Affaire-Dreyfus

De affaire-Dreyfus als de meest geruchtmakende en dramatische affaire in de moderne geschiedenis raakt nooit in het vergeetboek maar het verhaal komt in kort bestek zelden op een billijke en evenwichtige manier over. De algemeen gangbare populistische zienswijze, zoals deze blijkens het verslag van Marc Chavannes (NRC Handelsblad, 13 januari) door president Chirac werd vertolkt, komt er op neer dat, uiteraard naast Alfred Dreyfus zelf, de heldenrol in het drama toekomt aan de schrijver Emile Zola.

Deze eenzijdige lof voor Zola doet onrecht aan de gewetensvolle militaire ambtenaar die zich onder hachelijker omstandigheden dan voor de waarheid heeft ingezet. Zonder zijn toedoen was Zola niet aan de informatie gekomen voor zijn geruchtmakende artikel.

In de kleine chronologie toegevoegd aan Chavannes' verslag komt hij even om de hoek kijken: kolonel Picquart, nieuw aangetreden chef van de militaire inlichtingendienst. Picquart kreeg een overplaatsing naar Tunis maar heeft toch een bevriende advocaat op de hoogte gesteld van zijn bevindingen. In afwachting van deberechting voor de bekendmaking van dienstgeheimen werd hij vervolgens gedetineerd. Kolonel Picquart heeft zich met grote risico's voor zijn carrière meer voor de waarheid ingezet dan Zola.