Bedrijven in Indonesië technisch failliet

Een kolossale particuliere schuldenberg drukt Indonesië steeds verder in het moeras. Een oplossing blijft vooralsnog uit. JAKARTA, 22 JAN. JAKARTA, 22 JAN. De wisselkoers van de roepia tuimelde vanmorgen aanvankelijk naar een niet eerder vertoond dieptepunt 16.000 roepia voor een dollar, om later weer te stijgen naar 11.500. Zorgen over een geschatte schuld van de privé-sector ter waarde van 66 miljard dollar en onduidelijkheid over de opvolgingvan president

Soeharto, lagen aan de nieuwste koersval ten grondslag.

De speciale Econonomische en Financiële Stabilisatie Raad, die Soeharto in het leven riep na ondertekening van het akkoord met het Internationaal Monetair Fonds vorige week donderdag, maakte gisteravond de eerste maatregelen van de regering bekend. Soeharto heeft 50 decreten uitgevaardigd, ter uitwerking van de IMF-overeenkomst. Maar de ministers Mar'ie Mohammad (Financiën) en Tunky Aribowo (Handel) gaven toe dat de kolossale buitenlandse schuld van het bedrijfsleven de kern van het financiële probleem is.

Door de ontwaarding van de roepia kan de schuld niet meer kan worden voldaan. Die zorgt ervoor dat de meeste bedrijven technische bankroet zijn en dat buitenlandse banken, met name Japanse en Zuid-Koreaanse die de grootste bedragen hebben uitstaan in Indonesië, met hun voeten beginnen te schuifelen. De looptijd van de meeste schulden staat gemiddeld op anderhalf jaar.

Maar een oplossing voor deze problematiek had de financiële Raad van Soeharto nog niet. “We werken eraan, het is erg ingewikkeld en we moeten voorzichtig zijn met de aanpak,” zei minister Mohammad gisteren. Hij sloot echter uit dat de overheid de bedrijven met financiële hulpverlening tegemoet zou komen. Hetzelfde deed president Soeharto vanmorgen tijdens een ontmoeting met de Japanse onderminister van buitenlandse zaken Masahiko Koumura, een boodschapper van premier Hashimoto, de heeft aangeboden de ontwikkelingshulp aan Indonesië te versnellen.

Ook IMF-onder directeur Fischer verklaarde gisteren voor CCN's Moneyline dat er aan een oplossing gewerkt wordt. Hij verwachtte dat er binnen een week plannen bekend gemaakt zouden worden.

Twee maanden geleden kwamen Indonesië en het IMF een hulpverleningsprogramma overeen ter waarde van 43 miljard dollar om de Indonesische economie te redden. Vorige week sloot IMF-directeur Camdessus een nieuwe overeenkomst af met president Soeharto, nadat eerder uit de begrotingstoespraak van de president bleek dat Indonesië het met de strenge voorwaarden van het eerste akkoord niet zo nauw nam. Dat veroorzaakte een koersval tot voorbij de 10.000 roepia tegen de dollar en paniek onder de bevolking in de steden die massaal aan het hamsteren sloegen.

Het nieuwe akkoord met het IMF, nu neergelegd in presidentiële decreten, behelst onder meer de afschaffing van subsidies en belastingvoordelen van prestige-projecten van familie-leden en goede relaties van de president. Verder worden monopolie-posities en kartels afgeschaft, de regels voor export en import versoepeld en de transparantie bevorderd.

Sinds de totstandkoming van dit akkoord vorige week is de roepia echter alleen maar gestaag verder gezakt. Analisten wijzen op de private-schuldenberg, die de markt weinig vertrouwen geeft voor de nabije toekomst. De daling van vanmorgen werd ook praktisch toegeschreven aan het feit dat veel bedrijven massaal dollars kochten om buitenlandse schulden te kunnen betalen. Velen verwijten nu het IMF onvoldoende met dit probleem rekening te hebben gehouden.

Een bankier in Jakarta zegt: “Mijn indruk is dat het IMF-pakket de plank misslaat, omdat het puur gefixeerd is op overheidsbeleid. Er zitten allerlei intellectueel bevredigende elementen in, zoals het stoppen van het vliegtuigproject van minister Habibie van onderzoek en technogie, of het schrappen van de subsidies aan de nationale auto van Soeharto's zoon Tommie. Maar vergeleken bij de problematiek van de wisselkoers en de schuld van de privé sector gaat het om peanuts”.

Puur economisch geredeneerd, vindt deze bron, zou het IMF ook gelden hebben moeten vrijmaken om de cash flow van de private sector overeind te houden. “De huidige aanpak heeft gewerkt een paar jaar geleden in Mexico. Maar kennelijk was daar de concurrentiekracht van die economie groter dan die van de jaren afgeschermde Indonesische markt.”

Ook David Folkerts-Landau, tot voor kort IMF-topman nu werkzaam bij Deutsche Morgan Grenfeld, verklaarde gisteren tegen over het persbureau Reuters dat Indonesië snel iets moet verzinnen om het probleem de private schulden op te lossen. Nu al hebben vele bedrijven niet voldaan aan hun buitenlandse schuldenverplichtingen. Volgens Folkerts zouden schuldeisers een gedeeltelijke overheidsgarantie moeten worden geboden voor de schulden, geruggesteund door versnelde uitkeringen van de IMF-fondsen.

Maar het is zeer de vraag of het IMF tot dergelijke uitkeringen overgaat voordat de Indonesische regering een duidelijk begin heeft gemaakt met de uitvoering van het akkoord.