Hartelijk 'bienvenido' voor paus

De paus heeft gistermiddag een triomfantelijke intocht gemaakt in Cuba. Op het vliegveld en langs de route die de paus-mobiel aflegde, stonden duizenden mensen. 'Een historische gebeurtenis, zoals onze hoofdcommandant heeft gezegd'

HAVANA, 22 JAN. Er wordt nog even gegiecheld over het blauwe burgerpak van de 'hoofdcommandant'. Misschien maar drie keer in hun leven hebben ze Fidel Castro zonder zijn eeuwige groene legeruniform gezien. Toch daalt er al snel een geweide stilte neer in de toevallige huiskamer waar ze zijn binnengewipt. Carlos (38), Jonny (27) en Marisol (14). Ze waren de enigen uit hun huis die de paus in levende lijve voorbij wilden zien komen.

Maar zoals dat soms gaat op Cuba. Voordat ze te voet de hen toegewezen plek hadden bereikt, was de paus al op het vliegveld geland. Nergens meer een guagua te bekennen - de naam die de Cubanen geven aan hun rammelende stadsbussen. Zelfs niet de guagua's die door de regering zijn ingezet om de menigte langs het parkoers te verspreiden.

In de huiskamer zijn inmiddels al de beelden te zien van een wankele paus die grond van Cuba kust. Vroeger deed hij dat op zijn knieën. Nu wordt de aarde in een bakje naar zijn mond gebracht. Een militaire groet, volksliederen en saluutschoten. Dan komt Fidel aan het woord. Fier achter zijn katheder, terwijl de paus op zijn zetel zachtjes in de zon zit te stoven.

“Heiligheid”, begint Castro, en stopt onmiddellijk weer voor een slokje water dat hem snel wordt aangereikt. Carlos en Jonny schuiven onrustig, Castro krabt nog eens in zijn baard. “U zult hier niemand meer van de vreedzame bewoners treffen die hier woonden toen de eerste Europeanen voet aan land zetten”, komt Castro op gang. “Ze zijn allemaal uitgeroeid, gedood door uitbuiting en slavenarbeid.” Castro gaat door over de “dramatische geschiedenis van de kolonisatie”. Zeventig miljoen Indianen die de dood vonden, en twee miljoen slaven uit Afrika die de slavenarbeid moesten overnemen. “Oh jee”, fluistert Jonny. “Daar gaat hij weer met de hele geschiedenis. Terwijl nu de hele wereld kijkt.”

Van het kolonialisme wipt Castro echter al snel over naar vandaag: het kleine, strijdbare Cuba dat al bijna veertig weigert door de knieën te gaan voor het Amerikaanse handelsembargo. “Het machtigste imperium uit de geschiedenis”, noemt hij de VS. “Machtiger zelfs dan het Romeinse rijk dat de christenen zo lafhartig vervolgde.”

Na dit punt gezet te hebben, concentreert Castro zich verder op de grote overeenkomst tussen de paus en hem. Beide strijden tegen het onrecht en de armoede in de wereld. “De lijst van calamiteiten is eindeloos, maar zij hebben uw continue aandacht en bezorgheid.” Castro spreekt zijn waardering uit voor de manier waarop de paus andere godsdiensten respecteert. Afgezien van een paar kleine slippertjes is dat ook altijd “een basisprincipe van de Cubaanse revolutie geweest”. Zoals Cuba ook het land is met de minste ongelijkheid, de meeste scholen en de meeste artsen van alle landen die de paus op zijn vele reizen bezocht heeft. “U zult een opgeleid volk treffen, waartegen u in vrijheid kunt praten”, belooft Castro de paus. Immers: niemand begrijpt zijn ideeën van solidariteit en een gelijke verdeling van de rijkdom beter dan het Cubaanse volk. “Bienvenido a Cuba!”, sluit Castro af.

Verbijsterd kijken Jonny en Carlos elkaar aan. Klaar. Nu al? Tien minuten slechts heeft hij gepraat. “Hij kán het dus”, zegt Jonny. “Als hij het eens altijd zo kort bleef doen”, hoopt Carlos hevig. Ze kijken nog even naar de toespraak van de paus. Een bevende oude man die gelukkig is op Cuba te zijn: “Jullie weten hoelang ik heb gewacht op dit moment in mijn leven.” Hij groet doctor Fidel Castro en de “geliefde kinderen van de kerk van Cuba”. Hij prijst hen voor hun standvastigheid, ook “in moeilijke tijden”. Dan komt het moment waarop iedereen wachtte: “Dat Cuba zich opent naar de wereld, en de wereld zich naar Cuba opent”, spreekt de paus als wens uit. Jonny, Carlos en de jonge Marisol maken een snelle vuist. Jep, die is binnen. Hij heeft het gezegd! Geen VS-handelsembargo meer, en vrij reizen voor de Cubanen. Dat is toch wat hij bedoelt, of niet?

Opgelucht lopen ze de straat weer op. Vijf blokken verder is de weg waarop de paus straks voorbij zal rijden. Al uren staan de mensen te wachten. Hier en daar klinken wat grappen. “De douane kijkt natuurlijk zijn bagage na. Of hij geen tosti-apparaten, videocamera's of ijskasten uit de VS heeft meegenomen.” Maar de meesten wachten braaf en geduldig. “Al komt hij zo snel als een vliegtuig voorbij”, zegt een oudere dame, “dan hebben we hem tenminste toch gezien.” Als altijd in het openbaar voorzichtig met woorden komen de commentaren hier niet veel verder dan “een eer voor Cuba” of “een historische gebeurtenis, zoals onze hoofdcommandant heeft gezegd”.

Ook Carlos, Jonny en Marisol zijn stil. Reikhalzend ellebogen ze zich naar een plaatsje. Er komt een geluidswagen van de partij voorbij die oproept tot “orde en discipline”: “De heilige vader is al ter hoogte van de psychiatrische inrichting.”

Twintig minuten later slaat er opeens een golf door de menigte. “Hij komt, hij komt eraan!” Kinderen springen van opwinding. Sommige vrouwen krijgen tranen in de ogen. Boven loeit een helikopter. Maar op de grond opent politie op grote motoren de pauselijke stoet. Een wagen met camara's blokkeert het zicht, maar daar is de glazen paus-mobiel. Zoeff. Voorbij is hij weer. Hij heeft niet eens gezwaaid. Vanachter zie je hem ineengedoken op zijn bankje zitten. Maar één vrouw kan haar enthousiasme niet verbergen: “Tremenda Guagua!”, roept ze. “Wat een bus!” Nog lang blijft ze naar de verdwijnende paus-mobiel staan zwaaien.