Vergroting invloed beleggers verloopt traag

Per volmacht stemmen op een vergadering van aandeelhouders is een jaartje uitgesteld. Kiezen op elkaar, blijft het credo.

ROTTERDAM, 21 JAN. Geef beleggers meer invloed op het beleid van 'hun' onderneming, maar zorg tegelijk dat de opkomst op aandeelhoudersvergaderingen verbetert zodat de besluitvorming niet afhangt van een paar toevallige bezoekers. Die logica volgden de Amsterdamse beurs en daaraan genoteerde bedrijven, toen zij zich in 1995 uitspraken voor grotere zeggenschap en grotere betrokkenheid van aandeelhouders.

Nu is duidelijk dat directe en intensiever communicatie tussen beleggers en bedrijven niet dit jaar wordt ingevoerd, maar op zijn vroegst in 1999. De inniger relatie moest onder meer tot uitdrukking komen in een versimpeld systeem om beleggers per volmacht te laten stemmen (proxy voting) over onderwerpen op de agenda van aandeelhoudersvergaderingen, waaronder de goedkeuring van het beleid dat de directie heeft gevoerd.

De discussie die dit jaar wel op de aandeelhoudersvergaderingen wordt gevoerd gaat over de veertig aanbevelingen van de commissie Peters (met managers, beleggers en experts) voor meer zeggenschap van beleggers en betere verantwoording door directeuren op de aandeelhoudersvergadering. Een van die aanbevelingen is proxy voting. Beleggers kunnen directe communicatie niet alleen gebruiken om hun stem uit te brengen, maar ook om zelf onderwerpen op de agenda te zetten en informatie daarover zonder tussenkomst van de bedrijfsdirectie aan andere aandeelhouders te sturen.

Een proefproject à raison van 2,5 miljoen gulden van negen ondernemingen (onder meer Aegon, Akzo Nobel, KNP BT, Philips, Shell en Unilever) voor proxy voting heeft geen technische tegenslag opgelopen, verzekeren betrokkenen. De bescherming van de privacy en de uitleg aan de beleggersachterban vergen echter meer tijd.

Het uitstel is jammer voor bijvoorbeeld de aandeelhouders van het handels- en verpakkingsbedrijf KNP BT die op 7 april vergaderen over de strategie van de onderneming. Moet het concern worden gesplitst of niet, is de hamvraag. Wie nu zijn stem wil laten gelden, moet ook echt komen opdagen.

Privacy-waarborgen spelen een belangrijke rol bij de maatschappelijke acceptatie van het stemmen per volmacht, omdat de aandeelhouders van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven anoniem zijn. De directie weet, met uitzondering van hele grote beleggers die zich wettelijk moeten melden, niet wie haar aandeelhouders zijn. In de VS en Groot-Brittannië, waar aandelen in beursgenoteerde bedrijven op naam staan, heeft de directie op dit punt minder rompslomp. Voor een vergadering krijgt elke aandeelhouder automatisch jaarverslag, agenda plus toelichting en eventueel ander materiaal thuisgestuurd. Wie wil stemmen kan zelf naar de bijeenkomst gaan of de vennootschap een volmacht sturen om zijn stem uit te brengen over agendapunten. Dat is met name handig voor de professionale beleggers, zoals pensioenfondsen en beleggingsfondsen, die belangen hebben in honderden, soms wel duizenden ondernemingen. Hun stemgedrag is een vorm van disciplinering van de topmanagers in het bedrijfsleven.

In de VS en Groot-Brittannië valt meer te stemmen dan in Nederland: goedkeuring voor grote overnames bijvoorbeeld, of de hoogte van de salarissen plus opties voor de topmanagers. Ook het milieubeleid van een onderneming kan op het agenda staan, zoals vorig jaar op de vergadering van Koninklijke/Shell in Londen.

Het uitstel van het stemmen per volmacht verbreekt de koppeling tussen grotere invloed van beleggers en hun beoogde nauwere relaties met bedrijven. Het is de zoveelste (kleine) vertraging in de discussie over beleggersinvloed, bestuurlijke transparantie en ruimere informatieverschaffing. Mondjesmaat is de informatie (over bijvoorbeeld optieregelingen en gouden handdrukken) vorig jaar naar aanleiding van het rapport van de commissie Peters uitgebreid. Hier en daar wordt overmatige beperking van zeggenschap van beleggers gereduceerd.

Traagheid lijkt echter troef. Vorig jaar vonden de topmanagers het nog te vroeg om al uitgebreid op aandeelhoudersvergaderingen in te gaan op de (toen nog) voorlopige aanbevelingen van Peters. Alsof relaties met beleggers, ondernemingsbestuur en effectief toezicht nieuwe elementen voor hen zijn. Nu gaat ten minste een jaar voorbij omdat beleggers eerst bekend moeten worden gemaakt met het nieuwe communicatiesysteem. Bij overnames en reorganisaties etaleren de managers een grotere dadendrang.