Filippijnen

Aantal inwoners: 68 mln

Oppervlakte (km2): 300.000

Inwoners per km2: 228,7

Hoofdstad: Manilla

Munt: Peso

DE KANS IS GROOT dat de Filippijnen de komende zes jaar worden geleid door een voormalig filmacteur die nu nog in de avonduren bijles economie krijgt. Vice-president Joseph Estrada staat in de peilingen voor de presidentsverkiezingen, die dit voorjaar worden gehouden, al wekenlang ver voor op alle concurrenten.

Estrada is de held van de armen en daar zijn er nog steeds veel van in de Filippijnen. Maar Estrada is ook de angst van investeerders die vrezen dat de economische liberalisering, die president Fidel Ramos succesvol is begonnen, niet wordt voortgezet. De Filippijnse grondwet staat een president slechts één ambtstermijn toe.

Uit economisch oogpunt is het jammer dat Ramos zijn karwei niet mag afmaken. De populaire president, die zes jaar geleden huisvrouw-politica Cory Aquino opvolgde, bracht zijn land politieke stabiliteit en toverde de Filippijnen via grootscheepse privatisering om van de 'zieke man van Azië' tot een van de snelst groeiende economieën in het Verre Oosten.

Ramos' degelijke economische beleid, gestuurd door oud-Wereldbankman en minister van Financiën Ocampo, heeft ervoor gezorgd dat het land relatief weinig schade lijdt door de crisis. De koersen van de eigen munt, de peso, en de aandelen op de beurs in Manila zijn weliswaar meegesleept in de vrije val die in de hele regio te zien was, maar in tegenstelling tot andere landen staat in de Filippijnen de bancaire sector nog fier overeind. Dat komt omdat het land geen groot begrotingstekort heeft en evenmin last heeft van schulden door slechte leningen die op korte termijn moeten worden afbetaald. Ook de onroerendgoedprijzen zijn daardoor redelijk stabiel gebleven.

De Filippijnen plukken nu de vruchten van een conservatief beleid. De economie groeide een stuk minder explosief dan de economieën van Thailand, Maleisië of Indonesië. “Het is een beetje het verhaal van de schildpad en de haas”, zegt een analist. “De hazen zijn uit de bocht gevlogen, maar de schildpad ligt nog goed op koers.”

Volgens Ocampo is het ergste inmiddels wel voorbij voor de Filippijnen. De grootste klap voor het land kwam eigenlijk helemaal aan het begin van de crisis toen de peso in elkaar stortte. Het IMF leende de Filippijnen eind juli vorig jaar 997 miljoen dollar. Het bedrag was bedoeld om de monetaire reserves weer op orde te krijgen, nadat deze vrijwel waren uitgeput door vergeefse pogingen de koersval van de peso te stuiten. De regering had kort daarvoor besloten tot verruiming van de bandbreedte waarin de peso zich mocht bewegen en de rente op te trekken. Het IMF was destijds vol lof over die maatregelen en stond snel klaar voor hulp.

In de laatste maanden van zijn bewind maakt Fidel Ramos zich nu vooral zorgen over de vele duizenden landgenoten die als gastarbeider werken in landen als Hongkong, Singapore, Thailand en Indonesië. Zij worden door de crisis massaal teruggestuurd naar huis. Ramos werkt sinds kort aan een speciaal opvangplan voor deze mensen, die hun elders verdiende dollars naar huis sturen en zo de eigen economie steunen.