Cubanen geloven in 'heer die straalt', niet in paus

Op Cuba zijn religies die door slaven zijn meegenomen uit Afrika populairder dan het katholicisme, dat door de Spanjaarden werd opgelegd.

HAVANA, 21 JAN. “Van het ene uiterste in het andere”, zegt Solangel (47). Zij heeft net gehoord van Fidel Castro's laatste oekaze: het volk dient de paus 'respectvol en massief' te verwelkomen. Vanmiddag hebben alle Cubanen in Havanna vrij, zodat zij kunnen tonen hoe 'een socialistische revolutie in staat is alle gelovigen en ongelovigen te respecteren'.

Vertaald naar de praktijk van het Cubaanse communisme betekent dit dat iedereen met pausvlaggetjes langs de weg moet gaan staan. De regering heeft een 'mobilisatieplan' opgesteld. Werknemers worden vanaf hun werk direct naar een voorgeprogrammeerde plek langs de pauselijke route naar de stad gebracht. De rest van de bevolking dient zich te melden op 'verzamelpunten' in de wijk, vanwaar zij met staatsbussen verder worden gebracht.

“Een goedkoop middagje uit”, verzucht Solangel, en zoekt in een kist naar geschikte kleren. Gisteren wist zij nog niet zo zeker of zij wel zal gaan. “Voor mij is de paus gewoon een zoveelste staatshoofd”, zegt zij in haar kamer vol hoefijzers en heiligenbeelden. “Spiritueel is hij niemand voor me.”

Solangel is een zogeheten santera, iemand die 'geheiligd' is in de Afrikaanse yoruba-godsdienst. Volgens Cuba-experts hangen meer mensen op het eiland de door slaven meegenomen religies aan, dan het katholicisme dat door de Spanjaarden werd opgelegd. Maar net als de katholieke kerk zijn ook deze godsdiensten decennia lang door de communistische partij van Cuba onderdrukt. De aanhangers waren iets minder grijpbaar, omdat de rituelen in huis bedreven worden. “Toch hoefde ik op mijn werk niet met santeria aan te komen”, zegt Solangel, die haar baan nog steeds liever niet in de krant genoemd ziet. “Ik had onmiddellijk op straat gestaan.”

Het is nu al drie dagen feest in het oude huis van Solangel. Een kakelende bal gebonden kippen rolt over de binnenplaats. Daarnaast wachten twee geitjes met verschrikte ogen op het mes dat straks hun keel zal doorsnijden. Het is echter de douchecel waar alles om draait. Een zwarte man met een witte koksmuts op, verklaart de voorwerpen op de tegels. “Dit is de heilige ogun”, zegt de yoruba-priester en wijst op een bak vol roestige pijlpunten, muizenvallen, en een stevig stuk treinrails. “Hij is de heilige van de kracht en het ijzer.” In andere bakken liggen geitenschedels, schelpenkettingen en beschilderde stenen. Daarachter een cirkel van vijf soepterrines. “Niet aankomen”, roept de priester. “Niemand mag weten wat daar in zit!” De delftsblauwe soepterrine is de heilige obatala, de 'heer die straalt'. “Vertaald naar het katholicisme zou dit dus Jezus Christus zijn, het Heilige Hart, of geloof-hoop-en-liefde.” En in die terrine daar met tulpen is la Caridad del Cobre, de beschermvrouwe van Cuba. Morgen wordt zij in Santiago door de paus geheiligd. Voor de aanhangers van het yoruba-geloof betekent zij zoetheid, schoonheid en seks. Wat vindt hij van het bezoek van de paus? De priester haalt zijn schouders op. Misschien gaat hij wel even kijken. Uit 'nieuwsgierigheid'. Maar voor hem maakt het niets uit of de paus komt of niet. “Onze paus heet Alafin. Hij woont in Oyo, Nigeria.”

