'Crisis Azië onnodig diep door ontkenning'

BRUSSEL, 22 JAN. De Aziatische landen hebben hun eigen crisis onnodig verergerd, door te lang te ontkennen dat er wat aan de hand was. Ze hadden in de beginfase, enkele maanden terug, last van een “ontkenningssyndroom”.

Dat zei topman Michel Camdessus van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) gisteren in een toespraak voor het Europees Parlement in Brussel. “Ondanks de vele waarschuwingen,” in het bijzonder aan het adres van Thailand en Zuid-Korea, kort voordat de crisis zijn hoogtepunt bereikte, “viel het hen uitzonderlijk zwaar om te erkennen dat ze een groot probleem hadden”, aldus Camdessus.

Hij wees erop dat hijzelf de Thaise bestuurders er persoonlijk tot vier keer toe op heeft gewezen dat ze “met de rug tegen de muur” stonden. En nog bleven ze dat ontkennen, volgens Camdessus.

Hetzelfde gold voor Zuid-Korea. Het IMF heeft zich daardoor volgens Camdessus in het begin tevreden moeten stellen met het “blussen van de brand”.

Pas daarna kon het hulpprogramma van start gaan. “Als wij daar zes maanden eerder aan hadden kunnen beginnen, had u nu niet over een crisis hoeven praten,” zo hield hij de Europarlementariërs voor.

In zijn toespraak sprak Camdessus het vermoeden uit dat de wereldeconomie geen ernstige gevolgen zal ondervinden van de crisis in Zuid-Azië.

De Amerikaanse economie zal weliswaar iets zwaarder getroffen worden dan de Europese, verwacht Camdessus, maar hij verwacht niet dat dat tot grote problemen zal lijden. “Amerika is sterk genoeg om deze Aziatische klap op te vangen. De crisis zal zeker van invloed zijn op de economie, maar het scheelt hooguit zo'n 0,3 tot 0,4 procent van het bruto binnenlands product.”

Sommige landen, die veel zaken doen met het Oosten, zullen nu misschien wat nadelige gevolgen ondervinden, maar op middellange termijn zullen die problemen “dankzij onze succesvolle hulpprogramma's” verdwijnen. Ook minder stabiele economieën moeten de Aziatische crisis volgens Camdessus kunnen weerstaan. “Als Latijns-Amerika daarin slaagt, kan Oost-Europa dat ook.” (AFP, Reuters)