Geen centje pijn

De in donker pak gestoken Koreaan achter de grote tafel in het glimmende kantoor in Hoofddorp lacht stoïcijns. “Nee écht, de financiële crisis heeft geen enkel effect op onze activiteiten in Nederland.” De boodschap is duidelijk. Zuid-Koreaanse conglomeraten (chaebols) als Daewoo mogen dan in zwaar weer verzeild zijn geraakt, dochteronderneming Daewoo Motor Benelux ondervindt daarvan geen centje pijn.

Hwack Shik Kim (42), vice-president van Daewoo Motor Benelux, maakt zich natuurlijk wel zorgen over de crisis in zijn vaderland. En er spoken allerlei scenario's door Kims hoofd. Daewoo zou de vestiging in de Benelux kunnen vragen de autoverkopen extra op te voeren - tenslotte kan het concern in Zuid-Korea buitenlandse deviezen nu beter gebruiken dan ooit. Daewoo zou de vestiging kunnen opdragen nóg meer te korten op de overheadkosten. En Daewoo zou Hoofddorp dringend kunnen verzoeken de salarissen voor het personeel te bevriezen, zoals in Zuid-Korea zelf. “Het zijn zo van die gedachten die in mij opkomen”, vertelt Kim. “Maar we krijgen niet van dit soort opdrachten.” Kim arriveerde op 31 augustus 1994 op Schiphol met de opdracht Daewoo in Nederland en België op de kaart te zetten. De Koreanen hadden de licentie-overeenkomst met General Motors opgezegd. Daewoo ging zelf de Europese markt op. Met agressieve marketing- en reclamestunts wist Daewoo Motor Benelux de eerste drie jaar al ruim 22.000 auto's aan de man te brengen. Met acties als 'kans op een gratis auto bij een testrit' verwierf Daewoo in Nederland een marktaandeel van inmiddels bijna 2 procent. Het bedrijf steekt Hyundai (dat hier al vijftien jaar geleden zijn eerste auto verkocht) naar de kroon en laat Kia en SsanYong (die ook halvereweg de jaren negentig de Nederlandse markt bestormden) in verkoopcijfers ruim achter zich. Kim heeft zijn eigen particuliere kijk op de crisis in zijn vaderland. Onder druk van het IMF zijn politiek en bedrijfsleven druk aan het reorganiseren geslagen. “De chaebols moeten voortaan op eigen benen staan. Er komt meer concurrentie. En ik sluit helemaal niet uit dat grote Koreaanse autofabrikanten onderling zullen fuseren. Korea telt nu vijf chaebols die auto's produceren. Dat is misschien wat te veel voor een klein land als het onze.” Daewoo, wat in het Koreaans zoveel wil zeggen als 'groot universum', behaalt inmiddels meer dan de helft van de omzet in het buitenland. “Dat maakt ons minder kwetsbaar voor de problemen dan veel andere chaebols”, legt Kim uit. Ook in Nederland past Daewoo de strategie toe om allereerst omzet en nog eens omzet te genereren, in de verwachting dat de winst vanzelf wel zal volgen. Het bedrijf houdt voor 1998 vast aan een omzetstijging van 35 procent - aan een afzet van 12.000 auto's. Dat Daewoo in Zuid-Korea de auto's voor de export nu veel goedkoper kan produceren dankzij de val van de lokale munt, de won, heeft geen effect. “Nee de verkoopprijzen gaan in de Benelux niet omlaag”, zegt Kim. Daewoo heeft die extra marge kennelijk nodig.