Transplantaties van dier naar mens 'ethisch acceptabel'

ROTTERDAM, 21 JAN. Het transplanteren van dierlijke organen naar de mens is ethisch acceptabel. Maar voordat chirurgen routinematige overgaan tot xenotransplantatie, moeten problemen met afstoting en infectiegevaar worden opgelost. Dat schrijft een commissie van de Gezondheidsraad in een vandaag gepubliceerd advies aan minister Borst (Volksgezondheid).

De commissie volgt daarmee in grote lijnen de eerder in Groot-Brittanië en Amerika verschenen adviezen. Vorig jaar sprak de Britse Nuffield Council of Bioethics zich al uit voor xenotransplantatie. Dierlijke organen zouden het aanhoudende tekort van menselijke donororganen kunnen oplossen. De Britse commissie noemde het fokken van varkens hiervoor acceptabel. Het fokken van apen werd onaanvaardbaar genoemd, vooral vanwege het grotere gevaar op infectie. Apen zijn nauwer verwant aan de mens dan varkens. Ziekteverwekkers in de aap kunnen zich, als ze in een menselijk lichaam terecht komen, gemakkelijker aanpassen dan bacteriën en virussen uit varkens.

Niet bekend

Een ander obstakel vormt de afstoting. De mens stoot een getransplanteerd orgaan van een varken veel sterker af dan het orgaan van een soortgenoot. In Engeland en Amerika zijn varkens dusdanig genetisch gemanipuleerd dat hun organen een meer menselijk uiterlijk hebben. Vorig jaar transplanteerden Britse onderzoekers deze varkensharten naar apen. De afstoting van de harten kon alleen met enorme doses afweeronderdrukkende medicijnen worden voorkomen. Dergelijke doses acht men voor de mens onacceptabel.

Wegens al deze problemen rust in Groot-Brittanië inmiddels een moratorium op het transplanteren van dierlijke organen naar de mens. Ook de commissie van de Gezondheidsraad meent dat de technologie voorlopig niet toegepast moet worden. Wel adviseert ze om nu al wet- en regelgeving aan te passen, bijvoorbeeld de Gezondheids- en welzijnswet. Die verleent vergunningen voor de genetische modificatie van dieren in eigen land. Maar experimenten met genetisch gemodificeerde dieren die uit het buitenland zijn geïmporteerd, vallen daar buiten. Afspraken moeten bij voorkeur in Europees verband worden gemaakt, aldus het rapport.