Japan

Aantal inwoners: 126 mln.

Oppervlakte (km2): 337.819

Inwoners per km2: 332,9

Hoofdstad: Tokio

Munt: Yen

DE JAPANSE MINISTER van Financiën, Hiroshi Mitsuzuka, zei afgelopen vrijdag dat hij “open staat voor alle goede adviezen” om de Japanse economie weer op gang te krijgen. Deze uitspraak karakteriseert de situatie waarin Japan zich bevindt: niemand lijkt het antwoord te hebben op de vraag hoe de economische groei weer op gang kan worden gebracht.

De Japanse economie staat er momenteel niet florissant voor, maar de situatie is geenszins te vergelijken met de andere Oost-Aziatische economieën die in problemen zijn geraakt. Japan heeft als vanouds een groot handelsoverschot en zwemt zodoende in de buitenlandse valuta. Het land heeft de grootste dollarvoorraad ter wereld en zal dus nooit een hulppakket van het IMF nodig hebben, zoals Thailand, Indonesië en Zuid-Korea. Eerder het tegenovergestelde: als Japan ooit kwaad zou willen, zou het de dollar èn de Amerikaanse economie in het ravijn kunnen laten storten door Amerikaanse staatsobligaties ter waarde van zo'n 300 miljard dollar in één klap te verkopen.

De economische groei kwam in Japan nagenoeg tot stilstand na het springen van de 'zeepbel' in 1990: de enorme hausse in de ontwikkeling van de grond- en aandelenprijzen was voorbij. Speculanten en onroerend-goedontwikkelaars kwamen in grote financiële problemen en zadelden de Japanse banken op met een berg oninbare leningen. Maar geen enkele bank ging aanvankelijk failliet en de ware omvang van de problemen bleef onduidelijk. Sinds de crisis van de jaren dertig hanteert het Japanse ministerie van Financiën namelijk de ongeschreven wet van het 'konvooi-systeem': het waakt als een Moeder de Gans over het konvooi van banken en tolereert geen faillissementen om chaos te voorkomen. Ook na 1990 bracht de overheid dit principe in de praktijk.

In vijf jaar tijd pompte de overheid sindsdien 67 biljoen yen (1.030 miljard gulden) in de economie in de hoop dat de groei zou aantrekken, de beurs zou herstellen en de banken vanzelf uit de problemen zouden komen. Dankzij deze stimulering kende Japan in 1996 nog een groei van 3,6 procent, maar het gewenste effect bleef uit: over 1997 zal de groei uiteindelijk onder de 1 procent blijven. De banken zitten nog steeds met veel slechte leningen en de overheid heeft zich een enorme staatsschuld op de hals gehaald.

Zodoende gooit Japan het nu over een andere boeg. Deregulering moet voor nieuwe mogelijkheden zorgen en dus krijgt de financiële sector een 'Big Bang' te verwerken. Merkbaar was deze beleidsverandering bij de faillissementen afgelopen herfst van de Hokkaido Takushoku Bank en het effectenhuis Yamaichi. Beide bedrijven behoorden tot de top van de financiële sector en zouden binnen het oude konvooi-systeem nooit failliet hebben kunnen gaan.

De deregulering is natuurlijk in het buitenland verwelkomd maar levert geen extra groei op korte termijn. Integendeel, de economie is juist “tot stilstand gekomen”, aldus de laatste twee maandelijkse rapporten van het Economisch Planbureau. De Japanners zetten hun geld op de spaarbank en het bedrijfsleven exporteert, zodat de Amerikanen zich als vanouds beginnen op te winden over een weer oplopend handelsoverschot. Zeker nu de andere Aziatische economieën in de problemen zijn geraakt, wordt er sterke Amerikaanse druk op Japan uitgeoefend om de situatie in eigen land te verbeteren. Met een groeiende binnenlandse consumptie en groeiende importen zou Japan als motor voor herstel van de regio moeten fungeren.

Zodoende kwam premier Hashimoto in december plotsklaps met een belastingverlaging à 30 miljard gulden, in de hoop dat de burger dit geld vrijelijk zal besteden en de economie zal aanzwengelen. Hashimoto houdt tegenover zijn buitenlandse gasten vol dat de economische groei 1,9 procent zal bedragen en - geheel volgens de buitenlandse wensen - zal zijn gebaseerd op een groeiende binnenlandse vraag.