfers.

Positieve effecten

Andere Nederlandse bedrijven met belangrijke activiteiten in Azië doen lang niet zo somber. Machinebouwer Stork bijvoorbeeld zegt dat de 9 procent omzet in Azië voorlopig niet in gevaar komt. “De meeste machines worden gebruikt voor de productie van primaire levensbehoeften. Die zijn niet echt vatbaar voor een conjuncturele dip”, zo liet het bedrijf onlangs in de pers weten. Ook het handelshuis Hagemeyer verklaarde vorige maand ervan uit te gaan dat de schade beperkt blijft. Hagemeyer haalt vier miljard gulden omzet in Azië, 25 procent van de totaal. Topman A. Land bestempelde de invloed van de Azië-crisis op de winst van Hagemeyer in december als 'peanuts'. (Wel verkoopt het Hongkongse First Pacific onder druk van de financiële crisis in Azië haar 40 procents belang in het Naardense handelshuis.)

Ahold Voor kruideniersconcern Ahold, relatieve nieuwkomer op de Aziatische markt, heeft de crisis op korte termijn louter positieve effecten, meent woordvoerder H. Gobes. “Ahold investeert in de regio en is nog in een opbouwfase. We ervaren vooral opportunities omdat wij nu tegen lagere kosten de expansie in hoog tempo kunnen voorzetten.” Ahold haalde vorig jaar in China, Singapore, Thailand, Malesië en Indonesië met haar winkelformule Tops een gezamenlijke omzet van 0,9 miljard gulden. De kruidenier verwacht in het jaar 2000 het break even point te bereiken. De devaluatie van de locale munten in Azië bieden kansen op goedkopere overnames en maken locaal produceren aantrekkelijker wegens goedkopere grondstoffen en arbeidskrachten. Nutricia President-directeur Van der Wiel van Nutricia, producent van babyvoeding met onder meer belangen in Indonesië, houdt elk bedrijf voor 'dom' dat nu niet zijn kans grijpt en op zoek gaat naar potentiële overnamekandidaten. Nutricia had zèlf afgelopen najaar juist overeenstemming bereikt over een bod op de aandelen van zijn Indonessiche branchegenoot Sari Husada toen de financiële crisis in Indonesië zich aandiende waardoor Nutricia het bedrijf voor aanmerkelijk minder geld in handen krijgt dan wanneer de crisis in het Verre Oosten de rupiah ongemoeid had gelaten. Van der Wielen spreekt van “een prettige bijkomstigheid”.

Multinationals

De grote multinationals als Shell, Unilever en Philips - verreweg de belangrijkste Nederlandse investeerders in het Verre Oosten - houden zich tot nog toe op de vlakte als het gaat om de effecten van de crisis. Voor Philips was Azië de laatste jaren de belangrijkste groeimarkt, bevestigt woordvoerder B. Geerts. De omzet in dit werelddeel (inclusief de Pacific) groeide de afgelopen jaren gestaag tot 13,5 miljard gulden in 1996, bijna 20 procent van de totale concernomzet. Philips is actief met productie èn verkoop in vrijwel elk land in de regio, met name in China, Taiwan, Singapore en Hongkong. Over de effecten van de crisis laat de woordvoerder zich niet uit vóór publikatie van de jaarcijfers, volgende maand. Ook voor Unilever was de regio Azië en de Pacific de afgelopen jaren de snelste groeier. De omzet in dit gebied (Azië en de Pacific) steeg tussen 1992 en 1996 van 7,3 miljard naar 12,6 miljard gulden, circa 15 procent van het totaal. De bedrijfswinst in de regio verdubbelde in dezelfde periode naar een miljard. Overzichtscijfers over Shells activiteiten in Azië zijn niet te krijgen. De vorige week in het nieuws gekomen plannen voor de bouw en exploitatie van een olieraffinaderij met een petrochemische fabriek en bijbehorende haven- en opslagfaciliteiten in Zuid-China illustreren evenwel in welke omvangrijke bedragen Shell kan denken. Samen met haar Chinese partners wil de Brits/Nederlandse oliemaatschappij 12 miljard gulden in het project gaan investeren.

Aannemers

Azië is voor de Nederlandse aannemers de grootste markt voor directe export, zegt H. Hangelbroek, directeur van de Vereniging van Aannemers met Belangen in het Buitenland (NABU). Afgelopen jaar verzetten de grote bij NABU aangesloten aannemers gezamenlijk voor 900 miljoen gulden aan directe export op het Verre Oosten. In Europa was dat 840 miljoen, en in het Midden Oosten 805 miljoen. De crisis in Azië bij de Nederlandse aannemerij dan ook hard aankomen. De Aziatische Tijgers hebben nu al verschillende ambitieuze infrastructurele projecten in de ijskast gezet. Hangelbroek verwacht echter op korte termijn weinig negatieve effecten voor de Nederlandse aannemerij. “Mocht de crisis in Azië langer aanhouden, dan zullen de gevolgen pas op zijn vroegst volgend jaar merkbaar zijn. Want lopende projecten worden veelal gewoon afgerond. Een brug bouw je niet van de ene op de andere dag.”

Banken

Het Nederlandse bankwezen had eind juni 1997 totaal zo'n 86 miljard gulden aan private kredieten uitstaan in Azië, zo blijkt uit gegevens van De Nederlandsche Bank. De banken doen niet dramatisch over de gevolgen van de crisis voor hun eigen activiteiten. “We hebben niet meer dan zo'n 7 procent van onze totale private kredietverlening uitstaan in de regio die nu is getroffen door de financiële crisis”, zegt H. Blocks, directeur van de Nederlandse Vereniging van Banken. “Dat zijn lang niet allemaal risico-leningen, want een deel is verzekerd, een deel is geleend aan locale dochters van gezonde multinationale ondernemingen als Shell en Unilever, een deel is co-financiering met organisaties als de Wereldbank en daarom minder risicovol, en een deel staat uit tegen onderpand', aldus Blocks. Daarbij komt dat bijna de helft van de kredieten uitstaat in landen die niet direct door de crisis zijn geraakt. Achttien miljard op Singapore, 15 miljard op Hongkong en 3 miljard op Taiwan. “Daarnaast staat op Japan nog eens 25 miljard uit, waarvan wij niet ongerust zijn over terugbetaling”, zegt Blocks. “Alles bij elkaar valt het risico voor het Nederlandse bankwezen buitengewoon mee.” De ABN Amro, de bank die haar wortels heeft in de Verenigde Oost-Indische Compagnie, ziet zelfs een lichtpuntje in de crisis, zo blijkt uit een interview met banktopman Kalff in het blad Beleggers Belangen. De vestigingen van ABN Amro in Azië hebben de laatste maanden namelijk een grote toestroom te verwerken gekregen van locale spaarders op zoek naar een veilige haven. Blocks noemt dit effect “een doekje voor het bloeden”.