Boogert en Schultz verliezen harde realiteit uit het oog

MELBOURNE, 22 JAN. Een keurig opgevoed meisje uit Zuid-Beijerland analyseerde vanochtend op geaffecteerde wijze haar nederlaag alsof het een overwinning was. Kristie Boogert is de exponent bij uitstek van het even naïeve als tenenkrommende positivisme in het Nederlandse tennis, dat helaas niet op klinkende resultaten is gebaseerd. Na vier dagen is Nederland op de Australian Open nog slechts vertegenwoordigd in de dubbelspelen, maar weinigen die zich daarover zorgen lijken te maken.

Boogert trof vandaag in de tweede ronde Yayuk Basuki, die vorige week op het toernooi van Sydney haar partij tegen Kournikova nog door een rugblessure moest opgeven. Nu is het een raadsel dat de Indonesische dubbelspelpartner van Caroline Vis op de rand van de top-20 staat, want de kleine Basuki serveert als een bejaarde recreant. Potsierlijk was daarom alleen al de zuinige opmerking van Boogert dat ze zoveel moeite had met de opslagen van haar bepaald niet fitte tegenstander. Tot haar eigen verbazing sleepte Basuki zich na het verlies van de eerste set nog naar een relatief eenvoudige zege: 5-7, 6-4 en 6-3.

Boogert had zich de haren uit het hoofd moeten trekken, omdat ze een zeldzame mogelijkheid had laten liggen om tenminste een subtopper uit te schakelen. Maar nee hoor, zo reageren Nederlandse tennisvrouwen niet. Teleurgesteld, Kristie? “Ach, het was toch een keurige uitslag tegen een hoger geplaatste speelster. Ik heb progressie geboekt, want ik ben pas over enkele maanden basisfit.”

Basisfit? Bedoelde Boogert, die vorig jaar enkele maanden uitgeschakeld is geweest door de ziekte van Pfeiffer, te zeggen dat ze wèl fit genoeg was om een potje tegen een Tsjechische qualifier te winnen, maar niet voor een serieuze test tegen een op halve kracht spelende Indonesische? Zo'n houding is toch vreemd voor een tennisster die al 24 jaar is en over het meeste talent van alle Nederlandse speelsters beschikt. Illustratief is dat haar trainster Betty Stöve de hoop opgaf dat Boogert ooit nog een klassieke service- en volleyspecialiste zou worden. Tegenwoordig traint Boogert daarom in de school van Henk van Hulst.

Wie niet hard voor zichzelf durft te zijn, neemt per definitie al genoegen met een plaats in de middenmoot en daar is het in financieel opzicht nog goed toeven voor de kleurloze tennisprofs. Lees het commentaar van de geblesseerde Brenda Schultz-McCarthy, die zich vandaag in een karikatuur van een tennispartij in twee sets (6-1 en 6-4) liet uitschakelen door de 19-jarige Henriëta Nagyova: “In het huidige ranking-systeem hoef je slechts op 18 toernooien goed te spelen. Ik heb me er dit jaar voor 26 ingeschreven. Deze nederlaag heeft dus geen gevolgen voor mijn positie op de wereldranglijst.”

Wat Schultz in Australië kwam doen, was ook voor haar zelf een raadsel. Vorige week maakte het 27-jarige servicekanon zichzelf belachelijk door ondanks een blessure een set te spelen tegen de onbekende Taiwanese Janet Lee en die met 6-0 te verliezen. Daarna staakte Schultz de strijd en verklaarde ze in een ingewikkeld verhaal over een rib die verschoven was door het vele hoesten na een bronchitis. Vervolgens vertrok ze goedgemutst naar Melbourne. Maar daar deed ze het deze week nauwelijks beter, moet ook coach en jeugdvriendje Paul Dogger hebben vastgesteld.

Coaches zijn in het vrouwentennis niet meer dan kwetsbare werknemers. Zij zullen hun pupillen dus niet gauw tegen de haren instrijken. Kritiek op de tennissters is uit den boze. Dogger slofte dus braaf achter Brenda aan, zoals hij zijn werkgever dit jaar op elk toernooi ten dienste zal zijn in de wetenschap dat geen speelster wispelturiger is dan de nummer één van Nederland. Een voorbeeld? “Ik ga hier ook niet meer naar toe”, mopperde Schultz na haar afgang tegen Nagyova. Pardon? Heeft Brenda vandaag definitief afscheid genomen van de Australian Open? “Eh, tsja, het is toch een grandslamtoernooi. Edberg en Schapers hebben hier ook altijd goed gespeeld. Dat maakt me in de war, want ik weet eigenlijk niet of mijn spel hier wel uit de verf komt.”

Konden we Schultz niet helemaal volgen? Geeft niets, daar heeft ze zelf al genoeg moeite mee. Maar pas op als ze honderd procent fit is. “Dan kan ik al die meisjes aan en keer ik terug in de top-10. Ik moet weer flink gaan trainen op het service-volleyspel, dan kan ik in principe Wimbledon winnen.” Humor kan de liefste tennisster van Nederland niet worden ontzegd. Gevoel voor realiteit is een andere kwestie. Maar dat heeft Schultz gemeen met Miriam Oremans die vorige week in Sydney na een aframmeling van 6-0 en 6-2 tegen Barbara Paulus doodleuk meldde dat die cijfers “een vertekend beeld gaven”.

Jan Siemerink liet het ook graag aan de media over uit te leggen waarom hij na zijn indrukwekkende optreden tegen Goran Ivanisevic vandaag zo knullig in vijf sets (7-6, 7-5, 6-7, 3-6 en 6-1) ten onder ging tegen Jerome Golmard. De nummer 101 van de wereldranglijst had in de eerste ronde Tim Henman verslagen en ook in het duel met de Nederlandse service-volleyer bewees de Fransman over een uitstekende return te beschikken.

De Siemerink op baan 18 was niet de Siemerink van twee dagen geleden op baan 1 die Ivanisevic in twee sets kleineerde. Vandaag was hij weer de ploeterende Jantje die het gevoel in zijn spel miste en dan is hij een modale tennisser die ook van een onbekende Fransman kan verliezen. Daarom zal Siemerink vermoedelijk ook nooit scoren op een grandslamtoernooi. Dat geldt zeker voor de Nederlandse vrouwen die als ze in de spiegel kijken Martina Hingis menen te zien.