Waarborgfonds

Achteloos had ik de brief op een stapeltje gelegd. Nauwelijks gekeken wie de afzender was. Toen ik hem een weekje later opende, sloeg de schrik me om het hart. Ik was, meldde de brief, in september betrokken geweest bij een auto-ongeluk in Rotterdam, in een straat die mij niet direct bekend voorkwam.

Daarna volgden enkele vragen. Zo moest ik, zo nodig met een schetsje, aangeven hoe het ongeluk volgens mij was gebeurd, of ik schuld erkende, en meer van dat soort vragen. Uiteindelijk vroeg de briefschrijver, een medewerker van het Waarborgfonds, of ik bereid en in staat was te betalen.

De nummerplaat en het merk van het voertuig kwamen overeen met de auto die tot 1992 in mijn bezit was. Maar die ik in het begin van dat jaar bij de garage had achtergelaten omdat een prijzig onderdeel van de motor aan vervanging toe was en ook de carrosserie het dreigde te begeven.

Onmiddellijk snelde ik naar boven waar ergens in een laatje een enveloppe ligt met daarop in grote letters: Bewaren! Niet weg! Helaas vond ik daarin niet het vrijwaringsbewijs dat mij van alle blaam zou zuiveren.

Wat nu? Vrienden vertelden me dat ik hier behoorlijk last mee kon krijgen. Het Waarborgfonds gaat uit van iemands schuld totdat het tegendeel bewezen is. Maar zonder dat vrijwaringsbewijs had ik niets in handen. Wie zou geloven dat ik op die zaterdag (want dat bleek het volgens mijn agenda te zijn) als een eerzaam vader thuis was geweest? Hoe moest ik aantonen dat ik die ongeluksstraat niet eens kende?

Ach, natuurlijk! Ik kon toch gewoon de garage bellen. Maar helaas, die wist zich niet te herinneren wat er met de auto die ik vijf jaar geleden had ingeleverd, precies was gedaan. En de gegevens waren in het nieuwe computersysteem niet meer voorhanden.

Het was intussen de hoogste tijd om het Waarborgfonds te antwoorden. Als ik niet binnen twee weken reageerde, stond in de brief, erkende ik schuld. Met lood in de schoenen heb ik het Waarborgfonds gebeld en mijn situatie uitgelegd. Of ik nog een vrijwaringsbewijs had, vroeg de mevrouw die mijn zaak behandelde. Nee, zei ik, het spijt me zeer. Nou ja, het is ook niet zo erg, vertelde de mevrouw. Volgens haar gegevens had de garagehouder de auto keurig afgemeld. Ik was te verbaasd om te vragen waar ze dan het lef vandaan had gehaald om zo'n brief te schrijven. En ik bedacht me dat auto's kennelijk langer meegaan dan je denkt.