In Zimbabwe blijken oude beloften onbetaalbaar

In het post-koloniale Zimbabwe zijn de taferelen van deze week een novum: hevige voedselrellen en troepen in de straten van Harare. Nog nooit zag president Robert Mugabe zich zo in het nauw gedreven.

JOHANNESBURG, 22 JAN. De onrust in Zimbabwe komt niet uit de lucht vallen. Een serie tegenstrijdige gebeurtenissen veroorzaakte in de afgelopen maanden een kettingreactie. De regering-Mugabe reageerde steeds met een 'carrot and stick' benadering. Betogingen, rellen en plunderingen werden met harde hand bestreden, eerst door de politie, nu ook door het leger. Tegelijkertijd kwam Mugabe zo goed en kwaad als het ging tegemoet aan de eisen van de betogers.

Het begon in augustus vorig jaar, toen de president met boe-geroep en fluitconcerten werd onthaald door zijn 'kameraden' uit de strijd tegen het blanke minderheidsbewind in de jaren zestig en zeventig. Ze hadden uitgerekend de Dag van Helden, waarop de gevallenen uit de vrijheidsoorlog worden herdacht, uitgezocht om hun misnoegen kenbaar te maken over een triviale kwestie: geld.

Na Mugabe's overwinning in 1980, aan het hoofd van het Patriottisch Front, op de blanke minderheidsregering van Ian Smith, beloofde hij aan veteranen die in de guerrilla gewond waren geraakt financiële genoegdoening, een toezegging die hij nimmer inloste. De veteranen namen daar lange tijd genoegen mee, totdat men er achter kwam dat een klein deel van de oud-strijders, behorend tot de kring van vertrouwelingen of familieleden van de president, wel degelijk geld had ontvangen. En erger nog: sommigen onder de gelukkigen waren in het geheel nooit gewond geraakt of hadden zelfs niet aan de strijd deelgenomen. Zo toucheerde de kerngezonde zwager van Mugabe, de diplomaat Reward Marufu, een pensioen van 80.000 Zimbabweaanse dollar (6.000 gulden) onder het mom een oorlogsinvalide te zijn.

Toen deze schandalen waren uitgelekt en de veteranen op de Heldendag hun president uitjouwden, kon Mugabe niet meer om hen heen. Hij beloofde alsnog vorstelijke pensioenen: 50.000 Zimdollar ineens en een maandelijkse toelage van 2.000 dollar. Mugabe had geen fondsen waaruit hij hiervoor kon putten, vandaar dat hij verhoging van de inkomstenbelasting en andere directe belastingmaatregelen aankondigde om de veteranen te kunnen betalen. Maar de president vergiste zich deerlijk in de steun die hij hiervoor zou krijgen onder 'het volk'. In plaats van sympathie te tonen voor de oud-strijders reageerden veel Zimbabweanen, via de overkoepelende vakbond ZCTU, op ongemeen felle wijze tegen de belastingmaatregel. Op 9 december sloeg de vlam in de pan en liep een demonstratie van de ZCTU in Harare uit in rellen. De geschrokken regering haastte zich de verhoging van de inkomstenbelasting weer in te trekken en bleef vaag over eventuele andere aanpassingen van de belasting. De minister van Financiën bleef zitten met de vraag: hoe betaal ik de veteranen? Hij heeft nog geen antwoord gevonden.

Intussen had Mugabe, in november, een andere oude 'belofte' van stal gehaald, namelijk de onteigening van blanke boeren. Er werd een lijst bekend gemaakt met meer dan 1.500 boerderijen die zouden worden onteigend. Van de (vreedzame) protesten van de zeer kleine blanke minderheid (1,5 procent van de bevolking) lag Mugabe niet wakker, maar hij vergiste zich opnieuw in de stem van het zwarte volk. Terwijl hij dacht dat zijn 'anti-blanke' maatregel vele zwarte handen op elkaar zou brengen, realiseerden de meeste Zimbabweanen zich dat een radicale landhervorming voorlopig alleen veel geld zou kosten door produktieverlies en schadevergoeding voor de boeren. Met hen dachten ook buitenlandse investeerders en financiële instellingen dat de veteranenpensioenen èn de landonteigening de middelen in de staatskas ver te boven zouden gaan. Het vertrouwen in de Zimbabweaanse economie kelderde, de Zimdollar halveerde sinds november in waarde en de Wereldbank bevroor zijn leningen aan Harare. Economen zijn van mening dat Zimbabwe zonder buitenlandse hulp zijn problemen niet aankan.

De rellen van deze week zijn een uitvloeisel van deze gebeurtenissen van eind 1997. De prijsverhogingen waren de afgelopen maanden achtergebleven bij de geldontwaarding, maar sloegen volgens een ijzeren economisch principe begin deze week onverbiddelijk toe. De prijs van maïsmeel schoot 21 procent omhoog, gevolgd door prijsstijgingen voor andere levensmiddelen met meer dan twintig procent. Woedende menigten trokken door de straten en gingen zich te buiten aan plunderingen. Een bijna hulpeloze Mugabe gaf in zijn reactie de 'oppositie' de schuld. Nu wil het geval dat de oppositie in Zimbabwe twee van 150 zetels in het parlement bezet en krachteloos is.

Om de onrust te bezweren zegde de president toe dat de verhoging van de voedselprijzen nader zou worden bekeken, hetgeen slechts tijdelijk soelaas kan bieden. De prijsverhogingen zijn het gevolg van het marktmechanisme en het ontbreekt Mugabe aan de middelen om daar met voedselsubsidies aan te tornen.

De overwegingen voor Mugabe's welwillendheid zijn pragmatisch: de president is er tot zijn eigen schrik pas kort geleden achter gekomen dat zijn regime lang niet zo stevig in het zadel zit als hij dacht. Robert Mugabe mocht dan niet de onbetwiste leider uit de onafhankelijkheidsstrijd zijn - Joshua Nkomo was zijn grote rivaal - hij was toch zeker alom gerespecteerd. In zijn achttien jaar van dienst, als premier van 1980 tot 1987 en sindsdien als president, gleed zijn regime heel langzaam weg in corruptie en wanbeheer. Mugabe's regeringspartij slokte in 1987 Nkomo's partij op waardoor in feite een éénpartij-staat ontstond. Lange tijd bleef een grote meerderheid van de Zimbabweanen vertrouwen op een goede afloop. Mugabe kon bogen op min of meer democratische verkiezingen, waarbij hij en zijn partij telkens de overgrote meerderheid van de kiezers achter zich kregen. Maar aan dat vertrouwen is, althans onder de stedelijke bevolking van Zimbabwe, een einde gekomen.