Zetel of schopstoel?

HET KAN VERKEREN. Op 8 mei 1996 klaagde minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) in de Tweede Kamer dat korpschefs niet weg te branden zijn. Rechtspositioneel zijn zijn mogelijkheden om maatregelen te nemen beperkt, zei hij. Dat was in een van de IRT-debatten. Bij het begin van dit nieuwe jaar bejammert de andere minister van politie, Sorgdrager (Justitie), de korpschef juist als “de gemakkelijkste prooi” in de driehoeksconstructie van het politiebestuur. Dat was na het aftreden van de Groningse korpschef Veenstra.

Wat is het nu, zetelvast of op de schopstoel? De twee ogenschijnlijk tegengestelde ministeriële ontboezemingen hebben meer gemeen dan op het eerste gezicht lijkt: de wens om de ministers van politie meer greep te geven op de regionale politietop. Met een eerste aanzet daartoe hebben Dijkstal en Sorgdrager vorig jaar hun neus gestoten bij de Tweede Kamer. Het drama van Groningen zou wel eens voor een betere politieke thermiek kunnen zorgen, noteerde Dijkstal met nauw verholen voldoening op Schiphol bij zijn terugkeer uit de Antillen.

De casus Oosterparkbuurt ondersteunt op het eerste gezicht zijn analyse. Dijkstal schort zijn oordeel over burgemeester Ouwerkerk op tot de Groningse gemeenteraad heeft gesproken. Deze heeft wettelijk gezien echter alleen boodschap aan het aspect van de ordehandhaving. Voor de verziekte verhoudingen in de topstructuur van het regiokorps is Ouwerkerk formeel verantwoording schuldig aan zijn collega-burgemeesters. Van hen is tot dusver weinig vernomen.

DIT 'DEMOCRATISCH GAT' is vorig jaar reeds aan de orde geweest bij de botsing tussen burgemeester Peper van Rotterdam en de toen pas aangetreden korpschef Brinkman. Peper liet er geen twijfel aan bestaan dat zijn verschijning in de Rotterdamse raad een gunst was. Hij won, voor zover dat het woord is, omdat de korpschef volgens de nieuwe Politiewet ondergeschikt is aan de korpsbeheerder/centrumburgemeester. Sorgdrager lijkt nu de korpschef te willen opwaarderen. Dat is ondoordacht, want zo zet zij het democratische principe dat de politie ondergeschikt is aan het bevoegd gezag op de tocht. De korpschef heeft toch al een professionele voorsprong; als hij het daarmee niet redt, verdient hij geen nevenschikking.

Het is iets anders om de functie van de korpsbeheerder los te maken van de koppeling aan de centrumburgemeester. Dat versterkt de interventiemogelijkheden van de regering, hetgeen haaks staat op het regiobeginsel. De democratische controle door de Tweede Kamer wordt dan ook versterkt. De logische consequentie daarvan zou overigens kunnen zijn dat een korpsbeheerder die wegens lokale omstandigheden als burgemeester moet terugtreden, aanblijft omdat hij in zijn politiefunctie voldoet. Het komende raadsdebat in Groningen kan een interessante indicatie opleveren.

zeer voor voor tegen zeer tegen Correctief referendum op initiatief burgers 2 17 54 29 Correctief referendum op initiatief gemeente 1 15 60 24 Wethouders van buiten de gemeenteraad 6 34 47 14 Wethouders geen lid raad (echt dualisme) 5 30 51 15 Gespreide raadsverkiezingen 7 26 55 12 Minder raadsvergaderingen 3 22 70 5 Versterking rol burgemeester 7 43 50 1