Olympische show komt schaatsers ongelegen

In Zoetermeer werd gisteren de olympische ploeg overgedragen aan chef de mission Ard Schenk. Met koffers en tassen vol nieuwe kleren verlieten vijftien schaatsers en zes shorttrackers het tussenstation naar Nagano.

ZOETERMEER, 21 JAN. Protesteren had geen enkele zin. WK sprint of geen WK sprint, de overkoepelende sportbond NOC*NSF stond er op dat de nationale sprinters hun voorbereiding op de wereldkampioenschappen van komend weekeinde in Berlijn zouden onderbreken en naar Zoetermeer zouden komen voor de officiële overdracht van de olympische ploeg. Dus klonk gisterochtend om kwart over vijf het reveille voor de ploeg van bondscoach Peter Mueller voor een eendaagse vliegretourtje Nederland.

“Dat heeft niks meer met topsport te maken”, schamperde Sandra Zwolle gistermiddag na de feestelijke bijeenkomst in Snow World, een overdekte skibaan aan de rand van Zoetermeer. “Natuurlijk zijn de Olympische Spelen hartstikke belangrijk, maar dat is niet alles. Er is ook nog een WK”, zei de schaatsster die in Nagano (7 tot en met 22 februari) bij haar eerste Olympische Spelen op de 1.000 meter uitkomt. Tot voor kort gingen de sprinters er nog van uit dat ze de olympische overdracht konden laten schieten, ten faveure van kostbare trainingsuren. Toen bleek dat ze toch moesten opdraven voor de rituele dans, pakte Peter Mueller in het zuiden van Duitsland de telefoon, er werden zelfs brieven geschreven, maar niets hielp. Alle olympische deelnemers waren verplicht op het appèl van NOC*NSF te verschijnen.

In Zoetermeer keken de sprinters terug op een turbulent etmaal. Maandagochtend vertrokken ze per auto uit Inzell voor wat een bijzonder lange rit naar Berlijn zou worden. Zaterdag en zondag rijden zeven van de zestien schaatsende Nagano-gangers daar de WK-sprint. Bij vertrek was het slecht weer, maar, zo herinnerde Jan Bos zich, in de verte daagde licht. Het was schone schijn. Er kwam nog meer sneeuw, plotselinge gladheid, geslipte en tegen elkaar gebotste auto's in de berm, lange files, er waren zelfs rijen voor de benzinepomp.

“Een fantastische reis van een uurtje of tien”, vatte Erben Wennemars het wegavontuur ironisch samen. 's Avonds konden ze op de ijsbaan in Berlijn nog net een paar rondjes rijden, om vervolgens slechts van een korte nachtrust te genieten. Wennemars: “Ik vind het hier allemaal prachtig, maar het vergt wel enorm veel energie van me. Ik hoop dat ik de komende drie dagen een beetje kan uitrusten voor het WK.”

Blij toonden Zwolle, Bos en Wennemars zich met hun deel van de vrachtlading aan olympische wedstrijdpakken en vrijetijdskleiding die over 21 van de 23 wintersporters werd uitgestort. Vooral Barbara de Loor voelde zich lekker in haar nieuwe spullen. Zij was de laatste schaatser die zich plaatste voor de Olympische Spelen. Koel en zelfverzekerd greep ze zondag in Innsbruck op de 1.500 meter haar laatste kans om deel te nemen aan haar eerste Winterspelen. Als lid van de kledingcommissie die adviseerde over de sportieve outfit voor Japan stond De Loor eigenlijk al maanden voor haar kwalificatie met één klapschaats in Japan.

Wegens ziekte ontbraken gisteren snowboarder Thedo Remmelink en 1.500 meter-specialist Martin Hersman uit de schaatsploeg van Henk Gemser. Behalve Japanse hapjes, koude sake en een discopresentatie van de olympische kleding misten ze een instructeursdrill-versie van het Wilhelmus en een ode aan Erica Terpstra, Olleke Bolleke Erica, Olleke Bolleke Knol, beide 'gezongen' door het Brulkoor uit Roelofarendsveen. Bespaard bleef de twee afwezigen een paar blunders van NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen, die de ploeg overdroeg aan chef de mission Ard Schenk.

Nadat Huibregtsen de langebaanschaatsers op het podium had geroepen, moest Schenk de bestuurder er ten overstaan van sporters, hun ouders, sponsors, de ambassadeur van Japan en pers op wijzen dat er op de achterkant van diens A-viertje nog een rijtje namen stond. Pas nadat het ene kandidaatlid voor het Internationaal Olympisch Comité de andere kandidaat had gecorrigeerd, mochten de zes shorttrackers het podium op.

Ten slotte was Huibregtsen in de veronderstelling dat er met uitzondering van Rintje Ritsma een compleet nieuwe olympische ploeg klaarstond voor Nagano. Met name Carla Zijlstra (Albertville 1992, Hamar 1994), Tonny de Jong (Hamar), Annamarie Thomas (Hamar) en shorttrackster Anke-Jannie Landman (Hamar) hoorden die mededeling met verbijstering aan. Ook Martin Hersman - ziek thuis - mag zich met terugwerkende kracht gekrenkt voelen. Als 19-jarige maakte hij zijn olympische debuut op de 1.500 meter in Hamar.