Bull Durham

Keven Costner en Susan Sarandon in Bull Durham.

Ergens tussen 1989 en 1991 moet het gebeurd zijn. In die periode heeft iemand Kevin Costner op sterk water gezet. Of gehersenspoeld. Of verwisseld in een ziekenhuis. Hoe verklaren wij anders de verdwijning van de spetterende acteur uit Silverado, The Untouchables of Bull Durham? En de opkomst van de gelijknamige dooie diender uit The Bodyguard, Waterworld en JFK?

Met Bull Durham bevinden we ons dus gelukkig nog in de goede Kevin Costner-periode. Costner is de oudere honkbalspeler Crash, die voor één seizoen is aangekocht. Daar houdt de overeenkomst van Bull Durham met de veel vaker op tv uitgezonden The Natural direct op. In The Natural is Robert Redford een geniale honkballer die door een speling van het lot pas op late leeftijd superkampioen van Amerika (lees: de wereld) wordt. In Bull Durham is Costner weliswaar een goede, maar geen begenadigde honkballer. De kwestie die de film beheerst is dan ook niet het simpele 'winnen of niet winnen'. En Costner speelt Crash met de superieure nonchalance van iemand die zijn eigen beperkingen kent.

De Durham Bulls is een provinciaal team uit de Minor League, de eerste divisie van het honkbal - ziedaar het belangrijkste verschil met The Natural. Het decor van lege stadions en erachter het kleine stadje bepaalt de proporties van de gebeurtenissen. Hoe goed je hier ook bent, je bent nooit de beste. En schrijver / regisseur Ron Shelton behandelt zijn thema op een manier zoals die sinds Frank Capra nog maar zelden is vertoond in de Amerikaanse cinema: hoe kleine mensen groot kunnen zijn.

Bij de Bulls wordt de werper Ebby gestald, een slungelig en grillig supertalent, bijgenaamd Nuke, die met hetzelfde gemak een hele wedstrijd nul slag tegen krijgt, als dat hij telkens tien meter wijd werpt. Crash moet Nuke's talent in de juiste banen leiden, tot hij rijp is voor de Major League. Tim Robbins speelt Nuke genuanceerd: naïef, vol bravoure, net iets te lang en oerstom.

Susan Sarandon is de al wat oudere groupie van de Durham Bulls, maar eentje met klasse. Zij gelooft in de Church of Baseball en kiest vanuit die overtuiging elk seizoen een nieuwe honkballer als minnaar, die dan ook prompt de beste speler van het team wordt. Crash is haar natuurlijke partner, dat zien we, maar hij is te koppig om zich te laten kiezen. Dus neemt ze Nuke, die ze met huid en haar opvreet.

De twee ouderen nemen elk een deel van de Bildung van Nuke op zich. Hij moet luisteren naar wat Crash zegt, hij moet vooral niet zelf nadenken en hij moet niet te vaak met zijn nieuwe minnares naar bed. De opvoeding van Nuke vraagt nogal wat opoffering van zijn twee leraren: ze mogen niet toegeven aan hun liefde voor elkaar en Crash zal moeten bekennen dat Nuke in ten minste één opzicht beter is dan hij. “Ik heb hersens, jij talent. Jouw arm is miljoenen waard, mijn hele lichaam een paar stuivers.”

Naar die bekentenis en de uiteindelijke doorbraak van Nuke bouwt Bull Durham subtiel op. Het mooiste moment is als het hele team in de bus zit, onderweg naar een reeks uitwedstrijden, en Costner losjes laat vallen dat hij bij 'the show' is geweest. Hij heeft major league gespeeld - 21 dagen om precies te zijn. Iedereen vol bewondering: hoe is het daar. Wel, “de werpers zijn tovenaars, elk hotel heeft roomservice, je mag inslaan met nieuwe ballen, de vrouwen hebben hersen en lange benen en de stadions zijn net kathedralen.” En de dromerige melancholie die dan over deze middelmatige bus daalt. Bull Durham (Ron Shelton, 1988, VS). RTL5, 20.30-22.35u., onderbroken door reclame.