Daling werkloosheid toont knelpunten arbeidsmarkt

Nooit daalde de werkloosheid zo sterk als vorig jaar, zo bleek gisteren uit CBS-cijfers. Door de sterke daling worden de knelpunten in de arbeidsmarkt steeds beter belicht, zowel aan de vraag- als de aanbodzijde.

DEN HAAG, 21 JAN. Wat het arbeidsbureau betreft is het afgelopen met de speciale aandacht die werkloze jongeren kregen. Die aandacht stamt uit begin jaren tachtig, toen jeugdwerkloosheid nog een heus probleem was en 'jongeren' derhalve een probleemcategorie. Op dezelfde dag dat het (CBS) wist te melden dat de werkloosheid in 1997 sterker is gedaald dan ooit tevoren, besloot een ander Centraal Bureau, dat van de Arbeidsvoorziening, niet alleen jongeren, maar ook vrouwen van de probleemlijst te schrappen. Werklozen jongeren tussen 15 en 24 jaar en vrouwen zijn er weliswaar nog genoeg, maar voor de arbeidsbureaus zijn het er niet langer voldoende om extra werk voor te verzetten. Volgens het het CBS waren er vorig jaar nog 54.000 werkloze jongeren en 176.000 werkloze vrouwen.

Het aantal werkloze vrouwen was in de jaren 1994 tot en met 1996 stabiel gebleven, maar vorig jaar opeens met 12 procent gedaald. Het ministerie van Sociale Zaken schrijft dit op het eigen conto: de ruimere financiële ondersteuning voor kinderopvang begint zijn vruchten af te werpen.

Mede door 'ontgroening' (de aanwas van jongeren neemt gestaag af) is de jeugdwerkloosheid uitgebannen, maar dat plaatst het probleem vergrijzing (de aanwas van ouderen groeit) meer op de voorgrond. Dat vinden de arbeidsbureaus ook, want ze hebben de jongeren en de vrouwen verruild voor de nieuwe 'aandachtscategorie' ouderen. Mensen die na hun veertigste hun baan verliezen, hebben nogal eens moeite met het vinden van een nieuwe. Volgens een woordvoerder van Arbeidsvoorziening wordt het dankzij de snel dalende werkloosheid wel steeds makkelijker om werkgevers te interesseren voor een oudere als potentiële werknemer. “Nu wordt het voor onze consulenten makkelijker om de werkgever te bewegen de eisen te verlagen, zowel qua opleiding als qua leeftijd.”

Met de extra aandacht voor oudere werklozen, althans werklozen die door werkgevers oud worden bevonden, hebben de arbeidsbureaus gelijk nog een probleemcategorie bij de kop: de langdurig werkloze (langer dan één jaar). De snel dalende werkloosheidscijfers komen voor het grootste deel voor rekening van mensen die korter dan een jaar bij het arbeidsbureau ingeschreven staan. En de 'achterblijvers', de langdurig werklozen, zijn overwegend ouder dan veertig.

Van de langdurig werklozen sluiten hun aangeboden capaciteiten niet aan bij de vraag . In sommige bedrijfstakken is die vraag sowieso groter dan het aanbod en daar ontstaan knelpunten. Ook die knelpunten aan de vraagzijde worden met de dalende werkloosheid steeds duidelijker zichtbaar. Niet alleen de informatica- en technologiebranche heeft last van een tekort. Ook in de bouw is steeds moeilijker aan mensen te komen.

De stijging van de werkgelegenheid houdt al met al geen gelijke tred meer met de (geringere) groei van de beroepsbevolking. Werkgevers hebben de afgelopen jaren nog geprobeerd om met evenveel mensen meer productie te draaien. Temeer omdat het vertrouwen in de bestendigheid van de economische groei nog klein was, waardoor werkgevers huiverig waren om nieuwe werknemers aan zich te binden. Maar kennelijk is de rek er uit. Het afgelopen jaar heeft het CBS een versnelling gesignaleerd in de afname van de werkloosheid. In 1994 nam die nag met zo'n 2.000 personen per maand af, vorig jaar waren dat er 8.000. Verhoudingsgewijs is de werkloosheid meer gedaald dan ooit tevoren. Een aangename ontwikkeling voor de huidige paarse coalitie zo vlak voor de verkiezingen. Premier Kok deed er nog een schepje bovenop door bij het PvdA-congres te beloven dat als zijn partij in het volgende kabinet komt er een half miljoen banen bij zullen komen. Kok voelt een wind in de rug die zelfs in het topjaar-tot-nu-toe, 1985, niet werd gevoeld als het gaat om de werkloosheidsdaling. In 1984 waren nog 591.000 mensen die een baan zochten van meer dan 12 uur per week, een jaar later waren dat er 13,5 procent minder. Vorig jaar bedroeg dedaling 14,8 procent.