In de lift

De zon staat hoog aan de hemel en de pistes zijn wit en breed. Tussen de pistemarkeringen door skiën wat mensen, maar de meeste maken van het heldere weer gebruik en zoeken hun weg naast de platgewalste paden.

Ik zit in de stoeltjeslift, glijdend in de lucht, als een tevreden man.

“Of we kunnen ook daar!”, zegt het meisje achter me tegen haar vriend, en ze wijst naar een langgerekt Buckel-tapijt, links van de reguliere piste. Haar vriend knikt.

De skiërs volgend, die swingend van heuvel naar heuvel snijden, kijk ik met haar mee. Niet echt uitdagend lijkt me.

“Of gewoon op de piste...”, zegt ze na enkele seconden een beetje teleurgesteld, omdat het Buckel-stuk wat ze had aangewezen wel leuk was, maar toch niet hét.

Een zachte bergwind kust ons op de wangen, en zwijgend dwalen onze ogen over het schouwspel onder ons. Het is al de hele week prachtig weer. We konden het niet beter treffen. Zon, sneeuw en 's avonds dolle pret.

Waar zal ik gaan skiën? Daar, op de heuveltjes die het meisje heeft aangewezen? Of gewoon op de piste? Ik kijk off-piste en zie enkele goede skiërs een gewaagde afdaling nemen. Ja, dat is een leuk stuk, zeg ik tegen mezelf. Alleen, ik heb geen zin die helling daarvoor te klunen, hoe kom ik daar? Ah, zo! In de verte zie ik een groepje mensen over de rotsen klimmen, rechts van de lift. Even een erg steil stuk, maar daarna shuss, en pats!, sta je bovenaan die fantastische duik in het diepe. Mijn hart begint sneller te kloppen. Ja, zó kan het! Het meisje en haar vriend hebben het ook gezien.

“Kijk, die gaat goed!”, zegt het meisje en ze kijkt verlekkerd naar de helling, naar een Fransman die kennelijk al op de ski's stond voor hij lopen kon. De lift kruipt over de rotspartij. We kunnen nu goed zien hoe we moeten gaan. Bovenaan klimt een nieuw groepje over de rotsen om naar het mooie stuk te komen. De eerste doet zijn ski's aan, daarna pats pats, twee scherpe bochten, schuss om op de heuvel te komen, en...ja! Heeft het gehaald.

De tweede klautert over de rotsen, legt zijn ski's klaar om aan te klikken, klikt, maakt een paar voorzichtige bochten om het steile stuk door te komen, shuss... en haalt het ook. De derde klimt over de rotsen en zoekt een plek om zijn ski's neer te leggen. Maar plotseling glijdt hij weg.

Zelf is hij er wat verbaasd over, hij glijdt enkele meters naar beneden, zittend op zijn billen, zijn benen gebogen en zijn skischoenen remmend voor zich uit. In de lift moeten we even glimlachen om de onhandigheid van deze skiër.

Maar al snel vinden we het minder leuk. Doordat hij zijn skischoenen hard in de sneeuw duwt, draait hij 180 graden en komt op zijn rug terecht. En in enkele seconden neemt zijn snelheid zo toe, dat hij niet meer kan remmen. Op ski's zou het niet langzamer gaan.

Met ingehouden adem kijken we toe. Hij ligt nu op zijn buik, zijn handen vooruit. Ons stoeltje brengt ons op gelijke hoogte. We kunnen alles als geen ander overzien. Na de rotsen waarover hij klom, steekt de helling als een stanleymes naar beneden, zo steil. Pas tegen het einde verdwijnt de steilheid, en komt het goede punt om shuss te gaan. En wat we zien doet ons het ergste vrezen. Want terwijl hij sneller en sneller naar beneden raast, zien wij dat hij regelrecht op een kleine rots afkoerst, die enkele centimeters uit de sneeuw steekt.

“O Jezus!”, zegt het meisje achter mij.

Het duurt nog maar een seconde of twee en hij heeft de rots bereikt. Ik kijk wat er na de rots komt, en of hij die nog kan ontwijken. Maar dat stelt mij niet gerust, want enkele meters erna ligt een hele partij rotsen en er is geen mogelijkheid dat hij die kan missen. Een... twee...

“Aaaah!”, schreeuwt hij vanuit de diepte, bijna tegelijk met de klap. Mijn maag knijpt zich samen, terwijl de ongelukkige als een schansspringer de lucht in wordt gelanceerd. Godzijdank weet hij net op tijd zijn hoofd op te trekken, zodat niet zijn schedeldak, maar zijn borstkas de rots raakt. Hij stuitert een meter of drie verderop weer op de grond, vlak voor de rest van de rotsen, waardoor hij opnieuw wordt gelanceerd. Nu vliegt hij niet drie, maar zeker acht meter ver, en hij maakt enkele salto's. Dan smakt hij op een skipad. Hij rolt een stuk door, voordat hij bewegingloos blijft liggen.

“O mijn god!”, zegt het meisje.

Meteen snellen van alle kanten mensen toe. Boven rent de liftman uit zijn hokje, kijkt hij wat er beneden gebeurd is, en rent dan snel weer terug naar binnen. Iedereen heeft door dat het zeer ernstig is.

Terwijl de helikopter gebeld wordt en een kluit mensen om het bewegingloze lichaam ontstaat, glijdt de lift gestaag verder. De zon staat nog steeds hoog en prachtig aan de hemel. Het bergwindje kust onze wangen. En de piste ligt wit en breed aan onze voeten. Het zal niet lang meer duren voordat we boven zijn.