Dumas is geloofwaardiger dan ooit

Tentoonstelling: Marlène Dumas 'Miss World' T/m 14 feb. bij Galerie Paul Andriesse, Prinsengracht 116, Amsterdam. Di t/m vrij 11-18u, za 14-18u, eerste zo van de maand 14-18u.

Tussen de twaalf nieuwe schilderijen van Marlène Dumas hangt al een doek uit 1998. Het is het kleinste werk van de tentoonstelling bij de Amsterdamse galerie Paul Andriesse; een felgekleurd olieverfje van 24 x 24 cm, met de titel Passion, op de muur geschreven. Op het doek is een half hurkende, half liggende vrouw afgebeeld, maar de eerste gedachtenflitsen gaan niet uit naar deze figuur, maar naar namen als Kirchner en Nolde, naar Fauves, Hartstocht, Schwung. En vooral: die doet, die durft.

Dumas' tentoonstelling Miss World laat zich bekijken als een 'pageturner'; zo snel mogelijk eerst alles even zien om daarna de doeken stuk voor stuk te laten betijen. Hall of Fame, Miss January, Lead White, The Brides of Dracula, We are alle in love with the Cyclop en Drunk. Dan volgen op weg naar de achterruimte Ivory Black en Ryman's Brides en tot slot Bikini Girls, Great Britain en Colorfields.

Dumas draait al zo'n twintig jaar mee aan een top die gaandeweg breder is geworden. Ze heeft geëxcelleerd op Documenta's en Biennales, ze is nu ruim vertegenwoordigd in museum- en particuliere collecties en weet ook nog een groot publiek voor zich te winnen. De dip kan bijna niet uitblijven. Maar, zo blijkt uit minstens de helft van de doeken, ze weet zich overtuigend te vernieuwen. Zonder gêne slaat ze volkomen nieuwe wegen in. Haar doeken lijden daar niet onder, maar hebben zelfs eerder aan kwaliteit gewonnen.

Een mooi voorbeeld van de Dumas' nieuwe stijl is Ryman's Brides. Meestal is Dumas niet op haar sterkst als ze een vooropgezet idee verbeeldt. Bij dit doek lijkt de titel achteraf gegeven, een knipoog naar de fundamentele schilder Robert Ryman. Zijn witte streepjes-schilderijen zijn met enige fantasie in de bruidsjaponnen terug te vinden. De zes poserende bruidjes zijn in het wit gehuld. In Dumas' verbeelding is het wit een zee van grijstonen geworden, naast het zuivere wit en zwart voor hier en daar een contourtje of om een kapsel weer te geven. Van de afgebeelde meisjes zijn sommigen voorzien van Dumas' bekende, doodskopachtige oogholtes, op een enkel knap koppetje tekent zich een gestift lipje af. Gevaarlijk dicht nadert Dumas hier de val waar societyschilders als Kees van Dongen en Jan Sluyters in verstrikt raakten. Maar door een Goya-achtige ironie en door haar avontuurlijke schildersstijl weet Dumas dit soort effectbejag prachtig te doseren.

Bij Dumas is de verf niet altijd even gewillig als het vlees. Dat probleem lijkt dit keer in haar voordeel uit te vallen, want juist daardoor intrigeren de doeken. De uitdrukkingen op de gezichten ontstonden tot dusver meestal vrij toevallig vanuit het schilderen zelf, maar in deze nieuwe doeken lijkt Dumas meer vat te willen op een realiteit. Haar figuren krijgen ook meer karakter door de pose die ze aannemen. En door vrouwen niet alleen individueel, maar ook in groepsverband af te beelden, zoals in de meeste nieuwe schilderijen het geval is, ontstaat een gelaagde spanning.

Het pleit voor Dumas dat ze het experiment niet schuwt, maar een enkele keer pakt het verkeerd uit, zoals in het tweeluik Great Britain. Op het rechterdoek, English Rose, is tegen een los geschilderde achtergrond het hoofd van Lady Di fotorealistisch weergegeven, op het andere doek British Model is in Dumas' meer bekende dramatisch sombere stijl een scharminkelig meisje afgebeeld, dat ver van het sterrendom staat. Het doek hinkt op te veel gedachten en de daarbij passende manieren van schilderen doen geforceerd aan.

Dumas, zo bewijst ze met recente schilderijen als Colorfields en Bikini Girls, is het sterkst als ze dicht bij de pure schilderkunst blijft, zoals ze aanvankelijk ook indruk maakte met haar vroege, lyrisch abstracte werk. Nu ze de stap naar kleurrijker en contrastrijker werk heeft gezet, dat gecompliceerd van compositie is, is ze geloofwaardiger dan ooit. Voor Dumas zijn de jaren van roem niet verwoestend geweest. Dat is knap, vooral als je bedenkt dat de Cobra-schilders eigenlijk al zo'n beetje uitgeblust waren, toen na tien jaar die roem dan eindelijk kwam.