Jonge Turkse homo's voelen zich 'eindelijk vrij'

Drie maanden geleden opende de Turkse homo-organisatie Ipoth in Amsterdam een opvanghuis voor homo's die willen onderduiken. Inmiddels staan er 146 mensen op de wachtlijst. “Eindelijk vrij.”

AMSTERDAM, 22 JAN. Liever speelde Dogan (23) als klein jongetje met de spulletjes van zijn zus. Hij voelde dat hij anders was. Onbespreekbaar anders. Zijn hele leven liep hij thuis rond met “een masker dat elke dag zwaarder werd”. Te zwaar. Nu zit hij ondergedoken in het homo-opvanghuis van de Turkse homo-organisatie Ipoth. Zijn huisgenoten spreekt hij onophoudelijk aan met 'lieverd' en 'schat' (“Schat, laat me nou eens uitspreken” en “Lieverd, jij moet net zo goed afwassen”.) Behalve vloeibare make-up durft hij nu ook eye-liner te gebruiken. “Ik ben eindelijk vrij.”

Drie maanden geleden opende de Turkse homo-organisatie op een geheime plek in de Amsterdamse Bijlmer een opvanghuis voor homo's die in hun omgeving niet kunnen uitkomen voor hun seksuele voorkeur. Ook travestieten of moslimmeisjes die geen maagd meer zijn, kunnen er terecht. Dat wil zeggen, er zijn vier kamers, en inmiddels staan er 146 mensen op een wachtlijst.

Het Ipoth heeft ook plannen om in Rotterdam en Utrecht een opvanghuis te openen, alleen is vooralsnog de financiering niet rond. Het Ipoth is voor het opvanghuis afhankelijk van donaties. Wethouder J. van de Giessen (Zorg en Emancipatie) zegt nog geen subsidieverzoek voor het opvanghuis te hebben gezien, maar ze staat er “welwillend” tegenover.

Kopje koffie erbij en vertellen. Gewoon erover praten, dat is wat Nederlandse hulpverleners altijd zeggen. In de verveloze huiskamer zonder gordijnen moeten ze er hard om lachen. “Voor Nederlanders is coming-out het moment waarop ze hun omgeving laten weten wie ze zijn”, zegt Ipoth-directeur en coördinator van het opvanghuis C. Ariklar. “Maar voor ons is coming-out het moment waarop we zelf onze eigen identiteit accepteren.” Op zijn schoot frunnikt de 16-jarige Somalische travestiet Pearl aan haar kunstvlechtjes. Ariklar prikt plagend in haar nepborsten. Achter het raam raast het verkeer op de A9 voorbij. Hier proberen Pearl, de Turkse jongens Dogan en Murat en de Nederlandse Michiel hun coming-out te verwerken.

De opvang is “para-professioneel”, zegt Ariklar die zelf de workshops 'krachtig positief denken' en 'neurolinguistisch programmeren' geeft. Hij zelf moet zijn studie pedagogiek nog afmaken. Een Turkse lesbische sociaal werkster is 24 uur per dag aanwezig, maar wil wegens persoonlijke problemen niet meewerken aan een artikel voor de krant. Politie en kinderbescherming zijn op de hoogte van de verblijfplaats van de jongens.

Murat (19) gaat sinds kort af en toe wel weer eens naar zijn ouderlijk huis. Hij heeft zijn ouders wijsgemaakt dat hij op kamers woont, maar dat ze niet kunnen langskomen, omdat hij nog aan het opknappen is. Liegen gaat hem makkelijk af. Hij is vaak van huis weggelopen en tegen politie en het JAC verzon hij van alles en nog wat om maar weg te kunnen blijven: hij werd mishandeld door zijn vader, of stond op het punt om uitgehuwelijkt te worden. Dan weer kon hij zogenaamd niet met zijn zusje opschieten. “Je zoekt naar duizend en één excuses om maar weg te blijven.”

Een Oprah Winfrey-show had voor hem de doorslag gegeven. Die avond ging het over jonge homo's en hun coming-out. Zijn ouders, ooms en tantes en neefjes en nichtjes wilden liever naar het Turkse net kijken. Murat wilde per se de Amerikaanse talkshow zien. Omdat hij “nogal verwend” is, kreeg hij zijn zin. Hij wilde de sfeer aftasten. Dat viel tegen. Honden waren het. Erger nog, zelfs dieren vertoonden niet zo'n gedrag.

Na die uitzending besloot Murat voor het eerst weg te lopen. “Het is zo dubbel allemaal”, zegt hij. Zijn beste vriend is een homoseksuele Hindoestaanse jongen en “duizend keer zo nichterig als ik ooit zijn kan”. “Met nagellak en kettinkjes en zo, maar hij is altijd welkom geweest bij mij thuis. Mijn ouders zijn niet heel erg dom. Het zijn moderne Turken. Die hadden heus wel van homo's gehoord.”

Het zijn niet alleen streng orthodoxe Turken voor wie homoseksualiteit een taboe is, zegt de progressieve imam Abdulwahid (Wouter) van Bommel. “Of je nu progressief of orthodox bent, je bent Turks. Het is de Turkse identiteit die een claim legt op eer en schande. Iemand die in Turkije opgroeit is nu eenmaal in zijn hele wereld en levensvisie beïnvloed door bepaalde zedelijke en ethische opvattingen die al eeuwen lang worden doorgegeven. Net als in Nederland waar veel waarden en normen hun oorsprong in het christelijk geloof vinden.”

Ook progressieve Turken bespreken volgens Van Bommel altijd alles in de 'grootfamilie', een uitgebreid netwerk van ooms en tantes, neven en nichten. Over homoseksualiteit praat je niet. “Als het toch gebeurt, is het gezin voor het eerst op zichzelf teruggeworpen. De ouders worden opeens met elkaar geconfronteerd. Ze hebben de taal ook niet om erover te praten.”

De ouders willen hun kind het liefst 'genezen'. Van Bommel geeft het voorbeeld van een Marokaans meisje dat haar ouders had verteld over haar seksuele voorkeur. Ze kwamen met allerlei methoden om haar te helen: van demonenuitdrijving en kruidenbaden tot een bezoek aan de huisarts. “Maar in de loop der jaren is ze weer hun dochter geworden. Het is vaak een kwestie van tijd.”

Van Bommel ziet wel een tolerantere sfeer ontstaan, zowel in Turkije als in de Turkse gemeenschap hier. Dat is volgens hem vooral te danken aan de pioniersrol van populaire Turkse artiesten, zoals de inmiddels overleden homoseksuele klassieke zanger Zeki Müren en de bij brede lagen van de bevolking geliefde transseksueel Bülent Ersoy.

Van Bommel: “Maar als je kijkt naar de grote behoudzuchtige middengroep, dan gaat het niet verder dan het aanvaarden van homoseksualiteit in het kader van de Europeanisering. Als het echt op eer aankomt, gelden oude normen.”

In de galerijflat in de Bijlmer mist Dogan zijn familie. Ze denken dat hij in het buitenland zit. Vanaf een vakantieadres heeft hij een brief gestuurd. “Ik heb altijd een hele goede band met ze gehad”, zegt hij. Ooit gaat hij het vertellen.

De namen van de jongeren zijn op hun verzoek gefingeerd.