Kritiek op nasleep rel Eurotop

DEN HAAG, 21 JAN. De opvang van de honderden arrestanten tijdens de Eurotop in Amsterdam is onder de maat geweest. Maar het personeel heeft er met veel improvisatievermogen het beste van gemaakt in deze voor het gevangeniswezen niet voorziene noodsituatie.

Dat is een van de conclusies uit het rapport van de commissie-Balkema, die in opdracht van minister Sorgdrager van Justitie onderzoek heeft gedaan naar de opvang van de arrestanten.

De behandeling van de verdachten is, voor zover de commissie heeft kunnen nagaan, strak maar correct geweest. De klachten over seksuele intimidatie van de kant van het gevangenispersoneel zijn volgens het rapport niet aannemelijk gemaakt. De medische verzorging voldeed gezien de noodsituatie aan de eisen.

Kritischer is de commissie over de geringe betrokkenheid van het gevangeniswezen bij de voorbereidingen van de Eurotop. Daar is nauwelijks sprake van geweest en ook na de arrestaties is overleg nagenoeg uitgebleven, constateert de commissie. Een van de belangrijkste aanbevelingen is dan ook het gevangeniswezen in een vroegtijdig stadium te betrekken bij een situatie waarin grootschalig politie-optreden wordt verwacht.

De commissie heeft bij haar onderzoek geen aandacht kunnen besteden aan individuele klachten van arrestanten. Hoewel de opdracht van Sorgdrager alleen een onderzoek naar klachten van algemene aard bevatte, had de commissie ook graag enkele individuele klagers willen spreken. De opstellers van het zwartboek over de arrestaties wilden echter gezien de onderzoeksopdracht geen bemiddelende rol spelen.

De kritiek op de opvang van de arrestanten spitste zich toe op het te lange verblijf van een groep in een bus en het onderbrengen van meer dan honderd verdachten in een tent. Dat laatste heeft geleid tot beheersproblemen. De materiële opvang is door de noodsituatie beneden de maat geweest, stelt de commissie. (ANP) In een reactie noemt het Autonoom Centrum, dat zich heeft opgeworpen als spreekbuis van de arrestanten, de algemene conclusie van de commissie over de behandeling “voorbarig”. Het Centrum meent dat hier een onderzoek naar moet worden gehouden.