'Kans is levensgroot dat de zaak uit elkaar barst'; Oud-minister Seda over de Indonesische crisis

Binnen anderhalve maand moet er een politieke doorbraak komen in Indonesië. Zo niet dan “barst de zaak uit elkaar”. Dat is de vaste overtuiging van Frans Seda, oud-minister onder zowel president Soekarno als president Soeharto.

JAKARTA, 21 JAN. De vergaderzaal van het kantoor van Frans Seda, pal achter het grote Merdeka-plein in het centrum van Jakarta, waar hij zijn gast ontvangt, is rijk voorzien van vroegere huldeblijken. Twee foto's: Seda aan het roer van een zeiljacht en Seda die de ring van de paus Johannes Paulus II kust. De van het eiland Flores afkomstige voormalige leider van de Katholieke Partij Indonesië, die net als alle andere oude partijen in 1972 ophield te bestaan, was minister van Plantages in de laatste jaren van de oude orde van Soekarno, en minister van Financiën onder Soeharto in de jaren zeventig.

De huidige crisis in Indonesië heeft volgens Seda een sociaal-economische én een politieke component. Die eerste kan goed worden opgelost met het hulpverleningsprogramma ter waarde van 43 miljard dollar dat president Soeharto twee weken terug overeenkwam met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dat gebeurde nadat de Indonesische regering een eerder, in november afgesloten akkoord met het IMF niet nakwam.

Op een paar details na oordeelt de oud-bewindsman positief over het IMF-pakket en de daaraan verbonden strikte voorwaarden. “De grote moeilijkheid zal zijn dit concept uit te voeren. Om de doorzichtigheid te bevorderen moeten de fiscale inkomsten voortaan allemaal in de begroting worden opgenomen. Maar hoe zorg je daarvoor, gelet op de gevestigde belangen?. Hetzelfde geldt voor de invoering van behoorlijk bestuur. Zal er in de toekomst echt sprake zijn van vrije concurrentie als het gaat om grote staatsopdrachten, of gaan die weer naar de oude kliek?”

En de politieke component? President Soeharto's positie is de laatste tijd onder vuur komen te liggen. En het is niet duidelijk wie hem zou kunnen opvolgen.

“Door al die telefoontjes vorige week van alle wereldleiders is zijn politieke statuur juist toegenomen. De boodschap was min of meer: zonder jou kunnen we niet leven. Paradoxaal is wel dat hij sterker is geworden maar dat de risico's gelijktijdig groter zijn geworden. Want Soeharto heeft persoonlijk het IMF-akkoord ondertekend, niet de minister van Financiën zoals gebruikelijk. Hij heeft gezegd persoonlijk verantwoording te nemen voor het herstelprogram. Dat betekent: als het mis zou lopen met dat economische herstel, zal hij ook de schuld krijgen. Omdat dit een groot risico is, zeggen sommigen: juist daarom moet hij opnieuw worden aangewezen als president, want hij is de enige met voldoende gezag om zo'n operatie uit te voeren. Anderen zeggen: nee, laten we bapak zo'n afgang besparen. Hij zou zich niet verkiesbaar moeten stellen. Hij heeft de kandidatuur nu wel aanvaard en dat was ook te verwachten want hij is een soldaat. Hij zal nooit vertrekken terwijl het land in crisis verkeert, dan zou hij zich een verrader gevoeld hebben.

“Waar het op aankomt als de tijd daar is, is een stabiele machtsoverdracht. Indonesië heeft niet veel ervaringen met successie. De ene keer dat dit gebeurde in 1966 is dat met veel bloedvergieten gepaard gegaan. Dat heeft een diep trauma nagelaten. De kwestie van de successie wordt door twee factoren zeer bemoeilijkt. De eerste is dat trauma van 1966. De tweede wordt gevormd door de gevestigde zakelijke belangen van de presidentiële familie, van de daarmee verbonden zakenlieden en van alle mensen in het systeem die op een of andere manier met dit machtscomplex verbonden zijn.”

Hoe kan een stabiele overdracht van de macht tot stand komen?

Er zijn theoretisch verschillende scenario's. De president kan de keuze van een opvolger overlaten aan het Volkscongres. Dat is het meest risicovol omdat verschillen van mening over mogelijke kandidaten dan hoog kunnen oplopen. Een tweede mogelijkheid is dat Soeharto weggaat na het aanwijzen van zijn opvolger: hij zelf doet een stap terug en volgt de regering als wijze man op de achtergrond. Dat heeft hij bij de oorspronkelijke kandidaatstelling door de regeringspartij Golkar in oktober vorig jaar zelf als zijn wens aangegeven.''

Niemand geloofde dat toen.

“Niemand binnen Golkar wilde dat geloven wegens hun gevestigde belangen. Maar ik nam zijn woorden zeer serieus. Toch is er nog een derde scenario en dat komt nu in beeld: de president keert terug, maar geeft de vice-president en het kabinet meer bevoegdheden. De vice-president leidt als premier een presidentieel kabinet. Dat hebben we begin jaren vijftig ook gehad met Soekarno en Hatta.

“Om de stabiliteit tijdens de machtsoverdracht te bewaren, is een democratische doorbraak noodzakelijk. Er moet meer politieke openheid komen. Het Volkscongres moet de keuze hebben uit verschillende kandidaten, en er moet echt gekozen kunnen worden volgens het systeem van een gewone meerderheid van stemmen.

“Maar je kunt zaken in het staatsbestel niet veranderen zonder Soeharto. Zonder Soeharto betekent zonder de steun van het leger, en dat is zeer moeilijk. Mijn advies aan het leger is dat men dit parcours volgt. Al was het alleen maar omdat het goedkoper is dan al die mankracht op de been te houden om in de verschillende gebieden te waken over rust en orde.

“Als Soeharto en de legerleiding dit advies niet opvolgen, is de kans levensgroot dat de zaak barst en dat op grote schaal onlusten uitbreken. Zo'n situatie zal funest zijn voor het herstel van het vertrouwen van de markt.”