Drie amateurs uit jeugdplan naar profploeg Rabo

UTRECHT, 22 JAN. Terwijl assistent-ploegleider Joop Zoetemelk gisteren in Utrecht zeer ontspannen ging winkelen in Hoog Catharijne, maakten drie nerveuze wielrenners hun opwachting in het aangrenzende hoofdkantoor van Rabobank. Johan Bruinsma, Bert Hiemstra en Mark Lotz waren nog te jong om televisie te kijken toen in 1980 de laatste Nederlandse Tourwinnaar in de gele trui over de Champs-Elysées fietste. Wanneer won Zoetemelk de Ronde van Frankrijk? Ze blijven het antwoord schuldig, maar ze veren op wanneer de naam van de latere winnaar Greg LeMond ter sprake komt. “Die won de Tour met vijftig hagelkogels in z'n lijf”, zegt Bruinsma vol bewondering.

De ploegpresentatie in Utrecht stond gistermiddag in het teken van drie jonge renners die zijn overgeheveld van de amateurs naar de beroepsrenners. Bruinsma (21), Hiemstra (24) en Lotz (24) zijn de eerste, geslaagde exponenten van het Rabobank Wielerplan. Ze leverden zulke goede prestaties dat ze afgelopen zomer een profcontract mochten tekenen. Lotz reed vooral sterk in buitenlandse koersen. Hiemstra viel op door zijn strijdlust. Bruinsma werd Nederlands kampioen bij de amateurs.

De doorstroming van de drie wielertalenten past in de werkwijze van de sponsor. Deze beschouwt de jeugdafdeling als een kweekvijver voor de profformatie. De scholing van de renners begint bij de junioren onder leiding van ex-renner Frans Maassen, die vorig jaar als ploegleider bijna honderd overwinningen boekte. Zijn collega en ex-renner Nico Verhoeven heeft als taak de amateurs klaar te stomen voor het zware metier. Hij organiseert bij gebrek aan heuvels en bergen in eigen land zo veel mogelijk buitenlandse wedstrijden.

Bruinsma (1,88 meter), Hiemstra (1,84) en Lotz (1,89) zijn lange jongens die niet beantwoorden aan het stereotype beeld van een lichtgewicht in het hooggebergte. Met hun blonde haren en hun rode wangen lijken ze eerder op Friese schaatsbonken dan op de potentiële opvolgers van Zoetemelk. “We zullen met onze lengte veel met de kop in de wind moeten rijden”, verwacht Hiemstra. “We krijgen het zwaarder bergop, maar we hebben hopelijk meer kracht dan die kleine mannetjes. Kijk maar naar Riis en Indurain, die gingen ook met de besten mee omhoog.”

De drie nieuwelingen hebben dezelfde maat fiets en dezelfde verwachtingen voor de toekomst. Ze willen in hun eerste profjaar vooral veel leren en worden door hun ploegleiders Theo de Rooy en Adri van Houwelingen zo veel mogelijk uit de wind gehouden. Tijdens de trainingsstage in Spanje keken ze de afgelopen weken hun ogen uit. “Die mannen rijden zes uur in de rondte met een gemiddelde van 36 kilometer per uur. Zulke snelheden zijn wij helemaal niet gewend”, zegt Bruinsma.

De Drent Bruinsma en de Groninger Hiemstra verhuizen dit jaar naar Noord-Brabant. De meeste koersen vinden nu eenmaal in het zuiden plaats. Bruinsma: “Reizen is een rustdag, luidt een gezegde in de wielersport. Grotere onzin heb ik niet gehoord. Ik word doodmoe van al die verplaatsingen.” Lotz woont in Valkenburg en heeft geen directe reden om te verhuizen. Hij traint op het meest geaccidenteerde terrein van Nederland. “Ik kan het WK vanaf de bank bekijken, tenzij ik zelf geselecteerd word natuurlijk.”

De ploeg vertrekt morgen voor een trainingsperiode naar Italië. De drie debutanten zijn gewaarschuwd voor een ontgroening door de ervaren coureurs. Lotz maakt zich geen zorgen over de wielerhumor. “Zolang ze niet in m'n koffer schijten, heb ik nergens moeite mee.”

De ploeg van Rabobank in 1998: Den Bakker, Van Bon, Boogerd, Boven, Bruinsma, Dekker, Groenendaal, Van Heeswijk, Hiemstra, Jonker, Koerts, Lotz, Moerenhout, Van der Poel en Vierhouten (Ned), Jonasson en Sörensen (Den), Luttenberger (Oos), Wauters (Bel), McEwen (Aus) en Zberg (Zwi).