De hernieuwde dans met de zwarte bruid; Voor Désirée Delauney is haar danssolo Countdown een keerpunt

Donderdag gaat 'Countdown' in premiere, de nieuwe danssolo van en door Désirée Delauney. De in Nederland werkende Française wil in deze produktie afrekenen met hardnekkige herinneringen aan vorig werk. Het aftellen is begonnen.

Premiere 'Countdown' 22 januari, Brakke Grond, Amsterdam.

AMSTERDAM, 21 JAN. 'Countdown' is de titel en ook het uitgangspunt van de nieuwe produktie van danseres en choreografe Désirée Delauney (1957). “Het is mijn alternatief voor een retrospectief”, zegt de bijna fluisterend sprekende Française. “Bepaalde herinneringen aan eerder werk zijn zeer hardnekkig. Kennelijk betreffen ze onvoltooide thema's. Door deze weer op te pakken, hoop ik met ze af te rekenen en beter te begrijpen wat ik wil. Countdown gaat over het weghalen van het overbodige. Aftellen - count down - in de zin van afstrippen.”

Ondanks haar gestaag groeiende oeuvre is Désirée Delauney in de Nederlandse danswereld een choreografe met een klein, doch trouw publiek. In de jaren tachtig trad zij op met haar eigen dans- en performancegroep Bilski Algemeen en was zij één van de oprichters van het theatercollectief Cloud Chamber. Sinds begin jaren negentig is zij vooral alleen op pad. De dansvorm van haar voorkeur is nu het duet of liever nog de solo, dikwijls omspoeld met Engelse teksten met een charmant Frans accent. Haar graatmagere lichaam dwingt onverbiddellijk de aandacht af, of het nu is met onzeker ogende, introverte pasjes of met onverwacht extraverte bewegingen die haar doen kronkelen. Het is alsof het publiek via haar dans te zien krijgt wat zich binnen afspeelt aan diepgevoelde, vaak tegenstrijdige emoties.

De meest concrete aanknopingspunten voor de solo Countdown zijn de personages die Delauney vertolkte in twee eerdere duetten, Cantate uit 1989 en Je au pluriel of het meervoudige ik uit 1996. Uit het eerste stuk pakte zij de zwarte bruid, die stond voor een zoektocht naar de eigen seksualiteit. De romantisch-droefgeestige Pierrot en de doortastende, naar evenwicht strevende koorddanseres komen uit het tweede werk. “De zwarte bruid ging fysiek niet ver genoeg. Haar rol was te weinig ingevuld met lichamelijke impulsen”, meent Delauney. “Ook Pierrot en de koorddanseres konden extremer worden uitgewerkt. Destijds lukte dat niet door een blessure aan mijn rug. Ik kon ze niet zo voluit laten bewegen als mijn bedoeling was.”

De keuze voor juist deze personages raakt aan meer algemeen artistieke drijfveren. Voor Delauney vijftien jaar geleden naar Nederland kwam, studeerde zij academische dans in Parijs en maakte zij in New York kennis met het gedachtengoed van Merce Cunningham en Simone Forti. In de eigen bewegingsstijl die zij uit al deze ervaringen destilleerde, is de verwijzing naar haar klassieke achtergrond een constante. Met name de koorddanseres belichaamt Delauney's visie op de pure ballettechniek. “Voor dit personage draait alles om de kracht van de wil of het forceren daarvan. Haar act is te gevaarlijk voor een misstap. Dit 'moeten', deze eis om altijd verder te gaan en beter te worden, is kenmerkend voor het klassieke ballet. Ik veroordeel het niet, maar het heeft mij veel lichamelijke en geestelijke pijn gekost.”

Maar waarom laat Delauney het klassieke ballet dan niet gewoon los? “Ik voel me vreemd genoeg altijd ook uitgedaagd door die drang om lichamelijke grenzen te verleggen.”

Het reanimeren van de zwarte bruid, Pierrot en de koorddanseres voor Countdown is vanzelfsprekend voor Delauney, die zichzelf consequent tot het onderwerp van haar choreografieën maakt. Elk nieuw werk is een uiting van wat haar persoonlijk op dat moment sterk bezighoudt: seks, religie, macht, onschuld of melancholie zijn trefwoorden. “Voor mij maakt dans zichtbaar wat ik denk en voel” stelt Delauney vast. “Countdown sluit een levensfase af, en luidt een nieuwe in. Tot nu toe liet ik me kennen als nogal heftig. Nu wil ik rust of sereniteit bereiken. Ik word ouder, ik ben op een keerpunt beland. Hiervoor was ik aan het groeien, nu gaat het richting dood. Dat is geen dramatiek, dat constateer ik.”

Persoonlijke emoties zijn weliswaar een mogelijkheid om tot bewegingen te komen, maar zijn Delauney's besognes niet te privé voor op het podium? “Ik houd ervan de grens tussen privé en niet privé op te rekken. Maar uiteindelijk zijn mijn performances geen ego-trips. Dat wat mij drijft giet ik als kunstenaar in een vorm en bovendien betreft het onderwerpen die voor iederéén belangrijk zijn. Het leven is - hoe banaal dat misschien ook klinkt - een zoektocht. Naar liefde bijvoorbeeld.”

Gingen de vorige solo's nog over roes (Alcool, 1993) en groei (Zero, 1997), in Countdown lijkt het afgelopen met de stijgende lijn van de levenslust. Maar Delauney heeft al vaker rond het eindpunt-gegeven gedarteld. Hoe ver kon ze na het naakte lichaam in Alcool nog gaan? Wat viel er na de nul van Zero nog na te jagen? Eén van Delauney's zeldzame glimlachen breekt haar verlegen gelaat open. “Na elke produktie vroeg ik mij af: wat nu? Dat zal ook wel weer de conclusie van Countdown worden. Het aftellen leidt vast niet naar het niets, . maar wat er tevoorschijn zal komen weet ik nog niet. Een solo als stervende zwaan, dat lijkt me wel wat.”