Te getrouwe verfilming van Conrad

The Secret Agent. Regie: Christopher Hampton. Met: Bob Hoskins, Patricia Arquette, Gérard Depardieu, Robin Williams, Jim Broadbent, Christian Bale. Uitgebracht op huurvideo door Laurus Entertainment.

'A Simple Tale' gaf Joseph Conrad zijn roman The Secret Agent (1906) als ondertitel mee. De verfilming van de Engelsman Christopher Hampton, die ook het scenario schreef, laat zien hoe bedrieglijk dat nuchtere etiket is. Want als The Secret Agent iets niet is, is het eenvoudig; niet in zijn vorm, en niet in zijn thematiek. Het verhaal van Mr Verloc, de emigrant die als dubbelspion hopeloos verstrikt raakt in de onduidelijke machinaties van anarchisten, revolutionairen en politici in het Londen aan het einde van de negentiende eeuw, wordt niet rechttoe rechtaan verteld. Tijdsprongen zorgen ervoor dat de ware toedracht van alle gebeurtenissen slechts langzaam aan de lezer worden onthuld, zodat de late ontdekking dat de terrorist die werd opgeblazen bij zijn poging een bom te leggen bij het Greenwich Observatory niet de agent-provocateur Verloc zelf is, maar zijn achterlijke, onschuldige zwager Stevie, een pijnlijke morele schok teweegbrengt.

Critici zijn het nooit eens geworden over de manier waarop het huwelijksdrama van Mr en Mrs Verloc een afspiegeling is van het politieke verderf dat zich boven hun hoofden afspeelt. Is The Secret Agent één lange sarcastische aanval op alles wat zich revolutionair en anarchistisch noemt? Of snijdt Conrad dieper en legt hij op een meesterlijke manier het cynische nihilisme bloot dat in zowel de machthebbers schuilgaat als in de revolutionairen die de macht omver willen werpen?

Anders dan Hitchcock, die zich in zijn verfilming van Conrads roman (Sabotage, 1937), op de desintegratie van het huwelijk concentreerde, probeert Hampton het boek in al zijn ironische complexiteit te omvatten. Die trouw is loffelijk, maar wordt niet beloond. Waar de techniek van de uitgestelde onthulling in de roman het effect heeft van een draaikolk, die je zonder pardon meevoert naar het hart van de inktzwarte duisternis, daar leidt de al te letterlijke bewerking van Hampton juist tot dramatische versnippering: de film schept geen eigen context, hij doet vooral naverteld aan. Dat moet ook de reden zijn waarom de meeste acteurs zich zo schokkend onwennig bewegen. Bob Hoskins als Verloc valt ieder onbewaakt moment terug op de al te gezellige cockney die hem op het lijf geschreven is. Als de charmante, maar verdorven anarchist Ossipon maakt Gérard Depardieu vooral een afwezige indruk. Alleen Patricia Arquette weet tussen alle losse typetjes zoiets als een personage neer te zetten: haar Mrs Verloc is het slachtoffer pur sang, een vrouw die haar liefdevolle afhankelijkheid gefnuikt en misbruikt ziet. Wanneer zij het vleesmes stevig in de borst van haar man plant, twijfel je er geen moment aan dat deze moord een uiting van opperste onmacht is.

In Conrads Londen loopt ook de ongrijpbare Professor rond, de man die Verloc van explosieven voorziet. Hij is een symbolisch personage: de van binnen uitgeholde Mr Kurtz uit Heart of Darkness, verplaatst naar het hart van donker Engeland. Hij is de man die zich doelbewust overgeeft aan wanhoop en vernietiging, wiens enige daad van bevestiging de bom is die hij altijd op zijn lichaam draagt (“He had no future. He disdained it. He was a force.”) In de film wordt hij gespeeld door de hyperkomische acteur Robin Williams. Die doet dat heel behoorlijk - en je verbazing daarover is zo groot dat je geen moment in hem kunt geloven.