Pamflet van sterren voor recht van vrouwen op abortus

If These Walls Could Talk. Regie: Nancy Savoca, Cher. Met: Demi Moore, Sissy Spacek, Cher, Anne Heche, Jada Pinkett, CCH Pounder, Craig T. Nelson, Lindsay Crouse. Uitgebracht op huurvideo door Arcade Movie Company.

Het kan raar lopen met een voormalig echtpaar. Na de scheiding van het hippieduo Sonny and Cher ontpopte de deze maand verongelukte Sonny Bono zich als politicus op de conservatieve vleugel van de Republikeinse partij en spreekbuis van Scientology. Hun dochter Chastity Bono werd lesbisch activiste en moeder Cher Sarkisian La Piere een filmster met uitgesproken progressieve sympathieën. Sinds enkele maanden rouleert Chers regiedebuut in de Nederlandse videotheken, als segment van de door HBO (Home Box Office) geproduceerde televisiefilm If These Walls Could Talk. Die werd in oktober 1996, omringd door controverse, in Noord-Amerika uitgezonden en het jaar daarop voor een Emmy genomineerd.

Het drieluik If These Walls Could Talk is een zeldzaam voorbeeld van politiek engagement van vrouwelijke Hollywoodsterren. Demi Moore, die de hoofdrol in het eerste deel speelt, trad als executive producer op van het in fictievorm gegoten pamflet voor het recht van vrouwen op abortus. In Amerika wordt dat standpunt omschreven als 'Pro Choice', als reactie op de fanatieke campagnes tegen abortus, die zichzelf afficheren als 'Pro Life'.

Alle drie de delen werden geschreven door Nancy Savoca, eerder de maakster van True Love en Dogfight, die ook de eerste twee zelf regisseerde. Behalve door het thema van abortus (of niet) worden de delen verbonden door een en hetzelfde huis in een nette buitenwijk. In 1952 woont daar een vrouw (Demi Moore), die een half jaar eerder haar man verloor in de Koreaanse oorlog. Nu is ze door een ongelukkig incident zwanger van haar zwager en dreigt daardoor de steun van haar schoonfamilie te verliezen. Over abortus wordt alleen gefluisterd; via via komt er een engeltjesmaker bij haar langs, die zijn hoed ophoudt terwijl zij op de keukentafel ligt en haar badend in het bloed achterlaat. Het tweede, kortste deel, speelt in 1974 en vertelt hoe Sissy Spacek, moeder van vier kinderen, overweegt nummer vijf niet geboren te laten worden. Tegen de heersende mode in besluit ze het kind te houden. In het de confrontatie zoekende derde deel (1996) regisseert Cher zichzelf als een arts in een abortuskliniek, die zich met kogelvrij vest wapent tegen de voor de deur postende religieuze zeloten van de Pro Life-beweging. Die klampen een bezoekster aan, een studente (Anne Heche, de actrice die afgelopen jaar als een van de eerste tv-sterren bekende lesbisch te zijn) om haar met psychologische oorlogsvoering van haar voornemen af te brengen. Dit minst subtiele deel van het uitzonderlijk expliciete drieluik is ook het meest effectief. Je kunt vraagtekens plaatsen bij de martelaarsrol die Cher zichzelf aanmeet (ze wordt aan het slot neergeschoten door een demonstrant), maar de gedachte dat kwetsbare vrouwen die een abortus willen onder escorte door een haag van bijbelzwaaiers spitsroeden moeten lopen, vervult de kijker inderdaad met afschuw.