Draaiende belangstelling

Wie vijf weekbladen leest, slaat er vier over. Een mens kan zich tenslotte niet voor alles interesseren. 'Kortsluiting in het opperwezen', een beschouwing over noodzaak, voorbeschikkingen en toeval, in HN? Vandaag niet. 'Het einde van België', in De Groene Amsterdammer? Dat einde is al te vaak voorspeld.

Futurologen hebben aangekondigd, dat wij in de toekomst onze eigen elektronische krant kunnen samenstellen. Je voedt een lijst met interessen in de computer, drukt een knop in en een paar minuten later zoeft de Weekly Me uit de kleurenprinter. Geen verspilling meer, geen artikelen over Circusopleiding in Leeuwarden (Elsevier) of Heer Bolk (De Groene Amsterdammer). Zou het werken? Nee, natuurlijk. Want onderwerpen ontwikkelen zich geruisloos, en een lezer die niet totaal verkalkt is, verandert per dag.

Als voorbeeld een citaat uit HP/De Tijd: “Een saaier onderwerp dan bodemsanering lijkt nauwelijks denkbaar.” Volledig mee eens, al jaren. Maar wat gebeurt er als de lezer een vervuilde olietank in zijn tuin ontdekt en die voor duizenden guldens moet laten weghalen? Het onderwerp wordt hoogst interessant, rode oortjes! Vooral wanneer de voorzitter van de club van vuile bodemreinigers onthult, dat van de één miljard gulden die beschikbaar is voor bodemreiniging, maar 150 miljoen terecht komt bij de grondreinigers. De rest “wordt aan andere zaken besteed of blijft hangen”. Waarom zijn hierover nog geen Kamervragen gesteld, waarom zwijgt de rest van de pers?

Een ander voorbeeld van draaiende belangstelling. Ik had mij voorgenomen om niets meer over de verjaardag van koningin Beatrix te lezen. Ik meende daarmee in de geest van Hare Majesteit te handelen, want zij wil het feest weer onder haar own people vieren. Maar het wordt moeilijk. Is het feit dat de staatsgreep van Willem II in 1650 tegen Amsterdam mislukte, nog voldoende aanleiding om in 1998 een aubade van de gezamenlijke zangkoren te weigeren? Vergeving vragen over de onconstitutionele actie van haar voorvader hoeft niet, maar een aubade verdragen is toch redelijk.

De historie leeft nog in Mokum, zoals blijkt uit een interview in De Groene Amsterdammer met de oprichters van een Nieuw Republikeins Genootschap. Dat zijn twee studenten economie.

Marieke en Wout. Wout zegt: “Het republikeins genootschap van Pierre Vinken borduurt in onze ogen vooral voort op het patriarchale karakter van de Republiek der Verenigde Provinciën zoals die in 1587 gestalte kreeg. Wij putten onze inspiratie veel meer uit de Bataafse Republiek (..) de patriotten haalden hun ideeën van echte democratische denkers als Joan Derk van der Capellen tot den Pol en de grote mannen van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring. Wout en Marieke (zo heten revolutionairen nu eenmaal) zijn van plan op de verjaardag van Beatrix de republiek uit te roepen en een Nederlandse vlag te hijsen waarin een gat is geknipt. Dat wordt een interessant partijtje - wie zou daar een woord van willen missen?

Dat ligt anders bij de dood van Piet Vroon. Vrij Nederland en De Groene publiceren allebei postuum een vraaggesprek met de hoogleraar psychologie.

De journalisten - Coen Verbraak (VN) en Arjan Visser - hadden de interviews al vorig najaar afgenomen. Maar zij besloten, onafhankelijk van elkaar, om niets te publiceren. Tijdens die gesprekken bleek namelijk dat Vroon ernstig overspannen was.

Zó ernstig zelfs, dat zelfmoord de enige ontknoping leek. Dat suggereren Verbraak en Visser duidelijk, maar ze schrijven het niet. Is zelfmoord het laatste taboe? Een andere vraag is: waarom eerst niet publiceren, en nu wel? Het is nog net zo schrijnend om te lezen hoe verward een mens kan raken, een paar alinea's zouden ook voldoende zijn geweest. Maar misschien hebben die getormenteerde monologen van Vroon toch een functie: misschien kunnen ze zijn critici mild stemmen over de onzin die hij heeft geschreven, en de aandacht richten op die heldere, originele Vroon van een paar jaar geleden.