'Engel des doods' bekogeld

BUENOS AIRES, 21 JAN. De Argentijnse marine-officier buiten dienst Alfredo Astiz, alias de blonde engel des doods, heeft gisteren voor een rechtbank in Buenos Aires verklaard niets te weten over verdwijningen en moorden onder de militaire dictatuur van 1976-1983. Astiz werd gisteren bij de rechtbank door honderden betogers verwelkomd met spreekkoren en bekogeld met eieren.

De 47-jarige Astiz, die als voormalig lid van een doodseskader een symbool van de onderdrukking is, moest gisteren getuigen over zijn rol in de 'vuile oorlog' en zijn recente bedreigingen van tegenstanders. Onder de militaire dictatuur verdwenen tussen 1976 en 1983 ten minste 15.000 en mogelijk 30.000 burgers.

Aanleiding vormt een interview in het blad Tres Puntos, waarin Astiz verklaarde geen wroeging te hebben van zijn acties tegen “subversieven” in de jaren zeventig. Hij waarschuwde journalisten, politici en mensenrechtenactivisten zich gedeisd te houden omdat hij van alle Argentijnen “het best getraind was in het vermoorden van politici en journalisten”. Hij suggereerde dat de moord op de journalist Mario Bonino in 1993 te maken had met diens kritiek op het leger. “Bonino was de eerste journalist die onder de democratie is gedood.” Astiz ontkende voor de rechtbank echter iets met Bonino's dood van doen te hebben. Ook zei hij niets te weten van de ontvoering en verdwijning van de auteur Rodolfo Walsh in 1977, die hij ook had genoemd in het gewraakte interview.

Astiz is in Frankrijk tot levenslang veroordeeld wegens de moord op twee Franse nonnen in 1977. Zweden zoekt hem voor de verdwijning van het meisje Dagmar Hagelin in 1977. In 1996 trad hij na zware internationale druk uit dienst. (AP)