Toch heeft yoruba alles met katholicisme te maken. Elke yoruba-gelovige moet gedoopt zijn in een katholieke kerk. Een gewoonte die is overgebleven uit de koloniale tijd, toen elke slaaf die in een nieuwe wereld aankwam automatisch werd gedoopt. Om de Spanjaarden te doen geloven dat zij bekeerd waren, vertaalden de meeste Afrikanen hun goden in katholieke heiligen. Veel yoruba-gelovigen gaan ook nog steeds naar de mis. Solangel: “Niet om wat de priester vertelt, maar om even op een heilige plaats te zijn.” Wie luistert er nu naar de woorden die priesters vertellen? Wie luistert er in het algemeen nog naar woorden, na veertig jaar gepraat. Zes uur lang, van negen uur 's avonds tot drie uur 's ochtends praatte Castro afgelopen vrijdag weer op televisie. Een gemiddelde van 25 woorden per minuut. “We zijn er in getraind om te luisteren zonder te luisteren”, zegt Solangel.

Voor Solangel is de katholieke kerk niet meer dan een façade: “Yoruba gaat over de dagelijkse problemen van het leven, terwijl de katholieke kerk alleen maar problemen creëert.” Neem nu de politiek van de paus over voorbehoedsmiddelen. “Abortus moet bestaan, en homo's ook”, stelt Solangel. Wie heeft nu het recht om te zeggen wat een ander moet voelen of doen? “Elk mens heeft een orgaan dat moet functioneren. Waarom anders heeft God ons ermee behept?”

Nee, in de yoruba-godsdienst is niets verboden. Verboden is alleen wat slecht voor je is. Zij, Solangel, mag bijvoorbeeld geen overspel plegen. De schelpen van de priester hebben gezegd dat dit slecht voor haar is. Dat zijn van die dingen waar een mens wat aan heeft. “Geen algemene spiritualiteiten, maar een concreet advies voor je eigen leven.”

Bij de douchecel heeft de ceremonie inmiddels concrete vormen aangenomen. Een man slaat met een stok op de vloer, terwijl de priester formules prevelt. “Baje, baje, baje, toem”, reciteert de priester. Vóór hem brandt een kaars op een schaaltje met kokosnootschillen. “Wat zit je dwars?” ondervraagt hij een oudere vrouw. Zij is een gewezen Italiaanse zangeres, sinds twintig jaar verslingerd aan Cuba. Bevend onder haar uilenbril probeert zij de priester te antwoorden. “Nee, ik begrijp het”, onderbreekt hij haar. “Je hebt de verkeerde investering gedaan. Je moet serieus oppassen waaraan je je geld uitgeeft. Er zijn mensen die van je profiteren.”

Het blijft een vrolijke boel. Rokend, etend en drinkend volgen de genodigden de sacramenten. Tegen het eind van de middag komt een gitzwarte vrouw in een roze gewaad het huis binnen gewapperd. Bristalia Casamajor (48) is dierenarts. Al twintig jaar yoruba-gelovige. “In het openbaar zijn ze nog zo atheïstisch. Maar elke Cubaan heeft in de WC of onder zijn bed wel een yoruba-talisman voor zijn geluk.”

Ook voor haar heeft het pausbezoek geen religieuze betekenis. “Voor mij is het vooral een politiek feit.” Het zal helpen de vrijheid van haar eigen godsdienst te garanderen. Maar ook is het vooral een algemene hoop op 'beter'. “Als Clinton zou komen, dan zou ik pas echt juichen. Dit is in elk geval één stapje uit ons isolement.” Want echt, in de katholieke kerk heeft zij weinig fiducie. Zij herinnert zich nog hoe zij als kind naar de nonnenschool ging. Dan had je twee ingangen, twee gescheiden scholen. Een voor de rijken, en een voor de armen. Twee kerken, en twee deuren ook. “Ik begreep nooit waarom ik niet door die andere deur mocht”, zegt Bristalia. “De katholieke kerk is gewoon een economische macht. Veel gepraat, en weinig betekenis voor de problemen van de mensen in hun gewone leven. Heb je ooit een yoruba-priester gezien die minister werd of president?” De vrouwen lachen met schuddende buiken. “Als de paus straks opkomt voor een beter leven, zal ik applaudisseren. Anders niet”, zegt Solangel gedecideerd.