China

Aantal inwoners: 1,224 mln.

Oppervlakte (km2): 9.571.300

Inwoners per km2: 127,9

Hoofdstad: Peking

Munt: Yen renminbi

HEEL AZIË vraagt zich af of China de volgende domino wordt die onderuitgaat. Als dat gebeurt, zal niet alleen China maar ook de rest van de regio, en de wereld ver daarbuiten, worden geïnfecteerd met een economisch virus dat volgens velen veel dieper zal ingrijpen dan de huidige crisis. China heeft, met een economische groei van circa 8 procent, een enorm potentieel en de internationale gemeenschap heeft er flink geïnvesteerd.

Tot dusver bestaat weinig aanleiding tot al te grote zorgen. Althans, dat is wat Peking de wereld wil doen geloven. Uiterlijk heeft het land enige reden tot zelfvertrouwen. China heeft een handelsoverschot van meer dan veertig miljard dollar. Het is in de wereld de op één na grootste ontvanger van buitenlandse investeringen. Het beschikt over flinke deviezenreserves van bijna 140 miljard dollar en het heeft een buitenlandse schuld van 120 miljard dollar, waarvan slechts een klein deel kortlopend is.

Ironisch genoeg gaat China nog het meeste prat op zijn gesloten financiële systeem. Dat is al jaren bron van kritiek, met name van buitenlandse investeerders. Het is ook een belangrijke reden waarom China nog altijd niet wordt toegelaten tot de Wereldhandelsorganisatie.

De afgelopen maanden zijn de leiders in Peking gesterkt in hun overtuiging dat financiële liberaliseringen met de nodige voorzichtigheid moeten worden uitgevoerd. De valutacrisis in Azië heeft volgens het communistische bewind bewezen dat China de kapitaalmarkten met recht gesloten houdt. En belangrijker nog, de Chinese munt, de renminbi, is alleen inwisselbaar op de lopende rekening en derhalve onbereikbaar voor de valutahandel.

De ongerustheid in de regio over China heeft vooral te maken met de waardevastheid van de Chinese munt. Met name in lage-lonenlanden als Thailand en Maleisië bestaat de angst dat Peking alsnog besluit zijn munt te devalueren. China immers is na de devaluaties in de rest van de regio relatief duur geworden voor het buitenland.

Peking evenwel heeft verscheidene malen beloofd zijn munt op het huidige niveau te handhaven. Eind vorige week werd dat herhaald door Dai Xianglong, de gouverneur van de Chinese centrale bank. Volgens Dai bestaat voor China niet de noodzaak te devalueren omdat de exportgroei voorlopig zal aanhouden. Daarenboven zouden weinig van de producten die China exporteert elders worden geproduceerd, aldus Dai. Maar Chinese producenten beweren anders. Begin deze week publiceerde de Chinese pers de klaagzang van een aantal fabrieksmanagers uit de regio die kampen met een zorgelijke teruggang van de productie voor de export.

Onder de oppervlakte bestaan in China veel problemen die niet onderdoen voor wat andere landen in Azië noodlottig is geworden. Sterker nog, de invloed van het door en door verrotte staatsaandeel in de samenleving, dat nog altijd goed is voor een derde van de economie, is een tijdbom die - wanneer zij niet vroegtijdig onschadelijk wordt gemaakt - China compleet kan ontwrichten. De economische crisis heeft Peking inmiddels geleerd dat het er verstandig aan zou doen haast te maken.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ondanks een massale herstructurering van de staatssector stuit de overheid op veel verzet: steeds meer arbeiders vrezen hun baan te verliezen, na een leven van magere maar gegarandeerde bestaanszekerheid. En ook de financiële sector, met name het bankwezen, ondervindt veel hinder van de erfenis van de planeconomie, nadat het jarenlang van overheidswege de opdracht heeft gekregen ongelimiteerd leningen te verstrekken aan bedrijven met weinig of geen vooruitzichten. Om die reden bestaat 70 procent van alle binnenlandse kredieten die de banken hebben verstrekt, maar liefst 200 miljard dollar, uit niet terugvorderbare leningen.

Volgens een invloedrijke Chinese econoom laat de noodzakelijke verandering niet lang op zich wachten. “Die zal groot en ingrijpend zijn”, aldus de econoom. “En daarbij gaat het niet om een paar departementen, maar om hele ministeries die verantwoordelijk zijn voor de manier waarop de markteconomie het beste is gediend. Er is geen tijd meer voor vertraging. We moeten bij de wortel beginnen.”